ECLI:NL:RBDHA:2024:23974

ECLI:NL:RBDHA:2024:23974, Rechtbank Den Haag, 20-08-2024, 10881434 RL EXPL 24-770

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-08-2024
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer 10881434 RL EXPL 24-770
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

non-conformiteit auto, niet geschikt voor normaal gebruik, vergoeding kosten ruilmotor

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Kantonrechter, zittingsplaats 's-Gravenhage

Zaaknummer: 10881434 / RL EXPL 24-770

CB/bc

Vonnis van 20 augustus 2024

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. S. Yadegari (Advocatenkantoor Sepehr),

tegen

[gedaagde], (voorheen) handelend onder de naam [handelsnaam],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 4 januari 2024 met zeven producties (nrs. 1 tot en met 7); - de conclusie van antwoord van 12 februari 2024;

- de mondelinge behandeling van 9 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

Op 27 april 2023 heeft [eiser] van [gedaagde] een personenauto, merk BMW, type 114, met kenteken [kenteken], bouwjaar 2013, met een kilometerstand van 170.000 (hierna: de auto) gekocht voor een prijs van € 9.450,-.

In augustus 2023 is de auto gebreken aan de motor gaan vertonen.

Bij brief van 3 oktober 2023 heeft (de gemachtigde van) [eiser] [gedaagde] gesommeerd tot het herstellen van de gebreken.

In december 2023 zijn door Automaan werkzaamheden aan de auto uitgevoerd. Automaan heeft [eiser] hiervoor op 18 december 2023 een bedrag van € 6.850,00 gefactureerd.

Naast de werkzaamheden van december 2023 heeft Automaan op 8 augustus 2023 een bedrag van € 49,00 aan [eiser] gefactureerd voor het uitlezen van storingen, op 14 augustus 2023 een bedrag van € 25,17 voor het vastzetten van het hitteschild van de turbo en op 6 september 2023 een bedrag van € 633,05 voor diagnose motorstoring.

3. Het geschil

[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 8.256,38, vermeerderd met rente en kosten.

Aan zijn vordering legt [eiser] ten grondslag dat [gedaagde] hem een auto heeft verkocht, die reeds kort na de koop ernstige gebreken vertoonde. Dat maakt de auto non-conform, waardoor [gedaagde] hem de reparatiekosten dient te vergoeden, omdat [gedaagde] in gebreke is gebleven om de gebreken zelf te verhelpen.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] ontkent dat de auto non-conform was, dat hij onvoldoende in staat is gesteld om zelf reparatiewerkzaamheden aan de auto uit te voeren en dat de reparatiekosten onnodig hoog zijn.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Voor de beoordeling van het voorliggende geschil neemt de kantonrechter als uitgangspunt dat de auto inderdaad, zoals [eiser] ook stelt, non-conform was. Betrekkelijk kort na de aankoop van de auto eind april 2023 zijn ernstige problemen aan de bougies en de bobine, alsmede aan een cilinder en het motorblok geconstateerd. Zelfs van een auto die tien jaar oud en die een kilometerstand van 170.000 heeft mag verwacht worden dat de koper daarmee een zekere periode kan rijden zonder ingrijpende reparaties, zoals het vervangen van een motor. In dit geval is gebleken dat de auto reeds na drie maanden ernstige motorproblemen ging vertonen.

Voor zover [gedaagde] heeft gesteld dat niet is aangetoond dat de auto, ondanks de gebreken, nog normaal te gebruiken was, omdat op het hem toegezonden diagnoserapport het dienovereenkomstige vinkje was aangevinkt, wordt dit verweer verworpen. [eiser] heeft betoogd dat dat een verschrijving was en heeft bij dagvaarding een gecorrigeerd rapport overgelegd. Wat daar ook van zij, voor [gedaagde], als (voormalig) handelaar in auto’s, had het uit de overige omschrijvingen in het rapport duidelijk moeten zijn, dat de gebreken ernstig van aard waren.

Het verweer van [gedaagde] dat de auto geen ernstige gebreken vertoonde en dat hij daarom reeds niet aansprakelijk is voor de gebreken slaagt dus niet. Omdat de auto (in juridische terminologie) ‘non-conform’ is [gedaagde] in beginsel aansprakelijk voor het herstel van de auto.

