ECLI:NL:RBDHA:2024:24042

ECLI:NL:RBDHA:2024:24042

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-02-2024
Datum publicatie 06-10-2026
Zaaknummer SGR 21/8019
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

In deze zaken hebben verweerders beslist op de verzoeken om kwantitatieve gegevens te verstrekken over de inzet door de AIVD en MIVD van de aan hen toegekende bevoegdheden. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard en is daarbij ingegaan op het EVRM, de Wiv 2017 als de van toepassing zijnde wet, de weigering van gegevens in het belang van de nationale veiligheid, afwezigheid van gegevens en verstrekking van gegevens op alternatieve wijze.

Uitspraak

uitspraak van de meervoudige kamer van 7 februari 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

en

de minister van Defensie,

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties,

samen aangeduid als verweerders

(gemachtigde: mr. E.C. Pietermaat).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen de (gedeeltelijke) afwijzing van zijn verzoek om het openbaar maken van gegevens door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (SGR 21/8029) en de minister van Defensie (SGR 21/8019).

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft eisers verzoek met het besluit van 20 januari 2021 afgewezen. Met het bestreden besluit van 3 november 2021 heeft de minister alsnog een deel van de gevraagde informatie verstrekt en eisers bezwaar (gedeeltelijk) gegrond verklaard en daarmee het besluit van 20 januari 2021 deels herroepen.

De minister van Defensie heeft eisers verzoek met het besluit van 11 februari 2021 afgewezen. Met het bestreden besluit van 1 november 2021 heeft de minister alsnog een deel van de gevraagde informatie verstrekt en eisers bezwaar (gedeeltelijk) gegrond verklaard en het besluit van 11 februari 2021 deels herroepen.

Eiser heeft tegen beide bestreden besluiten beroep ingesteld.

De minister van Defensie heeft voor een deel van de op de zaak betrekking hebbende stukken verzocht dat uitsluitend de rechtbank daarvan kennis neemt.Eiser heeft de rechtbank toestemming gegeven om kennis te nemen van deze stukken.

Verweerders hebben met verweerschriften gereageerd op de beroepen van eiser.

De rechtbank heeft de beroepen van eiser gevoegd behandeld op de zitting van 28 november 2023. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerders.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser heeft op 17 oktober 2020 verweerders verzocht om hem kwantitatieve gegevens te verstrekken over de inzet door de AIVD en MIVD (de diensten) van de aan hen toegekende bevoegdheden, de communicatie met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de samenwerkingsrelaties met andere landen. Specifiek wil eiser over de periode van 2012 tot en met 2022 weten:

- hoe vaak de diensten de bevoegdheden hebben ingezet, hoe vaak dit betrekking had (direct of indirect) op een Nederlandse staatsburger, rechter, advocaat, parlementariër, een persoon met een (medisch) beroepsgeheim en journalist en hoe vaak de informatie hieruit is gedeeld met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten;

3. Met de primaire besluiten hebben verweerders eiser verwezen naar hun websites waarop gepubliceerd is hoe vaak de tapbevoegdheid per jaar wordt ingezet en medegedeeld dat het aantal samenwerkingsrelaties met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten meer dan 100 is gelet op de wegingsnotities. Voor de rest is eisers verzoek om gegevens door verweerders afgewezen, omdat inzage in deze gegevens de nationale veiligheid kan schaden. Een specificering van de inzet van de tapbevoegdheid in de door eiser genoemde groepen personen geeft volgens verweerders (te veel) inzicht in hun werkwijze en kan zo de nationale veiligheid schaden. Dit geldt ook voor het onderzoeksopdrachtgericht onderzoek doen naar communicatie, omdat dit een bevoegdheid is met een grote reikwijdte waarvan de inzet een groot strategisch karakter kent. Inzicht in of en hoe vaak deze bevoegdheid wordt ingezet, betekent te veel inzicht in de methodiek en capaciteit van de diensten. Ook het verstrekken van kwantitatieve gegevens over de inzet van de andere bevoegdheden hebben verweerders geweigerd, omdat dit een totaalbeeld oplevert van de actuele werkwijze van de diensten en daarom de nationale veiligheid kan schaden. Dat andere Europese landen gegevens publiceren over de inzet van hun bevoegdheden, betekent niet dat verweerder een verplichting heeft om deze gegevens ook te verstrekken. Binnen de Europese Unie is de bescherming van de nationale veiligheid de uitsluitende verantwoordelijkheid van elke lidstaat zelf. Tot slot hebben verweerders ook geweigerd om gegevens te verstrekken over hoe vaak de diensten gegevens hebben ontvangen van buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten per land, vanwege de nationale veiligheid en bronbescherming. Indien bronnen niet worden beschermd, kan dit ten koste gaan van de bereidheid van buitenlandse diensten om onderling gegevens uit te wisselen. Dit kan de nationale veiligheid schaden.

