ECLI:NL:RBDHA:2024:23975

ECLI:NL:RBDHA:2024:23975, Rechtbank Den Haag, 07-02-2024, 10718418 RL EXPL 23-15915

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-02-2024
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer 10718418 RL EXPL 23-15915
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 BWBR0005290

Samenvatting

Non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. Bij een consumentenkoop wordt in principe vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, als de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van één jaar na aflevering openbaart (art 7:18a lid 2 BW). Ontbinding op grond van art 7:22 BW

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

AJJ/b/c

zaak-/rolnr.: 10718418 RL EXPL 23-15915

7 februari 2024

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij,gemachtigde: mr. S. Yadegari,

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. Garagebedrijf [bedrijf 1],

wonende en zaakdoende te [plaats] , gedaagde partij,procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en [gedaagde] .

1. Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

de dagvaarding van 19 september 2023;

de conclusie van antwoord;

de producties van partijen.

Op 17 januari 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen [eiser] , bijgestaan door mr. Yadegari, en [gedaagde] . Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Vervolgens is de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. Feiten

[gedaagde] houdt zich (onder de naam [bedrijf 1] ) bezig met de handel in en reparatie van personenauto’s.

Op 28 juni 2023 heeft [eiser] , nadat hij op 26 juni 2023 een proefrit heeft gemaakt, bij [gedaagde] een personenauto, BMW 5 serie, kenteken [kenteken] (hierna: de BMW) gekocht voor de koopprijs van € 14.000,00. De BMW heeft sinds 2 december 2021 op naam van [gedaagde] / [bedrijf 1] gestaan. Blijkens het op 28 juni 2023 afgegeven keuringsrapport was de kilometerstand ten tijde van de koop 162584.

Bij Whatsapp gesprek van 2 augustus 2023 tussen [eiser] en [gedaagde] luidt als volgt:

[eiser] : ik heb een maandje geleden die f10 bij jou gekocht. Ik heb binnen een maand best wat problemen. Die slotbouten is beschadigd, heb ik net opgehaald. Lamp heeft enorm veel condens en geeft ook aan defect koplampafstelling en daarnaast gaat de auto in noodloop en moet de valvetronic vervangen worden. Ik vind dat toch best een waslijst binnen een maand. (…)

[gedaagde] : Olie is ververst, 100 %. Moet nagekeken worden en niet (…) rijden

(…)

[eiser] : Ik heb het net bijgevuld, maar hij geeft nu weer die melding

[gedaagde] : Niet rijden, anwb bellen. Als je ermee doorrijdt kan dat grote gevolgen hebben

[eiser] : ik ben ook gestopt”

Bij email en whatsappbericht van 3 augustus 2023 schrijft [eiser] onder meer het volgende aan [gedaagde] :

“(…)

Helaas heb ik geconstateerd dat er sprake is van meerdere gebreken, welke onderaan in deze brief te vinden zijn. Daarom verzoek ik u uiterlijk binnen 5 werkdagen te reageren na dagtekening van deze brief, schriftelijk te bevestigen dat de koopovereenkomst ontbonden wordt, en binnen 10 werkdagen de auto op te halen en terug te nemen en mij het volledige bedrag terug te betalen (…).

[gedaagde] reageert als volgt:

“(…) Bij deze ga ik u vertellen dat ik de auto niet terug ga nemen. (…) Ik kan helaas niets voor u betekenen. (…)

Wat ik wel wil doen is de auto nakijken en dat u de kosten van onderdelen betaald en de kostprijs aan arbeid, wat op 250 per dag zit. Dit is uit coulance. (…)”

Op 4 augustus 2023 schrijft [gedaagde] : “Ik wil de auto best terugnemen. Maar dan ga ik wel huur rekenen over de periode dat u de auto heeft gereden. Dat worst 55 euro per dag”

Bij brief en email van 10 augustus 2023 deelt de gemachtigde van [eiser] onder meer het volgende aan [gedaagde] mede:

“(…)

Als verkoper van deze auto wordt u in gebreke gesteld.

De gebreken aan de door u aan cliënt verkochte auto zijn hierna omschreven.

Noodloop

Verminderd motorvermogen

Auto zou in goede staat zijn

Automaat was eerder onder garantie vervangen door vorige eigenaar en auto rijdt verder perfect. Daar is niets van gebleken. Auto is non-conform

Verwezen wordt naar de eerder overgelegde ingebrekestelling

De slotbouten zijn beschadigd

Lamp heeft enorm veel condens en geeft ook aan defect koplampafstelling

Valvetronic defect

Bij specifieke snelheden erg trillend

Motorolie, remvloeistof en apk niet up to date

Deze gebreken tasten volgens cliënt de verkeersveiligheid aan. Cliënt stelt dat hij deze gebreken niet behoorde te verwachten.