Daarbij geldt dat [gedaagde] bij brief van 3 oktober 2023 in duidelijke bewoordingen is gesommeerd om binnen redelijke tijd aan te geven of hij van plan was de auto zelf te repareren. Gelet op de ontwijkende reactie(s) van [gedaagde] is hij daartoe niet overgegaan. Daarop heeft [eiser] de auto bij Automaan laten repareren, zij het dat die reparatie pas in december 2023 is uitgevoerd.

Uit het voorgaande volgt dat het verweer van [gedaagde], dat hij onvoldoende in staat is gesteld om de reparatie zelf uit te voeren evenmin slaagt. Gelet op het feit dat hem de ernst van de gebreken duidelijk moest zijn en het feit dat hij zelf de auto aan [eiser] verkocht had, had het op zijn weg gelegen om na de brief van 3 oktober 2023 zich niet aan zijn verantwoordelijkheden als verkoper te onttrekken. Zelfs als hij twijfels had over de aard en ernst van de gebreken, had het op zijn weg gelegen om tenminste zelf de gebreken te beoordelen.

Dan resteert het verweer van [gedaagde] dat de reparatiekosten onnodig hoog zijn, enerzijds doordat de kosten van de ruilmotor onevenredig zijn en anderzijds dat ook kosten in rekening zijn gebracht, die niet in verband staan met de gebreken, althans daarvan te ver verwijderd staan.

Ten aanzien van de kosten van de ruilmotor heeft [gedaagde] gesteld dat ruilmotoren verkrijgbaar zijn voor prijzen tussen € 1.000,- en € 3.500,- en hij geeft daarbij tevens aan dat een ruilmotor voor een prijs van € 3.400,- (die [eiser] als prijs opvoert) een motor moet zijn met een laag kilometrage. Daarmee zegt [gedaagde] in feite dat [eiser] een betere (ruil)motor heeft gekregen, dan de oorspronkelijke motor van de auto met een kilometrage van 170.000. Dat argument heeft [eiser] onvoldoende weerlegd.

Met betrekking tot de ruilmotor zal de kantonrechter bepalen dat [gedaagde] aan [eiser] een bedrag van € 2.500,- zal dienen te vergoeden, plus de kosten, die op de factuur van Automaan van 18 december 2023 staan vermeld, tot de opsomming van de ‘Tijdens de werkzaamheden geconstateerde defecte onderdelen’. Deze laatste kosten zal de kantonrechter niet toewijzen, omdat deze werkzaamheden geen betrekking hebben op de gebreken, waarvoor [gedaagde] in de brief van 3 oktober 2023 is gesommeerd. Wel komen de kosten van de facturen van Automaan van 8 augustus 2023 en van 6 september 2023 voor vergoeding in aanmerking, omdat deze duidelijk in verband staan met de constatering van de gebreken. Alles bijeen genomen dient [gedaagde] aldus een bedrag van € 49,00, plus een bedrag van€ 633,05, plus een bedrag van (€ 4.312,84 + 21% BTW =) € 5.218,54, in totaal derhalve een bedrag van € 5.900,59 aan [eiser] te vergoeden in verband met de defecten aan de auto.

Naast de kosten in verband met de gebreken heeft [eiser] ook vergoeding van motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie gevorderd. Die zal de kantonrechter afwijzen. Voor zover het al aan [gedaagde] zou zijn aan te rekenen dat [eiser] de auto tussen augustus en december 2023 niet heeft kunnen gebruiken, had [eiser] in het kader van zijn schadebeperkingsplicht de auto kunnen en moeten ‘schorsen’, waardoor hij geen motorrijtuigenbelasting en autoverzekering verschuldigd zou zijn geweest.

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze zullen worden toegewezen tot het bij de hoogte van de hoofdsom van € 5.900,59 behorende bedrag van € 670,00.

Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:

- hoofdsom

5.900,59

- buitengerechtelijke incassokosten

670,00

+

Totaal

6.570,59.

[gedaagde] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

133,63

- griffierecht

248,00

- salaris gemachtigde

660,00

(2,00 punten × € 330,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.176,63.

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.570,59, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 4 januari 2024, tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.176,63, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2024 in aanwezigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?