4. Verweerders hebben het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard en de primaire besluiten deels herroepen door alsnog het totaalaantal van formeel ingekomen schriftelijke berichten van buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten per jaar te verstrekken tot en met 2020. De minister van Defensie heeft daarbij opgemerkt dat de MIVD het aantal formeel ingekomen schriftelijke berichten pas sinds eind 2013 bijhoudt. Daarom zijn er geen gegevens over 2012 en valt het aantal voor het jaar 2013 laag uit. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft opgemerkt dat de AIVD over de jaren 2012 en 2013 geen cijfers heeft.

Waarom is eiser het niet eens met verweerders?

5. Eiser stelt dat verweerders hem de gevraagde gegevens moeten verstrekken. Bij de beoordeling van zijn verzoek hebben verweerders met enkel de Wiv 2017 een te beperkt toetsingskader gebruikt, omdat ook het EVRM, de Grondwet, de Wob en de Awb van toepassing zijn. Delen van de Wiv 2017 zijn in strijd met het EVRM en moeten buiten toepassing worden gelaten. Met de weigering om de gevraagde informatie te verstrekken, schenden verweerders het recht van eiser op informatie, wat een onderdeel is van het recht op vrijheid van meningsuiting. Zijn verzoek voldoet aan de criteria om een rechtstreeks beroep te doen op dit recht. De gevraagde gegevens dragen bij aan het maatschappelijk debat over de diensten en bevorderen de controle op de diensten. Het belang van deze informatie voor het maatschappelijk debat wordt ondersteund door Bits of Freedom en het feit dat de Wiv 2017 wordt geëvalueerd. Het gaat daarbij om feitelijke informatie, waarvan niet is gebleken dat het er niet is. De weigering om de gevraagde gegevens te verstrekken, is volgens eiser ook een onrechtvaardigde inmenging op het recht op privé-, familie- en gezinsleven van Nederlandse staatburgers, omdat publieke controle onvoldoende is gewaarborgd. Het is volgens hem niet voldoende dat de gevraagde gegevens worden gedeeld met de toezichthouders, de TIB en CTIVD. Deze toezichthouders oefenen hun taak niet onbelemmerd uit, omdat de diensten de toezichthouders in hun functie kunnen beperken doordat de diensten kunnen voorkomen dat de toezichthouders bepaalde gegevens openbaar maken. Daar komt bij dat ook de toezichthouders vinden dat de diensten meer gegevens over de inzet van de bevoegdheden openbaar kunnen maken en landen als België, Engeland en Frankrijk dit soort gegevens wel openbaar maken. Dat aan deze omstandigheden gewicht toekomt blijkt uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter.

6. Verweerders hebben volgens eiser verder onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat het verstrekken van de gevraagde gegevens daadwerkelijk inzicht biedt in hun actuele kennisniveau en werkwijze waar kwaadwillende derden hun voordeel mee kunnen doen. Niet is gebleken dat dit risico meer dan hypothetisch is, doordat verweerders niet inzichtelijk hebben gemaakt hoe derden hun gedrag zullen aanpassen op basis van deze gegevens. Ook hebben zowel de toezichthouders als de hoogste bestuursrechter in het verleden het niet aannemelijk gevonden dat derden hun gedrag aanpassen enkel op basis van kwantitatieve cijfers. Daar komt bij dat verweerders dit argument willekeurig gebruiken, omdat de jaarverslagen van de diensten concrete voorbeelden bevatten van ingezette bevoegdheden bij bepaalde specifieke personen. Eiser wijst erop dat zijn verzoek ook de openbaarmaking omvat van de weggelakte gegevens in het toezichtrapport van de CTIVD van augustus 2013 en de voortgangsbrief van de TIB van november 2018. Verweerders zijn bevoegd om deze informatie openbaar te maken omdat deze informatie bij hen berust en op hun verzoek geheim is gehouden.

