ECLI:NL:RBDHA:2024:23976

ECLI:NL:RBDHA:2024:23976, Rechtbank Den Haag, 12-11-2024, 24/1447

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-11-2024
Datum publicatie 29-12-2025
Zaaknummer 24/1447
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beroep. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het verkeersbesluit dat verweerder heeft genomen voor de Zoutmanstraat in het Zeeheldenkwartier, in Den Haag. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het verkeersbesluit strekt tot bevordering van de beoogde doelstellingen en heeft dit ook deugdelijk gemotiveerd. Het verkeersbesluit leidt niet tot onevenredige gevolgen, en is niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel of gelijkheidsbeginsel. Beroep ongegrond.

Uitspraak

Ondernemersvereniging BIZ Zeeheldenkwartier, uit Den Haag, eiseres

(gemachtigde: [naam 1]),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, verweerder

(gemachtigden: [naam 2] en [naam 3]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een door verweerder genomen verkeersbesluit.

Bij besluit van 30 mei 2023 heeft verweerder een verkeersbesluit genomen. Met het bestreden besluit van 12 januari 2024 op de bezwaren van eiseres is verweerder daarbij gebleven, onder verwijzing naar het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 21 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door [naam 4], en de gemachtigden van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Sinds januari 2022 geldt op een gedeelte van de Zoutmanstraat in (het Zeeheldenkwartier in) Den Haag een geslotenverklaring voor het verkeer, met uitzondering van trams en fietsers, en een verplichte rijrichting rechtdoor voor verkeer op het Prins Hendrikplein nabij de aansluiting op de Zoutmanstraat. Laden en lossen was voorzien in de omgeving, maar kon niet in de Zoutmanstraat.

Met het verkeersbesluit van 30 mei 2023 heeft verweerder deze geslotenverklaring uit 2022 ingetrokken en een nieuwe geslotenverklaring ingesteld, waarbij laden en lossen onder voorwaarden wel mogelijk werd op de Zoutmanstraat. Met dit verkeersbesluit uit 2023 kwam er een geslotenverklaring voor het verkeer, met uitzondering van trams en fietsers, op het gedeelte van de Zoutmanstraat tussen het Prins Hendrikplein en 20 meter na de aansluiting met de Witte de Withstraat. De geslotenverklaring is aangeduid met het bord C01 met onderborden OB52, OB64 en een onderbord met de tekst: “toegestaan laden en lossen maandag tot en met vrijdag 05.00 – 11.30 uur en zaterdag/zondag 06:00 – 11.30”. Daarnaast is op het Prins Hendrikplein een verplichte rijrichting rechtdoor ingesteld, met uitzondering van trambestuurders en fietsers, door het plaatsen van het bord D04.

Eiseres is een vereniging van ondernemers uit het Zeeheldenkwartier in Den Haag en zij is het niet eens met het verkeersbesluit.

Wat vindt eiseres in beroep?

3. Het gebied moet worden ingericht als voetgangerszone door het overwegend blauwe – meer vriendelijk ogende – bord G07zb te plaatsen. Het besluit is strijdig met het doel van de herinrichting van de winkelstraat Zoutmanstraat. Ook is het besluit niet in lijn met het uitgangspunt dat het gebied zou worden ingericht als voetgangersgebied, zoals eerder voorgelegd aan de gemeenteraad. Bij een voetgangersgebied past geen geslotenverklaring. Binnen een voetgangerszone is het bovendien eenvoudiger om ruimte te vinden voor het laden en lossen. De straat is daarmee ook meer toegankelijk voor gehandicaptenvoertuigen. Verder moet de geslotenverklaring gelden in het gedeelte tussen het Prins Hendrikplein en 20 meter vóór de aansluiting met de Witte de Withstraat, in plaats van 20 meter daarna. Bestemmingsverkeer zou worden geregeld via camerabewaking met kentekenontheffing. Dit is nu niet het geval. In een voetgangersgebied is cameratoezicht overigens niet nodig om gebruikers van de stallingsgarage toegang te geven tot de Zoutmanstraat. Dat kan namelijk ook met een ontheffing op kenteken. Voor de weggebruiker is het ook overzichtelijker en begrijpelijker als het voetgangersgebied direct ingaat bij de kruising met de Piet Heinstraat en de Witte de Withstraat. Eiseres wijst tot slot op vergelijkbare straten binnen de gemeente waar wel een voetgangerszone is ingesteld, zoals de Grote Marktstraat en de Riviervismarkt met in het verlengde daarvan de Dagelijkse Groenmarkt.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. De rechtbank oordeelt dat verweerder het verkeersbesluit mocht nemen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het is vaste rechtspraak dat verweerder beoordelingsruimte heeft bij de beantwoording van de vraag wat nodig is ter bescherming van de verkeersbelangen genoemd in de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994). Verweerder moet dit naar behoren motiveren. Afhankelijk van de beroepsgronden gaat de bestuursrechter in op de vraag of de manier waarop verweerder van die beoordelingsruimte gebruik heeft gemaakt in overeenstemming is met het recht. Daarbij moet de bestuursrechter nagaan of verweerder redelijkerwijs de beoordelingsruimte op die manier heeft kunnen invullen. Nadat verweerder heeft vastgesteld wat naar zijn oordeel nodig is gelet op de betrokken verkeersbelangen, moet het de uitkomst van die beoordeling afwegen tegen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit. Bij die afweging heeft het bestuursorgaan beleidsruimte. De bestuursrechter gaat niet na of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de (uitkomst van de) belangenafweging die ten grondslag ligt aan het besluit onevenredig is in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen.

