ECLI:NL:RBDHA:2024:24014

ECLI:NL:RBDHA:2024:24014

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-08-2024
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer NL24.29196
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

De minister heeft in de medische situatie van eiser geen aanleiding hoeven zien om over te gaan tot een lichter middel dan bewaring.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser,

de Minister van Asiel en Migratie, de minister,

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.29196

(gemachtigde: mr. D. Matadien),

en

(gemachtigde: mr. M. Lorier).

Procesverloop

Bij besluit van 19 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 5 augustus 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen D. Ochieng. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Gambiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1998.

Ophouding

2. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij ten onrechte is opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw 2000. Hij meent dat er documenten nodig waren om zijn identiteit vast te stellen.

3. De beroepsgrond slaagt niet. Indien de identiteit van de vreemdeling onmiddellijk kan worden vastgesteld en indien blijkt dat hij geen rechtmatig verblijf heeft, mag hij op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw 2000 worden opgehouden. Deze situatie is naar het oordeel van de rechtbank van toepassing op eiser. Blijkens het proces-verbaal van staandehouding/overbrenging/ophouding is eiser immers staande gehouden in het asielzoekerscentrum waar hij verbleef omdat uit de informatie van DT&V is gebleken dat hij niet of onvoldoende medewerking heeft verleend aan het opgelegde terugkeerbesluit.

Gronden maatregel en onttrekkingsrisico

4. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb 2000), als zware gronden vermeld dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;en als lichte gronden vermeld dat eiser:4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 heeft gehouden;4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.

5. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister hem de gronden van de maatregel ten onrechte heeft tegengeworpen omdat er sprake is van een weerlegbaar rechtsvermoeden met betrekking tot het risico op onttrekking. Hij wijst in dit verband op zijn vluchtelingschap en zijn medische omstandigheden. Niet alleen is eiser in behandeling maar is sprake van dusdanige stoornissen, in combinatie met de vrees om zijn leven kwijt te raken, dat hij in alle redelijkheid niet in bewaring had kunnen worden gesteld. De minister heeft dit onvoldoende meegenomen. Eiser meent dat uit de door hem aangevoerde omstandigheden kan worden afgeleid dat hij zich niet zal onttrekken. De gronden kunnen om die reden dan ook niet leiden tot een onttrekkingsrisico. Ten aanzien van de lichte gronden heeft eiser er nog op gewezen dat hij afhankelijk is van de overheid en er geen belang bij heeft om zich te onttrekken. Hij is ook aangehouden in het asielzoekerscentrum waar hij verbleef.

6. De rechtbank stelt in het kader van de ambtshalve toetst waartoe zij gelet op de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 13 december 2022, ECLI:EU:C:2022:858 is gehouden allereerst vast dat de grond onder 4e niet aan de maatregel van bewaring ten grondslag kan worden gelegd. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 25 maart 20202, ECLI:NL:RVS:2020:829) moeten strafbare feiten zijn gerelateerd aan de terugkeer of uitzetting van de vreemdeling om aanleiding te kunnen geven voor de conclusie dat er een risico is op onttrekking aan of belemmering van de uitzetting, of het onttrekken aan het toezicht.

7. Voor wat betreft de gronden die eiser heeft aangevoerd, stelt de rechtbank vast dat hiermee de feitelijke juistheid van de zware gronden niet is betwist. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:829) kan bij deze zware gronden in het algemeen worden volstaan met een feitelijke toelichting. De feitelijke juistheid van die zware gronden geeft in beginsel grond om aan te nemen dat aan het vereiste van een risico op onttrekking is voldaan. Een nadere toelichting waarom uit deze zware gronden een risico op onttrekking volgt is daarom niet vereist. Dit betreft een weerlegbaar rechtsvermoeden. Eiser heeft dit rechtsvermoeden niet weerlegd. Dat eiser vluchteling is en medische problemen heeft doet niet af aan het onttrekkingsrisico dat blijkt uit de omstandigheid dat hij Nederland zonder geldig reisdocument ingereisd, met onbekende bestemming is vertrokken, zich niet heeft gehouden aan zijn meldplicht, geen gevolg heeft gegeven aan het aan hem opgelegde terugkeerbesluit, geen actie heeft ondernomen om vervangende documenten te bemachtigen, in andere lidstaten andere personalia opgegeven en dat hij heeft verklaard niet terug te willen keren naar Gambia.

8. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de hiervoor besproken zware gronden, in onderlinge samenhang bezien en met de gegeven motivering, voldoende om aan te nemen dat een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De lichte gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd behoeven daarom geen bespreking meer.

Lichter middel

9. Voor zover eiser zich op het standpunt dat de minister vanwege zijn medische situatie had dienen te volstaan met een lichter middel dan bewaring, overweegt de rechtbank als volgt.

10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich, gelet op de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd, terecht op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij heeft te gelden dat de gronden het ernstige vermoeden rechtvaardigen dat een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. In de maatregel heeft de minister de door eiser naar voren gebrachte lichamelijke en psychische problemen en zijn medicatiegebruik betrokken. Ook is betrokken dat eiser voorafgaand aan zijn inbewaringstelling suïcidale uitingen heeft gedaan. Hierover is in de maatregel opgenomen dat eiser een intake krijgt bij de medische dienst en dat deze zal beoordelen in hoeverre eiser medische zorg nodig heeft en hier voor zorgdragen. Er is niet gebleken van medische omstandigheden die de bewaring belemmeren. Ten aanzien van de medische zorgverlening in detentie is gesteld dat deze gelijkwaardig is aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij. Voor personen met psychische problemen die zich met moeite kunnen handhaven is in detentie gespecialiseerde zorg aanwezig. Indien er gevaar voor suïcide dreigt is er in detentie een Extra Beveiligde Zorgafdeling aanwezig. In eisers medische situatie heeft de minister dan ook geen aanleiding hoeven zien om te volstaan met een lichter middel dan bewaring.

Tenuitvoerlegging van de maatregel

11. Vervolgens voert eiser aan dat de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring niet voldoet aan de eisen die eraan gesteld mogen worden op grond van artikel 16, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn.

12. Ook dit betoog kan eiser niet baten. Zoals de Afdeling heeft overwogen bij uitspraak van 21 juli 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2103) kan het detentiecentrum in Rotterdam worden aangemerkt als speciale inrichting voor bewaring als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het regime waaraan hij in het detentiecentrum is onderworpen evident in strijd is met fundamentele rechten. Eiser heeft zijn stelling dat hij geen toegang heeft tot medische zorg immers niet onderbouwd. Gelet hierop ziet de rechtbank geen grond om eiser in zijn betoog te volgen. Indien eiser problemen ervaart met betrekking tot zijn detentieomstandigheden of de wijze waarop feitelijk uitvoering wordt gegeven aan het regime binnen het detentiecentrum dient hij hierover te klagen in het detentiecentrum.

Zicht op uitzetting

13. Eiser voert tot slot aan dat er geen zicht op uitzetting naar Gambia bestaat binnen een redelijke termijn. Hij voert daartoe aan dat hij afkomstig is uit Zambia. Eiser wijst in dit verband op het vertrekgesprek van 30 juli 2024.

14. In hetgeen eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen grond voor de conclusie dat geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister terecht geconcludeerd dat er voldoende aanknopingspunten zijn om het uitzettingstraject te richten op Gambia. Dit is immers waar eiser tot het vertrekgesprek van 30 juli 2024 heeft verklaard, ook bij zijn asielaanvraag, vandaan te komen. De enkele niet onderbouwde stelling dat hij uit Zambia komt, maakt dan ook niet dat de minister thans zijn pijlen niet meer op Gambia kan richten. Nu de Gambiaanse autoriteiten niet hebben verklaard dat zij niet voornemens zijn een lp aan eiser te vertrekken, ziet de rechtbank niet in dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Gambia ontbreekt.

Conclusie

15. Gezien het voorgaande ziet de rechtbank in wat eiser heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de oplegging of het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Voor zover de rechtmatigheid van de bewaring aan het ambtshalve oordeel van de rechtbank is onderworpen ziet de rechtbank evenmin grond om de bewaring onrechtmatig te achten.

16. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.O.Y. Elagab, rechter, in aanwezigheid van C. van Osch, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 9 augustus 2024

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?