7. Specifiek over de bevoegdheid in artikel 48 van de Wiv 2017 (onderzoeksopdrachtgericht onderzoek van communicatie) merkt eiser op dat de motivering dat deze bevoegdheid een groot strategisch karakter heeft een willekeurig argument is. Dit argument is niet gebruikt in de procedure bij de tapbevoegdheid, die heeft geresulteerd in de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 20 december 2017, terwijl dat toen het enige argument kon zijn. Ook betwist eiser dat het verstrekken van kwantitatieve gegevens over de inzet van deze bevoegdheid inzicht geeft in het strategisch gebruik.

8. Voor zover verweerders stellen dat er bij de diensten geen statistieken beschikbaar zijn van gegevens die zijn ontvangen van buitenlandse diensten die zien op specifieke groepen personen, hebben verweerders dit niet deugdelijk gemotiveerd. Het had op de weg van verweerders gelegen om inzichtelijk te maken welke zoekslagen zij hebben verricht.

9. In het geval het verstrekken van de gevraagde gegevens toch een reëel risico oplevert voor de nationale veiligheid had verweerder een belangenafweging moeten maken. Daarbij had verweerder de positieve effecten van de gegevensverstrekking moeten afwegen tegen de vraag hoe concreet en toetsbaar het verstrekken van de gegevens de nationale veiligheid zal schaden. Verweerder heeft dit ten onrechte niet gedaan. Tot slot is het bestreden besluit niet proportioneel omdat verweerder heeft nagelaten te onderzoeken of hij de gegevens op een andere wijze had kunnen verstrekken, zoals door een selectie van de gevraagde gegevens te verstrekken of door bij het verstrekken van de gegevens bandbreedtes te hanteren.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

EVRM

10. Uit rechtspraak van de Europese rechter en de hoogste nationale bestuursrechter volgt dat public watchdogs, zoals journalisten, bloggers, wetenschappers en ngo’s, een rechtstreeks beroep kunnen doen op het recht op inlichtingen, wat onderdeel is van het recht op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid (artikel 10 van het EVRM), om documenten van de overheid te verkrijgen als zij deze nodig hebben voor hun werk. Het recht op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid vereist niet dat alle informatie verstrekt wordt of openbaar wordt gemaakt en biedt lidstaten de mogelijkheid bij wet beperkingen te verbinden aan het verstrekken dan wel openbaar maken van gegevens en documenten.

11. De hoogste bestuursrechter heeft over de Wob – een wet die wat openbaarmakingsregiem vergelijkbaar is met de Wiv 2017 – geoordeeld dat met de weigeringsgronden in die wet inmenging in het recht om inlichtingen van de overheid te ontvangen bij wet is voorzien. In het algemeen mag ervan uit worden gegaan dat de wetgever bij het formuleren van weigeringsgronden voorziet in beperkingen die noodzakelijk zijn in een democratische samenleving en daarmee één of meer van de belangen dient genoemd in artikel 10, tweede lid, van het EVRM. De hoogste bestuursrechter heeft geoordeeld dat de weigeringsgronden in de Wob strekken ter bescherming van één of meer van deze belangen. Dit uitgangspunt staat er evenwel niet aan in de weg dat een verzoeker kan aangeven dat en waarom in zijn concrete situatie aan dit uitgangspunt niet kan worden vastgehouden. Het ligt dan op de weg van de verzoeker om aannemelijk te maken dat sprake is van zeer bijzondere omstandigheden die meebrengen dat, ondanks de toepassing van de Wob, de uitoefening van het recht om inlichtingen te ontvangen wordt belemmerd zonder rechtvaardiging op grond van artikel 10, tweede lid, van het EVRM. Hoewel deze rechtspraak ziet op de Wob, is het naar het oordeel van de rechtbank ook toepasbaar op de Wiv 2017, omdat de openbaarmakingsregiems vergelijkbaar zijn.

