[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder
(gemachtigde: mr. M.C. van der Linden).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser het besluit op zijn verzoek om inzage in de over zijn overleden vader aanwezige gegevens bij de AIVD.
Verweerder heeft het besluit (het primaire besluit) op dit verzoek op 20 april 2023 genomen. Met het bestreden besluit van 30 augustus 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder bij het besluit gebleven dat er bij het onderzoek geen informatie over de overleden vader van eiser is aangetroffen die aan eiser kan worden verstrekt.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft verweerder verzocht om kennisneming van over zijn overleden vader aanwezige gegevens bij de AIVD. Verweerder heeft in het bestreden besluit overwogen dat er bij onderzoek geen informatie over de overleden vader van eiser is aangetroffen die aan eiser kan worden verstrekt.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser acht het niet aannemelijk dat verweerder geen niet-actuele informatie over zijn vader heeft aangetroffen bij het archiefonderzoek. Hij wijst in dat verband op een eerdere procedure over een inzageverzoek op grond van de AVG en waarin door de gemeente [plaats] is gesteld dat er gegevens over de vader van eiser zijn gedeeld of verwerkt voor of namens de inlichtingen en veiligheidsdiensten. Naar zijn weten bestaat naast de AIVD enkel de militaire inlichtingen en veiligheidsdienst (MIVD) en het ligt niet voor de hand dat laatstgenoemde gegevens over zijn vader heeft verwerkt. Bovendien moet het hierbij wel gaan over gegevens die inmiddels meer dan vijf jaar oud zijn. [camping] is immers langer dan vijf jaar geleden gesloten. Verder stelt eiser nog aan de orde dat hij de brief met daarin de uitnodiging voor de hoorzitting in de bezwaarfase nooit heeft ontvangen en daarom niet in de gelegenheid is geweest om te worden gehoord.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. Dat er geen antwoord hoeft te worden gegeven op de vraag of er eventueel actuele gegevens bij de AIVD aanwezig zijn, is niet in geschil. De vraag die in dit geschil moet worden beantwoord is of er geen niet-actuele gegevens over de vader van eiser bij de AIVD aanwezig zijn.
5. Het is vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na een onderzoek is gebleken dat hij een bepaald document niet of niet meer heeft en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan de degene die om informatie verzoekt is om aannemelijk te maken dat het bestuursorgaan dat document toch heeft.
Verweerder heeft toegelicht dat hij een zoekslag heeft uitgevoerd aan de hand van de naam en geboortedatum van de vader van eiser. Vervolgens is deze zoekslag in de bezwaarfase uitgebreid met de term ‘ [camping] ’. Volgens verweerder is dit ook logisch omdat het niet de taak is geweest van de AIVD om [camping] te ontruimen. De zoekslagen van verweerder hebben geen resultaat opgeleverd. De rechtbank acht dit niet ongeloofwaardig.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de AIVD desondanks over niet-actuele gegevens over de vader van eiser beschikt. Ten aanzien van de verwijzing van eiser naar een eerder besluit op een AVG-verzoek waarin door de gemeente [plaats] zou zijn gesteld dat er gegevens over zijn vader zijn gedeeld of verwerkt voor of namens de inlichtingen en veiligheidsdiensten, heeft verweerder opgemerkt dat hieruit niet direct blijkt dat deze gegevens betrekking hadden op gegevensuitwisseling met de AIVD. Na ontvangst van het beroepschrift van eiser heeft verweerder navraag gedaan bij de gemeente [plaats] . Die gemeente heeft vervolgens schriftelijk laten weten dat de geweigerde documenten niet zagen op een gegevensuitwisseling met de AIVD. Ook het door eiser ingebrachte rapport bevat geen aanknopingspunten voor het oordeel dat AIVD over niet-actuele gegevens over de vader van eiser beschikt.
Het bovenstaande in onderling verband bezien brengt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen niet-actuele gegevens over de vader van eiser bij de AIVD aanwezig zijn.
7. Eiser heeft ter zitting gesteld dat hij slechts aan de orde wilde stellen dat de brief met daarin de uitnodiging voor een hoorzitting hem niet heeft bereikt en hij daardoor niet is gehoord. Nu eiser eveneens heeft verklaard hierdoor niet in zijn belangen te zijn geschaad, zal de rechtbank hier ook geen verdere gevolgen aan verbinden.
8. Eiser heeft voor de zitting zonder een nadere toelichting nog een aantal stukken overgelegd waaronder een omvangrijk rapport ‘ [camping] : Het integrale verhaal, een wetteloze oorlog tegen een burger’ (hierna: het rapport). Zoals ter zitting ook door de rechtbank is meegedeeld is niet dit hele rapport voor de zitting gelezen omdat onduidelijk was waarom eiser dit rapport heeft overgelegd. Ter zitting heeft eiser gesteld dat het rapport is overgelegd om aan te geven dat er in de onderzoeken die hebben plaatsgevonden sprake zou zijn geweest van misbruik van recht. Verder heeft eiser opgemerkt dat in het rapport meerdere strafbare feiten worden benoemd en dat hij graag een reactie hierop wil van de rechtbank. De rechtbank stelt voorop dat in deze procedure het besluit centraal staat waarbij is besloten op het verzoek van eiser om kennisneming van bij de AIVD aanwezige gegevens van zijn overleden vader. Zoals ter zitting is gebleken is het rapport niet ingebracht ter onderbouwing van een antwoord op de in dit geschil voorliggende vraag en de AIVD komt ook niet specifiek terug in die stukken. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding alsnog dit omvangrijke rapport te lezen nu dit voor de beoordeling van het onderhavige geschil niet van belang is. Als eiser van mening is dat er strafbare feiten zijn gepleegd dan staat het hem vrij daarvan aangifte te doen.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 september 2024.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.