U dient binnen zeven dagen na dagtekening van dit schrijven:

Indien cliënt de auto nog onder zich heeft, deze op te halen. (….)

Vervangend vervoer bij cliënt achterlaten zodat deze beschikt over een gelijkwaardig vervoersmiddel,

Het gebrek herstellen (nakoming door u van de overeenkomst),

Geen kosten in rekening brengen bij cliënt.

(…)

Als u niet, niet tijdig of niet volledig voldoet aan deze ingebrekestelling wordt deze koop als ontbonden beschouwd vanwege non-conformiteit en dient u de koopsom ad € 14.000 aan cliënt te voldoen en aan hem een vrijwaringsbewijs van deze auto te overleggen. (…)”

Een document, genaamd “Wettelijke Garantie Diagnose” van Stichting Wettelijke Garantie, opgemaakt door [bedrijf 2] , vermeldt onder meer het volgende:

Datum

14-08-2023

Klachten van de koper

Olie meldingen + motorstoring

Welke onderdelen zijn stuk? Had de koper deze problemen op de dag van de koop makkelijk kunnen zien met het blote oog?

Valvetronic motor + olie is Ja, motorolie geeft auto aan

volgens auto 3 jaar geleden laatst Valvetronic is niet zo te zien moet auto uitgelezen worden

ververst

welke reparatie is noodzakelijk?

Valvetronic motor olie wissel + filter en zeef controleren”

Uit de factuur van [bedrijf 2] d.d. 18 augustus 2023 blijkt dat bij de diagnose de kilometerstand 166974 bedroeg.

Op 31 augustus 2023 heeft een aanvullende diagnose plaatsgevonden middels het uitlezen van de boordcomputer van de auto. Het uitleesrapport vermeldt de volgende foutmeldingen:

Laaddrukregeling: Uitschakeling als gevolg

VANOS, inlaat: stuurfout, nokkenas vastgelopen

Permanente storing: Valvetronic servomotor, positiesensoren, elektrisch

Motoroliedrukregeling, aannemelijkheid, statisch: druk te laag

Motoroliepomp: Druk te laag.

Uit een rapport betreffende de onderhoudshistorie van de BMW blijkt dat het laatste onderhoud heeft plaatsgevonden op 12 februari 2021 te Wateringen.

3. Vordering, grondslag en verweer

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, kort samengevat het volgende:

primair (ontbinding)

[gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling aan [eiser] van de koopsom ad € 14.000 bij volledige ontbinding of een evenredig deel daarvan in het geval van partiële ontbinding;

[gedaagde] te veroordelen tot het verschaffen van een deugdelijk vrijwaringsbewijs, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 20.000,00;

subsidiair (herstel door derde)

te bepalen dat [eiser] gerechtigd is de BMW door een derde te laten herstellen op kosten van [gedaagde] , en indien [gedaagde] de BMW onder zich heeft, de BMW aan deze derde af te geven, op straffe van de onder B genoemde dwangsom;

primair en subsidiair

vergoeding van de aanvullende schadeposten zoals genoemde in de dagvaarding en de akte, de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente daarover;

de kosten van dit geding.

[eiser] legt aan deze vordering het navolgende ten grondslag. [gedaagde] heeft een non-conforme auto aan [eiser] geleverd. Binnen een maand na aankoop waren er al gebreken aan de BMW. [gedaagde] is door [eiser] en diens gemachtigde in gebreke gesteld en in de gelegenheid gesteld de BMW te repareren. [gedaagde] heeft daar echter geen gevolg aan gegeven en heeft de BMW niet kosteloos gerepareerd. [eiser] is daarom gerechtigd geweest de koopovereenkomst te ontbinden. De koopprijs moet aan [eiser] worden terugbetaald en [gedaagde] dient de BMW terug te nemen. Daarnaast heeft [eiser] op grond van artikel 7:22 lid 4 jo artikel 7:24 BW recht op schadevergoeding, vanwege nodeloos gemaakte kosten zoals de motorrijtuigenbelasting en de verzekeringspremies. Verder zijn extra kosten voor de BMW gemaakt die ook voor rekening van [gedaagde] dienen te komen.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna – voor zover van belang – zal worden ingegaan.

4. Beoordeling

Is er sprake van non-conformiteit?

Vooropgesteld wordt dat de overeenkomst tussen partijen met betrekking tot de koop van de BMW een consumentenkoop betreft als bedoeld in artikel 7:5 lid 1 BW. [gedaagde] handelde in het kader van zijn bedrijfsactiviteit en [eiser] is consument. [eiser] stelt dat de BMW non-conform is omdat er gebreken aan zijn. Voor de beantwoording van de vraag of er aan de zijde van [gedaagde] sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen uit de koopovereenkomst moet vastgesteld worden of de afgeleverde zaak (de BMW) beantwoordt aan de koopovereenkomst.

Op grond van het bepaalde in artikel 7:17 BW moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. De koper mag op grond van de overeenkomst verwachten dat een zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan zij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Verder volgt uit artikel 7:18 lid 2 BW dat bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, als de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden na aflevering openbaart (bij wetswijziging is deze termijn in 2022 verlengd naar één jaar). Dat betekent dat, indien zich binnen een jaar na de aankoop van (in dit geval) een auto gebreken optreden, de verkoper moet aantonen dat dit niet ligt aan de geleverde auto, maar dat er een andere oorzaak is. Als de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt en voorts herstel daarvan onmogelijk is dan wel de verkoper niet binnen een redelijke termijn de zaak heeft hersteld, dan heeft de koper ingevolge artikel 7:22 BW onder meer de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden, tenzij de afwijking van het overeengekomene, gezien haar geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Dat er geen garantie op de BMW is gegeven maakt het voorgaande niet anders.

Beoordeeld dient te worden of de BMW de eigenschappen bezat die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan [eiser] de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Bij de aankoop van een tweedehands auto moet de koper er, afhankelijk van het aantal gereden kilometers, het bouwjaar en de koopprijs, in beginsel rekening mee houden dat er meer kans is dat er gebreken gaan optreden dan bij een nieuwe auto het geval zou zijn. De auto beantwoordt in ieder geval niet aan de overeenkomst indien gebruik van de auto gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid als gevolg van een gebrek.

[gedaagde] heeft niet weersproken dat de BMW gebreken vertoont, maar hij is van mening dat [eiser] ten onrechte na de noodmelding ondanks zijn advies per Whatsapp nog is doorgereden, waardoor de BMW schade heeft opgelopen. [eiser] heeft echter stellig ontkend dat hij nog is doorgereden en [gedaagde] heeft ook niet aangetoond dat dat wel zo is.

Het staat dan ook vast dat er sprake is van de gebreken zoals vermeld in de diagnose en in het uitleesrapport. De motorolie, remvloeistof en APK zijn niet up to date, er is al langere tijd geen onderhoud gepleegd en de vanos en de valvetronic vertoonden gebreken. De BMW is (kennelijk hierdoor) in noodloop gegaan. Het is duidelijk dat de BMW met deze gebreken niet zonder gevaar voor de verkeersveiligheid kon worden gebruikt. Er is dus sprake van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. Door het wettelijk vermoeden van artikel 7:18 lid 2 BW wordt verondersteld dat de BMW bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. [gedaagde] heeft niets aangevoerd waaruit iets anders kan blijken.

[gedaagde] had op grond van artikel 7:21 BW op aanvraag van [eiser] binnen een redelijke termijn, kosteloos en zonder ernstige overlast voor [eiser] tot herstel over moeten gaan. [gedaagde] heeft dit echter nagelaten, ondanks hiertoe door (de gemachtigde van) [eiser] te zijn aangemaand en in gebreke te zijn gesteld. Daarmee is [gedaagde] tekort geschoten in zijn verplichting op grond van voornoemd artikel. [eiser] was daarom gerechtigd de overeenkomst te ontbinden, zoals in de ingebrekestelling van 10 augustus 2023 door de gemachtigde van [eiser] is aangekondigd.

Ongedaanmakingsverbintenissen

Door ontbinding van de koopovereenkomst ontstaat op grond van artikel 6:271 BW de verplichting voor partijen tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. Dat betekent dat [gedaagde] de koopsom van € 14.000,00 moet terugbetalen aan [eiser] en dat [eiser] de BMW aan [gedaagde] moet teruggeven in de staat zoals die was ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst. Nu als onbetwist vast staat dat [eiser] ongeveer een maand met de BMW heeft gereden, kan de auto niet in dezelfde staat aan [gedaagde] worden teruggeleverd. In dit verband kan worden vastgesteld – aan de hand van de kilometerstand bij aankoop van de BMW en de kilometerstand zoals die tijdens de diagnose is vastgesteld – gedurende een maand ongeveer 4.000 kilometer met de BMW heeft gereden. De gebruiksvergoeding zal de kantonrechter schattenderwijs bepalen op een bedrag van € 500,00.

[gedaagde] zal om die reden worden veroordeeld tot terugbetaling van € 13.500,00

(€ 14.000,00 minus € 500,00 aan gebruiksvergoeding). De wettelijke rente over deze betalingsverplichting is toewijsbaar vanaf de datum dat [gedaagde] in verzuim is met zijn terugbetalingsverplichting. Er is door [eiser] in dit verband geen datum genoemd, zodat de wettelijke rente zal zijn verschuldigd vanaf de dag der dagvaarding. Verder zal [eiser] de BMW moeten teruggeven aan [gedaagde] . Dit zal niet in een afzonderlijke veroordeling worden uitgesproken aangezien het niet is gevorderd, maar dat doet niets af aan de verplichting van [eiser] in dit opzicht. Gelet op het feit dat met de BMW niet meer kan worden gereden, acht de kantonrechter het redelijk dat [gedaagde] de BMW bij [eiser] komt ophalen. Hij moet daarvoor zelf een afspraak maken met [eiser] .

De ontbinding van de koopovereenkomst brengt ook met zich mee dat beide partijen eraan moeten meewerken dat het kenteken weer op naam van [gedaagde] wordt gesteld. De vordering tot het verschaffen van een vrijwaringsbewijs zal worden toegewezen, waarbij de dwangsom zal worden gematigd.

Nevenvorderingen

Op grond van artikel 7:22 lid 4 jo artikel 7:24 BW heeft [eiser] bovendien recht op schadevergoeding. [eiser] heeft kosten gemaakt ten behoeve van de BMW en heeft dit onderdeel van de vordering deugdelijk onderbouwd. De vordering met betrekking tot de extra kosten: voor verbetering van de BMW ad € 519,38, de kosten die [eiser] heeft gemaakt voor de slotbout, stelmotor en diagnose ad € 524,85 en de kosten voor vervangend vervoer tot een bedrag van € 749,82, zijn door [gedaagde] niet weersproken en de kantonrechter acht deze kosten redelijk. Deze kosten zullen daarom worden toegewezen. De wettelijke rente over € 524,85 zal worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding (19 september 2023), de wettelijke rente over € 519,38 en € 749,82 zal worden toegewezen vanaf de datum inkomen ter griffie van de akte wijziging eis (9 januari 2024).

[eiser] vordert verder vergoeding van motorrijtuigenbelasting (€ 90,67 per maand) en verzekeringspremies (€ 78,70 per maand) vanaf het moment van verschuldigdheid (de datum van aankoop van de BMW, 28 juni 2023). [gedaagde] heeft niet betwist dat [eiser] deze kosten voor de BMW verschuldigd was, en evenmin dat schorsing niet mogelijk was omdat de BMW aan de openbare weg staat.

Vast staat dat [eiser] de BMW nauwelijks heeft kunnen gebruiken en dat sprake is van non-conformiteit. Gelet hierop dienen de uitgaven aan motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies die [eiser] heeft moeten doen (en nog steeds doet), vanaf augustus 2023 voor rekening van [gedaagde] te komen. De wettelijke rente over de motorrijtuigenbelasting wordt toegewezen vanaf de dag der dagvaarding en de wettelijke rente over de verzekeringspremie vanaf de eiswijziging van 9 januari 2024.

Buitengerechtelijke kosten

De kantonrechter stelt vast dat [eiser] de vordering ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten niet voldoende heeft onderbouwd. [eiser] heeft namelijk niet gesteld of onderbouwd dat sprake is van redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt. Dat betekent dat deze vordering zal worden afgewezen.

Proceskosten

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De proceskosten van [eiser] worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 133,00

- griffierecht € 693,00

- salaris gemachtigde € 792,00 (2 punten x tarief € 396,00)

- nakosten € 132,00

totaal € 1.750,00

5. Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis een deugdelijk vrijwaringsbewijs aan [eiser] te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag dat [gedaagde] niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van:

€ 13.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2023 tot aan de dag van voldoening;

€ 524,85, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2023 tot aan de dag der voldoening;

€ 1.269,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;

€ 90,67 per maand voor de door [eiser] betaalde en te betalen motorrijtuigenbelasting vanaf augustus 2023 tot en met de dag waarop de BMW is gevrijwaard;

€ 78,70 per maand voor de door [eiser] betaalde en te betalen verzekeringspremie vanaf augustus 2023 tot en met de dag waarop de BMW is gevrijwaard;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op vandaag aan de kant van [eiser] vastgesteld op € 1.750,00;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Japenga, kantonrechter, en uitgesproken bij de openbare terechtzitting van 7 februari 2024 in het bijzijn van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.J. Japenga

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?