12. Verweerder heeft geweigerd de gevraagde gegevens te verstrekken in het belang van de nationale veiligheid. De nationale veiligheid is een belang neergelegd in artikel 10, tweede lid, van het EVRM, op grond waarvan het recht op inlichtingen ingeperkt mag worden. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zich zeer bijzondere omstandigheden voordoen die maken dat van een ongerechtvaardigde belemmering sprake is. Eiser heeft gesteld dat hij een ‘public watchdog’ is en het maatschappelijk debat belang heeft bij openbaarmaking van de gevraagde gegevens. Dat zijn geen zeer bijzondere omstandigheden, waarbij van belang is dat controle op de inzet van de bevoegdheden door de diensten voor- en achteraf wordt uitgeoefend door bij wet ingestelde toezichthouders. Er bestaat daarom geen reden om de Wiv 2017 buiten toepassing te laten, nu niet gebleken is dat de toepassing van de Wiv 2017 in dit geval strijd oplevert met eisers recht op inlichtingen op grond van artikel 10 van het EVRM.

13. Van een ongerechtvaardigde inmenging in eisers recht op privéleven door het niet verstrekken van de door hem verzochte gegevens is ook geen sprake. De door eiser aangehaalde Europese rechtspraak kan eiser niet baten, omdat in die zaken sprake was van een overheid die actief handelde. Van vergelijkbare situaties is daarom geen sprake. Daar komt bij dat, in tegenstelling tot eisers betoog, de diensten gecontroleerd worden door toezichthouders die bij wet zijn ingesteld en die in het openbaar rapporteren, zodat publieke controle kan worden uitgeoefend.

Wiv 2017

14. De Wiv 2017 bevat een regeling voor kennisname van gegevens over een bestuurlijke aangelegenheid die door of ten behoeve van de diensten worden verwerkt. Verweerders zijn bevoegd om een besluit te nemen over het verstrekken van gegevens die door of ten behoeve van de diensten zijn verwerkt. Als om de verstrekking van dergelijke gegevens wordt verzocht, is uitsluitend de Wiv 2017, en dus niet de Wob, van toepassing. Dit betekent dat eisers betoog dat verweerder bij het beoordelen van zijn verzoek rekening had moeten houden met de Wob geen doel treft. Voor zover eisers verzoek ziet op informatie bij de toezichthouders, stelt verweerder terecht dat ook voor deze stukken de Wiv 2017 van toepassing is en niet de Wob. Deze stukken zijn afkomstig van de diensten en dus door of ten behoeve van de diensten verwerkt.

Weigering in belang van de nationale veiligheid

15. Verweerders hebben op zitting toegelicht dat, hoewel de kwantitatieve gegevens over de inzet van de bevoegdheden door de diensten niet aanwezig zijn, deze voor een deel makkelijk te produceren zijn. Daarom hebben verweerders niet volstaan met de enkele mededeling dat de gegevens er niet zijn, maar hebben zij het verzoek op inhoudelijke gronden geweigerd, namelijk dat verstrekking van deze gegevens de nationale veiligheid zou kunnen schaden.

16. De diensten kunnen hun wettelijke taak uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief uitoefenen. Daarom moeten de diensten hun bronnen en actuele werkwijzen geheim kunnen houden. Het geven van inzicht daarin gaat ten koste van het goed functioneren van de diensten en daarmee ten koste van de bescherming van de nationale veiligheid, de reden waarom de diensten zijn opgericht. Wanneer verweerders met een beroep op de weigeringsgronden kennisneming van gegevens weigeren, moet het besluit een op de aanvraag toegesneden motivering bevatten. Daarbij mag van verweerders worden verwacht dat zij per document of onderdeel daarvan aangeven welke bron is beschermd en/of welke werkwijze wordt beschermd, en zo nodig waarom die bron en/of die werkwijze beschermd moet worden. Duidelijk moet zijn waarom de nationale veiligheid in gevaar wordt gebracht als de betrokkene kennis neemt van die documenten. Als deze motivering – vanwege het staatsgeheime karakter – niet gedeeld kan worden met degene die het inzageverzoek heeft gedaan, moet voor de betrokkene alsnog enigermate inzichtelijk worden gemaakt op welke grond de gegevens worden geweigerd.

