RECHTBANK Den Haag
Team handel
zaaknummer C/09/661370 / rolnummer: HA ZA 24-156
Vonnis van 20 maart 2024
in de zaak van
DSOLUTION.BIZ B.V. te Rotterdam,
eiseres,
advocaat: mr. W.B.J. van Overbeek te Amsterdam,
tegen
de vennootschap naar Canadees recht
INTELISYS AVIATION NORTH AMERICA INC. te Saint John, New Brunswick, Canada,
gedaagde,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 8 november 2023, tegen de eerste roldatum van 14 februari 2024;
de akte houdende producties, met de producties 1-42;
het tegen gedaagde verleende verstek.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2. De beoordeling
Voor de ingestelde vorderingen en de daartoe gestelde feiten verwijst de rechtbank, gelet op artikel 230 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kortheidshalve naar de aan dit verstekvonnis gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding.
Gelet op het internationale karakter van de zaak moet de rechtbank eerst ambtshalve beoordelen of zij rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is.
De rechtbank dient de rechtsmacht te beoordelen aan de hand van de Brussel I bis Verordening (hierna: Brussel I bis) nu sprake is van een rechtsverhouding met internationale aspecten, de hoofdvordering is ingesteld na 10 januari 2015 en de zaak valt binnen het materieel toepassingsgebied van deze verordening.
Eiseres beroept zich op de forumkeuze voor deze rechtbank in artikel 8, laatste volzin, van de Master Agreement, op welke overeenkomst eiseres haar vorderingen baseert. Deze forumkeuze moet ingevolge artikel 6 lid 1 Brussel I bis worden getoetst aan de vereisten van artikel 25 Brussel I bis. De rechtbank is van oordeel dat aan deze vereisten is voldaan, nu partijen bij schriftelijke overeenkomst deze rechtbank als exclusief bevoegd gerecht hebben aangewezen.
Het toepasselijk recht moet worden beoordeeld aan de hand van de Rome I verordening, omdat de Master Agreement is gesloten na 17 december 2009. De rechtbank is van oordeel dat de rechtskeuze in artikel 8, eerste volzin, van de Master Agreement voor Nederlands recht voldoet aan artikel 3 lid 1 Rome I. Dit leidt ertoe dat Nederlands recht van toepassing is.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal het (primair) gevorderde worden toegewezen zoals uitgewerkt in de beslissing.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 106,74
- griffierecht € 688,00
- salaris advocaat € 614,00 (1 punt × tarief à € 614)
- nakosten € 178,00 (met de in de beslissing genoemde _____________ eventuele verhoging)
totaal € 1.586,74
De over de proceskosten gevorderde rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
3. De beslissing
De rechtbank
verklaart voor recht dat de Master Agreement tussen partijen per 1 augustus 2023 voor een periode van drie jaar is verlengd aangezien deze niet rechtsgeldig tijdig door
gedaagde tot een einde is gebracht via een bericht van niet-verlenging en dat gedaagde zich ten onrechte heeft gedragen alsof deze overeenkomst wel tot een einde was gekomen;
verklaart voor recht dat de op basis van de Master Agreement ontstane verplichting van gedaagde tot betaling van licentievergoedingen aan eiseres per 1 augustus 2023 doorloopt totdat de onderliggende service agreement tussen gedaagde en haar klanten rechtsgeldig zal zijn geëindigd;
veroordeelt gedaagde tot betaling van schadevergoeding aan eiseres, inclusief de
afdracht van genoten winst op de verkoop door gedaagde van haar eigen interlining softwareapplicatie, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
vermeerderd met wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2023 tot aan de dag van betaling, wegens de hiervoor onder 3.1 beschreven toerekenbare tekortkoming;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van eiseres van € 1.586,74, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde € 92 extra aan nakosten betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening van de proceskosten;
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen onder 3.3 en met 3.4 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.
Type: 1554