RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.54549
V-nummer: [v-nummer]
geboren op [geboortedatum] 1999, van Iraanse nationaliteit, verzoekster
(gemachtigde: mr. G. Tuenter),
en
(gemachtigde: mr. D.A.M. Frieser).
Procesverloop
Bij besluit van 6 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen, omdat Spanje hiervoor verantwoordelijk is.
Verzoekster heeft op 7 november 2025 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij niet wordt overgedragen aan Spanje totdat op het beroep is beslist. Op dezelfde datum heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep, op 16 december 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Ook waren ter zitting aanwezig de moeder en de broer van verzoekster en F. Abazade, als tolk in de taal Farsi.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter, indien beroep is ingesteld, een voorlopige voorziening treffen wanneer onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. De rechtbank heeft aanleiding gezien om het onderzoek in de zaak in beroep te heropenen, om verzoekster in de gelegenheid te stellen om stukken die haar psychische gesteldheid onderbouwen naar verweerder te sturen, en indien verweerder dat nodig acht, het Bureau Medische Advisering daarover te laten adviseren.
3. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Spanje totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
4. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte kosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1814,-- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt € 907,-- en een wegingsfactor 1)
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, voorzieningenrechter,
in aanwezigheid van L. Verkoeijen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.