17. De wettelijke taak van de diensten en de tekst van de weigeringsgrond maken dat verweerder terecht de door eiser gevraagde gegevens heeft geweigerd. Een aanvraag om het verstrekken van gegevens wordt afgewezen als dit de nationale veiligheid zou kunnen schaden. Uit rechtspraak volgt dat verweerders elk risico dat de nationale veiligheid kan schaden dat niet louter hypothetisch is, moet vermijden door de verzochte gegevens niet te verstrekken. Kortom, deze weigeringsgrond is absoluut geformuleerd. Daar komt bij dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze wet (en zijn voorganger) blijkt dat het uitgangspunt is dat door de diensten verwerkte gegevens in beginsel geheim dienen te blijven en de wet een gesloten systeem van openbaarmaking kent.Voor een belangenafweging, zoals eiser bepleit, bestaat dus geen ruimte. Dat de Memorie van Toelichting bij de Wiv 2017 vermeldt dat bij de parlementaire controle het uitgangspunt ‘openbaar, tenzij’ is, maakt het bovenstaande niet anders. Eisers verzoek ziet namelijk niet op informatie verstrekt in het kader van de parlementaire controle. Dat andere Europese landen gegevens openbaar maken, betekent ook niet dat verweerders eiser de gevraagde gegevens hadden moeten verstrekken. Binnen de Europese Unie is de nationale veiligheid de uitsluitende verantwoordelijkheid van elke lidstaat zelf. Dit betekent dat elk land aan de hand van het daar geldende recht beoordeelt of gegevens verstrekt kunnen worden. Voor zover de toezichthouders bepleiten dat er meer informatie moet worden verstrekt, doet dit niet af aan het feit dat de wetgever deze bevoegdheid bij verweerders heeft neergelegd en niet bij de toezichthouders en het feit dat de gebruikte weigeringsgrond een absoluut karakter heeft.

18. Daarnaast hebben verweerders deugdelijk gemotiveerd dat het verstrekken van de door eiser gevraagde kwantitatieve gegevens niet een louter hypothetisch risico oplevert voor de nationale veiligheid. Daarbij heeft de rechtbank kennisgenomen van de door verweerder ingebrachte stukken waar uitsluitend zij kennis van mocht nemen. Niet in geschil is dat met het verstrekken van de gevraagde kwantitatieve gegevens inzicht wordt verkregen in hoe vaak de diensten hun bevoegdheden aanwenden. Omdat eisers verzoek ziet op alle bevoegdheden van beide diensten, is het aannemelijk dat kwaadwillende derden een totaalbeeld, of in ieder geval te veel inzicht, kunnen krijgen in de werkwijzen en het actuele kennisniveau van de diensten. Dit geldt ook voor het verstrekken van gegevens van een selectie van de bevoegdheden. Eventueel in combinatie met andere openbare informatie, zoals de personele capaciteit van de diensten, is het niet onaannemelijk dat kwaadwillende derden hun handelswijzen hierop zullen aanpassen. Dit risico is niet louter hypothetisch, omdat in het geval een bevoegdheid niet of nauwelijks wordt ingezet dit voor kwaadwillende derden reden kan zijn om hun handelswijzen aan te passen of juist voort te zetten. Juist het weten of een bevoegdheid niet of nauwelijks wordt ingezet zou waardevol kunnen zijn voor kwaadwillende derden. Zeker als deze informatie nader gespecificeerd wordt in specifieke groepen personen, omdat daarmee direct duidelijk wordt of een bepaalde groep wel of niet onderwerp van onderzoek is. In tegenstelling tot eiser is de rechtbank van oordeel dat de motiveringsplicht van verweerders niet zover strekt dat zij aannemelijk moeten maken dat het openbaar maken van deze gegevens daadwerkelijk tot gevolg heeft dat kwaadwillende derden hun gedrag aanpassen.