Verweerder heeft in het verkeersbesluit vermeld dat de daarin genomen verkeersmaatregelen het doel hebben om de veiligheid op de weg te verzekeren, de weg in stand te houden en de bruikbaarheid daarvan te waarborgen en om door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade voor de woonomgeving te voorkomen of te beperken. Verweerder heeft er daarbij terecht op gewezen dat hij bij het plaatsen van verkeersborden rekening moet houden met de feitelijke inrichting van de weg en de verschillende functies van de weg. Volgens verweerder is in dit geval een geslotenverklaring door middel van het ronde witte bord met de rode rand (C01) het meest geschikt. De Zoutmanstraat bestaat namelijk uit twee rijbanen die gebruikt worden door trams en fietsers, met aan weerszijden een fietsstrook en een verhoogd trottoir. Met het bestreden besluit blijft het bovendien mogelijk om, ook in het gebied waar de geslotenverklaring geldt, te laden en lossen binnen bepaalde venstertijden. Een voetgangerszone (met bord G07zb, zoals voorgesteld door eiseres) sluit minder goed aan bij het gebruik en de inrichting van het gebied, omdat daarin nu juist niet is gekozen voor een voorrangspositie voor voetgangers. Dat een geslotenverklaring een afschrikwekkende werking heeft voor winkelend publiek en niet bijdraagt aan een samenhangend en aangenaam winkelgebied, acht de rechtbank in dit kader niet van belang. Een verkeersbesluit moet namelijk verkeersbelangen dienen en strekt in zoverre niet ter bevordering van de esthetische uitstraling van een gebied, de gebruikservaring van het winkelend publiek of ter bescherming van de commerciële belangen van de middenstand. De omstandigheid dat een geslotenverklaring mogelijk niet de door eiseres gewenste uitstraling heeft, leidt daarom niet tot een ander oordeel. Dat er, zoals eiseres suggereert, alternatieven denkbaar zijn voor het verkeersbesluit, kan op zichzelf niet afdoen aan de rechtmatigheid daarvan.

Het besluit van 30 mei 2023 is naar het oordeel van de rechtbank ook niet in strijd met het eerdere verkeersbesluit van 26 januari 2022, waarin is bepaald dat de verkeersmaatregelen zullen worden ondersteund door een systeem van camerabewaking. Verweerder heeft met het verkeersbesluit alle eerder genomen verkeersmaatregelen en verkeersbesluiten ingetrokken. Verder heeft verweerder toegelicht dat het niet eerder dan in 2026 mogelijk zal om het (camera)systeem operationeel te krijgen en dat zij mede daarom het bestreden besluit heeft genomen.

Verweerder heeft zich dus in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het verkeersbesluit strekt tot bevordering van de beoogde doelstellingen en heeft dit ook deugdelijk gemotiveerd. Vervolgens ligt de vraag voor of het verkeersbesluit leidt tot onevenredige gevolgen voor eisers. Gelet op de beoordelingsruimte die verweerder daarbij heeft, dient de bestuursrechter de door verweerder gemaakte belangenafweging terughoudend te toetsen.

Voor zover eiseres stelt dat de nadelige gevolgen van het besluit voor haar onevenredig zijn of door verweerder ten onrechte niet bij de belangenafweging zijn betrokken, heeft zij deze gevolgen niet nader geconcretiseerd of onderbouwd. Dit geldt ook voor de nadelige gevolgen die het verkeersbesluit in het algemeen zou hebben op de uitstraling van het winkelgebied. Eiseres heeft er verder op gewezen dat bestemmingsverkeer problematisch is en verhuizen moeilijk is door de geslotenverklaring en omdat daarbij moet worden uitgeweken naar de rijbaan. Ook heeft zij erop gewezen dat voetgangers en mindervaliden moeten uitwijken naar de rijbaan wanneer de stoep wordt geblokkeerd. Laden en lossen blijft echter mogelijk binnen de daartoe gestelde tijdvensters. In het geval van een verhuizing, kan net als bij een voetgangerszone, een ontheffing worden aangevraagd. Dat voetgangers en mindervaliden bij uitzondering moeten uitwijken naar de rijbaan of de tegenovergelegen stoep hoefde verweerder op zichzelf van niet van doorslaggevend belang te vinden. Omdat camerabewaking met een ontheffingssysteem nog een periode niet mogelijk is, heeft verweerder ervoor gekozen om de Zoutmanstraat pas vanaf [huisnummer 1] richting het Prins Hendrikplein gesloten te verklaren. Op die manier is ook tegemoetgekomen aan het belang van de gebruikers van de parkeergarage aan de Zoutmanstraat [huisnummer 2]. Dit betekent dat verweerder zich in redelijkheid en ook deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft kunnen stellen dat het verkeersbesluit niet leidt tot onevenredige gevolgen.

Verder is het verkeersbesluit naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De verwijzing naar het verkeersbesluit van 26 januari 2022 met kenmerk BWT-00381VKZ2 – in plaats van BWT-00381VKZ21 – betreft een kennelijke verschrijving. Daarnaast merkt verweerder wat betreft de geslotenverklaring terecht op dat het afhankelijk is vanuit welke richting de verkeerssituatie wordt bekeken of de geslotenverklaring moet worden aangeduid als 20 meter vóór of na de aansluiting met de Witte de Withstraat. Dit maakt het besluit nog niet onzorgvuldig. Verweerder wijst er bovendien terecht op dat uit de situatietekening die onderdeel vormt van het besluit duidelijk volgt dat de geslotenverklaring geldt voor het weggedeelte vanaf Zoutmanstraat [huisnummer 1] richting het Prins Hendrikplein.

Tot slot is het verkeersbesluit naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met het vertrouwensbeginsel en ook niet met het gelijkheidsbeginsel. In het stuk “Standpunt college over advies Denktank lijn 16 herinrichting Zoutmanstraat” van 31 maart 2020 waarnaar eiseres heeft verwezen, benoemt verweerder dat een autovrij gebied kan bijdragen aan het verbeteren van de fietsveiligheid, de leefbaarheid van de Zoutmanstraat en de verbetering van het openbaar vervoer. Het besluitvormingsproces heeft uiteindelijk geresulteerd in een autoluwe invulling van een gedeelte van de Zoutmanstraat. De rechtbank is van oordeel dat eiseres uit dit stuk dan wel het andere stuk waarnaar zij heeft verwezen niet het vertrouwen heeft kunnen ontlenen dat in het gebied een voetgangerszone zal worden ingesteld met plaatsing van het bord G07zb. Dit geldt eveneens voor het overleg door de ondernemingsvereniging met twee wethouders eind 2022. Van een concrete toezegging aan eiseres is immers niet gebleken. Voor zover eisers wijst op vergelijkbare straten binnen de gemeente waar verweerder wel heeft gekozen voor een voetgangerszone, heeft verweerder er op zitting terecht op gewezen dat dit geen gelijke gevallen betreft. De Zoutmanstraat kent een meer klassieke opdeling van de weg, terwijl de straten in de binnenstad waarnaar eiseres verwijst, een ander straatbeeld hebben en anders zijn ingericht om voetgangers een vooraanstaande rol te geven.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.K.S. Mollen, rechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 november 2024.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.K.S. Mollen

Griffier

  • mr. E. van den Nieuwendijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?