19. De uitspraak van de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken van 20 december 2017 over het verstrekken van kwantitatieve gegevens over de inzet van de tapbevoegdheid door de AIVD, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Deze uitspraak ziet namelijk op een verzoek om gegevens over de inzet van één bevoegdheid, terwijl eisers verzoek ziet op gegevens van alle bevoegdheden van beide diensten, zodat inwilliging een totaalbeeld oplevert of in ieder geval een te groot inzicht biedt in de werkwijzen en het actuele kennisniveau van de diensten. Daarbij komt dat bij de tapbevoegdheid al informatie openbaar was, onder meer op verzoek van de Tweede Kamer en in het rapport van de CTIVD, zodat duidelijk was dat deze bevoegdheid ruim werd ingezet.

20. Dat de jaarverslagen van de diensten voorbeelden bevatten van de inzet van bevoegdheden ten opzichte van bepaalde groepen mensen, geeft geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Deze voorbeelden dienen als illustratie van de werkzaamheden van de diensten en de opbrengst daarvan, waarbij door de diensten zorgvuldig is afgewogen dat deze voorbeelden geen inzicht geven in de actuele werkwijze van de diensten.

Afwezigheid gegevens

21. Wanneer verweerders stellen dat na onderzoek is gebleken dat bepaalde gegevens niet bij de diensten berusten en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door de diensten die gegevens toch onder de diensten berusten. De geloofwaardigheid van de mededeling dat er geen gegevens zijn, hangt af van hoe grondig er gezocht is naar relevante gegevens. Het is in een dergelijk geval aan verweerder om te motiveren dat op elke redelijkerwijs mogelijke manier in het archief is gezocht.

22. De mededeling van verweerders dat er geen kwantitatieve gegevens zijn van hoe vaak de diensten over de door eiser genoemde groepen personen formele schriftelijke berichten hebben ontvangen van buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten, is naar het oordeel van de rechtbank geloofwaardig. De diensten hebben gemeld dat zij niet registreren welke inkomende berichten van buitenlandse diensten zien op de door eiser genoemde groepen personen (Nederlandse staatsburgers, rechters, advocaten, parlementariërs, personen met een (medisch) beroepsgeheim of journalisten) en dat dit soort gegevens doorgaans niet in een inkomend bericht van een buitenlandse dienst staan. Er bestaat geen aanleiding om aan deze informatie te twijfelen. Eiser heeft ook geen concrete aanknopingspunten aangedragen om hieraan te twijfelen.

Verstrekking gegevens op alternatieve wijze

23. Verweerders hoefden de gegevens ook niet in bandbreedtes aan eiser te verstrekken. Verweerders hebben eiser medegedeeld dat deze informatie niet in bandbreedtes aanwezig is en dus gemaakt zouden moeten worden. De Wiv 2017 kent geen verplichting om documenten te vervaardigen. Verweerders hebben daarom terecht ook dit deel van eisers verzoek geweigerd.

Conclusie en gevolgen

24. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat verweerders niet meer gegevens hoefden te verstrekken aan eiser dan zij al hebben verstrekt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, voorzitter, en mr. M.D. Gunster en mr. H.G. Molenaar-Geurtsen, leden, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2024.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage

Eiser heeft in zijn verzoek onderstaande in de Wiv 2017 opgenomen bevoegdheden van de diensten genoemd:

- observeren en volgen (artikel 40),

- inzet van agenten (artikel 41),

- doorzoeken van besloten plaatsen en gesloten voorwerpen en het verrichten van onderzoeken aan een voorwerp gericht op de vaststelling van de identiteit van een persoon (artikel 42),

- DNA-onderzoek om de identiteit van een persoon vast te tellen of te verifiëren (artikel 43),

- openen van brieven en andere correspondentie (artikel 44),

- verkennen van en binnendringen in geautomatiseerde werken (artikel 45),

- onderzoek van communicatie met betrekking tot specifieke personen, organisaties en nummers dan wel technische kenmerken (artikel 47),

- onderzoeksopdrachtgericht onderzoek van communicatie (artikel 48),

- informatieverzoeken en medewerkingsplicht met betrekking tot telecommunicatiegegevens (artikel 54),

- medewerkingsplicht bij ontsleuteling communicatie (artikel 57), en

- bevorderen of treffen van maatregelen ter bescherming van de belangen van de diensten (artikel 73).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand