RECHTBANK
Team Handel
Zaaknummer: C/09/658128 / Ha ZA 23-1083
Vonnis van 6 november 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TELEPACT B.V., h.o.d.n. Telecombinatie,
gevestigd te Hoofddorp,
eiser,
hierna te noemen: Telepact,
advocaat: mr. P.J.B. van Deurzen,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de eenmanszaak met de naam [bedrijf] ,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. M.C.V. Dornstedt.
1. De zaak in het kort
[gedaagde] exploiteert een telefoonwinkel en verkoopt telefoonabonnementen en mobiele telefoons aan consumenten. Telepact bemiddelt namens verschillende netwerkoperators zoals KPN, Odido en Vodafone bij het afsluiten van mobiele telefoonabonnementen. [gedaagde] en Telepact hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan [gedaagde] gebruik dient te maken van deze diensten van Telepact. Volgens Telepact heeft [gedaagde] het concurrentiebeding in de overeenkomst geschonden, omdat [gedaagde] de huurovereenkomst van zijn vestigingslocatie en de activa van zijn onderneming heeft overdragen aan Full Service B.V. (hierna: Full Service), een bedrijf dat handelt met een concurrent van Telepact. Deze vordering van Telepact wordt afgewezen, omdat het concurrentiebeding niet zo dient te worden uitgelegd dat het een dergelijke overdracht verbiedt. Telepact wenst ook inzage in de transactie tussen [gedaagde] en Full Service met betrekking tot deze overdracht. Deze vordering wordt bij gebrek aan voldoende rechtmatig belang, tevens afgewezen. Telepact vordert verder betaling door [gedaagde] van twee contractuele boetes, omdat [gedaagde] frauduleus zou hebben gehandeld en bepaalde stukken niet heeft overgedragen. Deze vorderingen worden toegewezen, omdat [gedaagde] tekort is geschoten in de contractuele verplichtingen op grond waarvan de boetes worden gevorderd. De – daarmee samenhangende – door Telepact gevorderde terugbetaling (door verrekening) van reeds betaalde vergoedingen, wordt gedeeltelijk toegewezen.
2. De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:
- de dagvaarding van 29 november 2023, met producties;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van 24 januari 2024;
- de conclusie van antwoord in het incident van 7 februari 2024;
- het tussenvonnis in het incident van 6 maart 2024;
- de conclusie van antwoord van 17 april 2024, met producties;
- het tussenvonnis van 22 mei 2024;
- de akte met aanvullende producties van Telepact van 6 september 2024;
Op 25 september 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij zijn namens eiser verschenen mevrouw [naam] , bijgestaan door mr. P.J.B. van Deurzen. [gedaagde] is verschenen, bijgestaan door mr. M.C.V. Dornstedt. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. Telepact en [gedaagde] hebben pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd. De zittingsaantekeningen van de griffier bevinden zich in het dossier.
3. De feiten
[gedaagde] exploiteerde een winkel voor de verkoop van mobiele telefoons en telefoonabonnementen aan de [adres] .
Telepact is een bemiddelaar tussen aanbieders van mobiele telefoonnetwerken en afnemers daarvan.
In november 2019 hebben partijen een overeenkomst gesloten (hierna: de dealerovereenkomst). Hierin is onder meer het volgende opgenomen (waarbij met ‘dealer’ wordt bedoeld ‘ [gedaagde] ’):
“ Overwegende:
(…)
dat Telecombinatie binnen het kader van deze overeenkomst optreedt als distributeur tussen enerzijds de leveranciers en anderzijds de dealer;
dat dealer een zelfstandige ondernemer c.q. onderneming is die voor eigen rekening en risico handelt;
Artikel 4 Klantnummer & Netwerkdealercode
Telecombinatie kent aan dealer per verkooppunt c.q. vestigingslocatie een klantnummer toe.
Leveranciers kunnen aan Telecombinatie ten behoeve van de dealer ter uitvoering van deze overeenkomst een of meerdere netwerkdealercodes, hierna ook ‘dealercode’ te noemen, ter beschikking stellen. Telecombinatie verstrekt dealer voor de duur van deze overeenkomst een gebruiksrecht op de ter beschikking gestelde netwerkdealercodes.
Artikel 6 Verplichtingen dealer
Dealer is bij de uitvoering van deze overeenkomst verplicht steeds de actuele voorschriften, richtlijnen, instructies en aanwijzingen van de leveranciers en Telecombinatie strikt op te volgen. Deze voorschriften, richtlijnen, instructies en aanwijzingen zijn te vinden op dealersite en staan beschreven in het dealerhandboek. De voorschriften en aanwijzingen kunnen van tijd tot tijd door telecombinatie worden gewijzigd. Dealer erkent dat het zijn eigen verantwoordelijkheid is zich steeds op de hoogte te stellen van de mest recente richtlijnen en vergoedingen.
Dealer is verantwoordelijk voor het strikt naleven van de klantacceptatieprocedures van de verschillende leveranciers. Dealer erkent en aanvaardt dat de partnerhandboeken van tijd tot tijd kunnen wijzigen en zal de dealersite alsmede de sites van de leveranciers daarvoor regelmatig raadplegen. Dealer ziet er onder andere op toe dat de contractsdocumenten volledig en juist worden ingevuld en voorzien zijn van de juiste bescheiden zulks als omschreven in de partnerhandboeken van de leveranciers en richtlijnen van Telecombinatie, onder meer te raadplegen op de dealersite en het dealerhandboek.
(…)
Dealer verbeurt bij overtreding van ieder afzonderlijk lid van dit artikel per overtreding ten behoeve van Telecombinatie een direct opeisbare boete ad € 2.500,- zonder dat ingebrekestelling vereist is. Het vorenstaande laat onverlet het recht van Telecombinatie nakoming te vorderen, vergoeding van de daadwerkelijke schade te vorderen of de overeenkomst vanwege een tekortkoming te ontbinden. Deze boetebepaling is uitdrukkelijk van toepassing indien dealer zich schuldig maakt aan fraude. Het is ter beoordeling van Telecombinatie om te bepalen wat onder de kwalificatie van ‘fraude’ valt.
Artikel 8 Vergoedingen
Telecombinatie betaalt aan dealer een vergoeding, zodra Telecombinatie een vergoeding ontvangt van de leverancier en daarnaast aan de volgende voorwaarden is voldaan:
(…)
ii) dealer heeft de daarvoor benodigde handelingen en activiteiten op juiste wijze verricht conform de richtlijnen van de betreffende leverancier, zulks dat in het bijzonder de klantacceptatieprocedures correct zijn opgevolgd;
(…)
vi) dealer heeft op correcte wijze de originele contracten met eindgebruikers en ondersteunende documenten geadministreerd en opgeslagen.
(…)
Clawback
Onverminderd het recht op schadevergoeding is Telecombinatie gerechtigd om reeds uitbetaalde vergoedingen van dealer terug te vorderen, indien niet aan de voorwaarden van dit artikel (8) is voldaan of de vergoeding(en) door de leveranciers van Telecombinatie worden teruggevorderd, vanwege onder andere a) het niet nakomen van de door de leveranciers gehanteerde voorwaarden, b) de-activatie van de aansluiting, c) fraude of andere onregelmatigheden betreffende de aansluitingen en d) dealer niet voldoet aan de zelfarchiveringsplicht en bepalingen omtrent de opslag van eindgebruikerscontracten. Dealer dient deze teruggevorderde vergoedingen, alsdan zijnde een direct opeisbare vordering van Telecombinatie, op eerste verzoek van Telecombinatie per omgaande aan Telecombinatie te restitueren. Telecombinatie is in deze gevallen gerechtigd alle betalingen aan dealer op te schorten en/of te verrekenen met vorderingen van dealer op Telecombinatie waaronder vorderingen uit hoofde van dit artikel (8). Dit recht van Telecombinatie blijft ook na het einde van deze overeenkomst van kracht.
Artikel 9 Archivering en opslag eindgebruikerscontracten
Dealer dient bij beëindiging van deze overeenkomst en/of zijn activiteiten onverwijld, doch uiterlijk binnen 30 dagen, alle in dit artikel en in het dealershandboek genoemde documenten en bescheiden, inclusief de digitale databestanden, op eerste verzoek aan Telecombinatie ter beschikking te stellen en over te dragen aan Telecombinatie vergezeld van een digitale administratie waardoor contracten snel en eenvoudig kunnen worden opgezocht en/of geraadpleegd door Telecombinatie ten behoeve van de leveranciers.
(…)
Bij overtreding van een van de bepalingen van dit artikel verbeurt dealer ten behoeve van Telecombinatie een onmiddellijk opeisbare boete van € 2.500,- per overtreding en € 1.000,-- per dag dat de overtreding voortduurt. Het vorenstaande laat onverlet het recht van Telecombinatie nakoming te vorderen, vergoeding van de daadwerkelijke schade te vorderen of de overeenkomst vanwege een tekortkoming te ontbinden.
Artikel 11 Non-concurrentie en relatiebeding
Het is dealer uitdrukkelijk niet toegestaan om tijdens de looptijd van deze overeenkomst op enige wijze werkzaam te zijn bij of een overeenkomst te sluiten met een bedrijf gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan dat van Telecombinatie.”
(…)
Dealer heeft voorafgaande schriftelijke toestemming van Telecombinatie nodig om met een leverancier/derde een rechtstreekse samenwerking aan te gaan met betrekking tot diensten en/of producten die onder de reikwijdte van deze overeenkomst vallen.”
In december 2022 tot en met februari 2023 is er bij het afsluiten van 60 contracten met eindgebruikers in de winkel van [gedaagde] een ander telefoontoestel in het digitale administratiesysteem (‘FIT’) (hierna: het systeem) van Telepact geadministreerd dan er in werkelijkheid in de winkel is verkocht.
In de zomer van 2023 heeft [gedaagde] de vestigingslocatie van zijn bedrijf gewijzigd van de [adres] naar het adres van zijn woning.
[gedaagde] heeft in de zomer van 2023 ook een overeenkomst gesloten met Full Service B.V. (hierna: Full Service). Full Service is verbonden aan All Services, een concurrent van Telepact. Vanaf 1 september 2023 is Full Service een telefoonwinkel gaan exploiteren in de winkelruimte aan de [adres] .
Vanaf 1 september 2023 heeft [gedaagde] geen toegang meer tot het systeem van Telepact. [gedaagde] heeft geen telefoons verkocht en abonnementen afgesloten vanaf zijn woonadres.
4. Het geschil
Telepact vordert - samengevat - dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
voor recht verklaart dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de dealerovereenkomst door tijdens de looptijd van de dealerovereenkomst zijn vestigingspunt en onderneming over te dragen aan een concurrent van Telepact;
gebiedt dat [gedaagde] op grond van artikel 843a Rv inzage verstrekt in de zakelijke transactie tussen [gedaagde] en Full Service, zulks dat ten minste alle contractuele documentatie wordt verstrekt waaruit blijkt wat er is overgedragen, zulks binnen 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis en op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per overtreding en € 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt;
[gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 150.000,00 aan boetes aan Telepact op grond van artikel 6.17 van de dealerovereenkomst, binnen twee dagen na betekening van het vonnis;
voor recht verklaart dat Telepact gerechtigd was om € 25.647,00 te verrekenen met [gedaagde] vanwege vergoedingen die Telepact ten onrechte aan [gedaagde] heeft uitgekeerd;
[gedaagde] veroordeelt tot betaling van de boetes op grond van artikel 9.11 van de dealerovereenkomst, te weten een bedrag van € 2.500,00 te vermeerderen met een bedrag van € 1.000,00 per dag vanaf 21 september 2023 tot en met de dag dat alle opgevraagde overeenkomsten zijn ingeleverd;
[gedaagde] veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met rente.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Telepact, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Telepact, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Telepact in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
Het concurrentiebeding
De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een schending van het concurrentiebeding. Telepact wordt evenmin gevolgd in haar standpunt dat het wijzigen van de vestigingslocatie om vervolgens het contractuele vestigingspunt over te dragen aan een concurrent op grond van de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid verboden is. De gevorderde verklaring voor recht wordt daarom afgewezen. Daartoe overweegt zij als volgt.
Aan de gevorderde verklaring voor recht heeft Telepact, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Op grond van artikel 11 van de dealerovereenkomst is het [gedaagde] verboden om tijdens de looptijd van de dealerovereenkomst een overeenkomst te sluiten met een concurrent van Telepact. [gedaagde] heeft zijn onderneming overgedragen aan Full Service. De inhoud en omvang van deze transactie is Telepact onbekend. Full Service heeft wel bevestigd dat zij een “zakelijke transactie” heeft uitgevoerd met [gedaagde] . Per 1 september 2023 drijft Full Service in het oude vestigingspunt van [gedaagde] aan de [adres] , een vergelijkbare onderneming als [gedaagde] drijft. Het interieur lijkt onderdeel te zijn van de overdracht. Telepact is hierover niet geïnformeerd en de toestemming bedoeld in artikel 11.3 van de dealerovereenkomst ontbrak. Telepact kent aan haar dealers per verkooppunt dan wel vestigingslocatie een klantnummer toe, zo volgt uit artikel 4.1. van de dealerovereenkomst. [gedaagde] mocht niet zonder instemming van Telepact zijn locatie wijzigen. Hoewel het niet expliciet is verboden in de dealerovereenkomst, volgt daaruit en meer specifiek uit artikel 11 van de dealerovereenkomst, dat Telepact niet instemt met de overdracht van een vestigingspunt aan een concurrent van Telepact. Langs de lijn van artikel 6:248 lid 1 BW volgt dat redelijkerwijs uit de afspraken die de kern van de samenwerking van partijen bevatten, aldus nog steeds Telepact.
[gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Hij stelt dat hij zijn vestigingspunt niet heeft overdragen maar verplaatst. Het is niet juist dat hij zijn onderneming heeft overgedragen. [gedaagde] heeft slechts de huurovereenkomst voor het winkelpand aan de [adres] overgedragen aan Full Service. Verder heeft [gedaagde] enkele activa verkocht aan Full Service. Hiermee heeft [gedaagde] niet in strijd gehandeld met het concurrentiebeding. Full Service is geen concurrent van Telepact. Full Service is een dealer, die haar aandacht richt op eindgebruikers. Er is geen sprake van een samenwerking als bedoeld in artikel 11.3 van de dealerovereenkomst, zodat [gedaagde] niet op grond van dat artikellid om toestemming hoefde te vragen. Er is in de dealerovereenkomst geen verbod opgenomen om de locatie te wijzigen.
De rechtbank overweegt dat het geschil tussen partijen op dit onderdeel draait om de uitleg van de dealerovereenkomst en in het bijzonder het concurrentiebeding van artikel 11.1. Bij de uitleg van een overeenkomst gaat het niet om uitsluitend de taalkundige betekenis van de tekst, maar om de zin die partijen in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen en om hetgeen ze dienaangaande over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-criterium).
Telepact heeft niet gemotiveerd betwist dat de overeenkomst tussen [gedaagde] en Full Service uitsluitend inhield dat Full Service de activa en de huurovereenkomst van de winkel heeft overgenomen. De rechtbank gaat daar dus vanuit. Naar het oordeel van de rechtbank brengt een redelijke uitleg van concurrentiebeding aan de hand van de hiervoor genoemde maatstaf niet mee dat [gedaagde] in strijd heeft gehandeld met de bepaling. Hoewel artikel 11.1 van de dealerovereenkomst ruim is geredigeerd, volgt daaruit dat het beoogt te voorkomen dat [gedaagde] overeenkomsten sluit met derden waarmee [gedaagde] concurrentie aandoet aan Telepact door bijvoorbeeld in dienst treden bij of door nog een overeenkomst te sluiten met, een bedrijf dat gelijk(soortig) of aanverwant is aan Telepact, waarbij wat betreft dit laatste in het bijzonder gedacht kan worden aan het sluiten van een dealerovereenkomst met een concurrent van Telepact. Het overdragen van de huurovereenkomst en activa aan Full Service, heeft er niet toe geleid dat [gedaagde] op enigerlei wijze concurrentie aandoet aan Telepact. Er is dan ook geen sprake van strijd met het concurrentiebeding.
Gelet op de betwisting door [gedaagde] , heeft Telepact evenmin voldoende toegelicht dat de overeenkomst tussen [gedaagde] en Full Service een samenwerking inhoudt als bedoeld in artikel 11.3 van de dealerovereenkomst. Op grond van die bepaling was [gedaagde] dan ook niet verplicht toestemming te vragen voor het aangaan van de overeenkomst met Full Service.
Telepact wordt evenmin gevolgd in haar stelling dat het [gedaagde] op grond van de dealerovereenkomst niet was toegestaan haar vestigingslocatie te wijzigen. Zoals Telepact ook zelf stelt, is dit niet met zoveel woorden in de dealerovereenkomst bepaald. De omstandigheid dat [gedaagde] op grond van de dealerovereenkomst een klantnummer / netwerkdealercode had die administratief gekoppeld was aan de fysieke locatie van de winkel van [gedaagde] , brengt niet mee dat [gedaagde] zijn locatie niet mocht wijzigen. Zoals Telepact op de zitting heeft toegelicht, kon [gedaagde] een ander klantnummer / een andere netwerkdealercode krijgen als hij zijn locatie wijzigde, terwijl bij een wijziging van een locatie het klantnummer / de netwerkdealercode soms dezelfde bleef. Telepact heeft onvoldoende gesteld voor de conclusie dat een dergelijk verbod zou moeten volgen uit de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. Van een leemte in het contract die zou moeten worden aangevuld op dit punt is niet gebleken.
De vordering op grond van 843a Rv
Telepact heeft inzage gevorderd op grond van artikel 843a Rv in de zakelijke transactie tussen [gedaagde] en Full Service. Deze vordering wordt afgewezen vanwege het volgende.
Een vordering tot afschrift van of inzage in bescheiden is slechts toewijsbaar indien aan de drie in het eerste lid van artikel 843a Rv genoemde voorwaarden is voldaan. Dat wil zeggen dat:
a. Telepact een rechtmatig belang heeft, dat voldoende concreet is, bij afschrift of inzage van de gevorderde bescheiden van degene die bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft,
b. de vordering van Telepact betrekking heeft op “bepaalde” bescheiden en
c. de bescheiden een rechtsbetrekking betreffen waarbij Telepact partij is.
De rechtbank zal eerst nagaan of Telepact een rechtmatig belang heeft bij inzage. Telepact heeft gesteld dat er een ‘transactie’ heeft plaatsgevonden tussen [gedaagde] en Full Service en dat zij wil kunnen nagaan of [gedaagde] zich bij die transactie heeft gehouden aan het verbod in de dealerovereenkomst om klantgegevens over te dragen. [gedaagde] heeft betwist dat hij klantgegevens heeft overdragen aan Full Service. Volgens [gedaagde] bestond de transactie uit een overdracht van de huurovereenkomst en enkele activa. Telepact heeft geen feiten en omstandigheden gesteld om haar vermoeden te onderbouwen dat [gedaagde] bij de transactie klantgegevens heeft overgedragen aan Full Service. De door Telepact aangevoerde omstandigheid dat een bestuurder van Full Service in de zomer van 2023, op welk moment die bestuurder nog werknemer was van [gedaagde] , toegang heeft gehad tot de klantgegevens, biedt geen onderbouwing voor de stelling dat klantgegevens zijn overgedragen. Telepact heeft daarmee onvoldoende rechtmatig belang bij haar vordering. De vordering tot inzage van Telepact wordt dus afgewezen.
De boete van € 150.000,00 voor onjuist opgegeven telefoons
De gevorderde contractuele boete van € 150.000,00 van Telepact op grond van artikel 6.6. jo. 6.17 van de dealerovereenkomst, wordt toegewezen. Het beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid, rechtsverwerking en het beroep op matiging wordt verworpen. Daartoe is het volgende redengevend.
Telepact heeft gesteld dat [gedaagde] in december 2022 tot en met februari 2023 andere telefoons heeft opgegeven in het systeem dan er daadwerkelijk zijn verkocht. [gedaagde] heeft erkend dat er bij 60 afgesloten telefooncontracten (hierna: aansluitingen) is gefraudeerd door een van zijn werknemers. Ter zitting heeft [gedaagde] hierover verklaard dat een werknemer bewust het verkeerde type telefoons invoerde omdat de werknemer een hogere beloning daarvoor kreeg. [gedaagde] heeft verder verklaard dat hij Telepact van de fraude van de werknemer op de hoogte heeft gesteld en dat desbetreffende werknemer als gevolg hiervan is ontslagen.
Daarmee staat onweersproken vast dat er voor 60 aansluitingen een foutieve opgave is gedaan en dat artikel 6.6 van de dealerovereenkomst is geschonden. Op grond van artikel 6.17 van de overeenkomst verbeurt [gedaagde] een boete van € 2.500,00 per overtreding van artikel 6. [gedaagde] heeft zich verweerd met een beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid (6:248 lid 2 BW), rechtsverwerking en matiging op grond van artikel 6:94 BW. |De rechtbank overweegt ten aanzien van deze verweren als volgt.
Beroep op redelijkheid en billijkheid
[gedaagde] heeft ter zitting gesteld dat, omdat geen sprake is van opzettelijke fout door [gedaagde] , het onaanvaardbaar is dat Telepact een beroep doet op het boetebeding. Gezien verklaring van [gedaagde] – die eveneens ter zitting is gedaan – is sprake geweest van opzettelijk frauduleus handelen van een werknemer van [gedaagde] . Aangezien dit boetebeding mede is opgesteld om opzettelijke fouten in het systeem – al dan niet uitgevoerd door werknemers van [gedaagde] – te sanctioneren en dat een dergelijke sanctie niet onredelijk is, is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat Telepact een beroep doet op het boetebeding. Dit verweer slaagt op grond hiervan dus niet.
Rechtsverwerking
Wat betreft het beroep op rechtsverwerking geldt het volgende. Rechtsverwerking kan worden aangenomen indien de rechthebbende, in dit geval Telepact, zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van zijn recht of bevoegdheid. Hiervoor moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden op grond waarvan bij de wederpartij gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de rechthebbende zijn aanspraak niet meer geldend zal maken, of waardoor de positie van de wederpartij onredelijk verzwaard of benadeeld zou worden indien het recht of de bevoegdheid alsnog geldend wordt gemaakt.
[gedaagde] heeft gesteld dat hiervan sprake is op grond van het whatsappcontact dat hij heeft gehad met een een medewerker van Telepact. Hij verwijst hiervoor naar de volgende berichten:
[gedaagde] : “Heb jij nog info over het sluiten vd winkel zoals gemeld in mijn email?”
Telepact:“Heb het intern doorgezet en we zijn bezig om het netjes af te handelen voor je.”
Naar het oordeel van de rechtbank mocht [gedaagde] op grond van dit bericht er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat Telepact geen beroep meer zou doen op het boetebeding. De mededeling van Telepact: ‘het netjes af te handelen’ ziet, zoals Telepact onweersproken heeft gesteld, op het sluiten van de winkel door [gedaagde] . Uit niets blijkt dat deze mededeling van Telepact betrekking heeft op het innen van de boetes. Los daarvan is de mededeling van Telepact onvoldoende ondubbelzinnig en expliciet om te spreken van dermate bijzondere omstandigheden dat bij [gedaagde] het vertrouwen gerechtvaardigd was gewekt dat Telepact geen aanspraak meer zou maken op de boete. Voor zover het tijdsverloop tussen de ontdekking van de administratieve fouten en het beroep op de boete hier nog van belang zou kunnen zijn, heeft Telepact onweersproken gesteld dat het onderzoek nog liep en dat Telepact nog wachtte op bepaalde stukken van [gedaagde] . Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] , gelet op het voorgaande, onvoldoende gesteld om een geslaagd beroep te doen op rechtsverwerking en verwerpt daarom dit verweer.
Matiging
[gedaagde] heeft voorts een beroep gedaan op matiging van de boete (6:94 BW). Voor matiging kan slechts grond zijn indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Dit brengt mee dat de rechtbank pas van deze bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij is niet alleen de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete van belang, maar ook de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.
[gedaagde] heeft in dit kader gesteld dat geen sprake is van een opzettelijke fout door [gedaagde] . Naar de kern genomen heeft [gedaagde] (aanvankelijk) betoogd dat het systeem van Telepact foutgevoelig is en daarin de oorzaak lag van de onjuiste registratie. Zoals onder 5.14 is overwogen, is ter zitting echter gebleken dat sprake was van frauduleus handelen door een werknemer van [gedaagde] . Deze handelingen van de werknemer komen voor rekening van [gedaagde] . [gedaagde] wordt dus niet gevolgd in zijn betoog dat de boete zou moeten worden gematigd omdat sprake was van een vergissing.
[gedaagde] heeft zich er ook op beroepen dat de gevorderde boete hoger is dan de schade die Telepact daadwerkelijk heeft geleden. Deze omstandigheid rechtvaardigt op zichzelf niet matiging van de boete. Daarbij is van belang dat, zo volgt uit de stellingen van Telepact, het boetebeding niet slechts als doel heeft het fixeren van de schade maar in het bijzonder als doel heeft een prikkel tot nakoming. Telepact heeft daartoe gesteld dat het van groot belang is dat de bepalingen van artikel 6 van de overeenkomst worden nagekomen, omdat schending hiervan grote nadelige gevolgen kan hebben voor Telepact. Volgens Telepact kunnen overtredingen van de administratieverbintenissen door dealers ervoor kunnen zorgen dat de aangesloten telecombedrijven hun samenwerking met Telepact opzeggen. In het verleden is dat al eens gebeurd. Dat overtredingen van de administratieverbintenissen potentieel dit gevolg kunnen hebben, is ook niet weersproken door [gedaagde] .
De, overigens niet onderbouwde of geconcretiseerde, stelling van [gedaagde] dat hij weinig financiële middelen heeft kan evenmin de conclusie dragen dat de boete gematigd dient te worden.
De hiervoor genoemde omstandigheden, in hun onderlinge samenhang bezien, leiden niet tot de conclusie dat de billijkheid klaarblijkelijk eist dat de boete wordt gematigd.
De boete met betrekking tot de overdracht van stukken
Telepact heeft op grond van artikel 9.6 jo. 9.11 van de dealerovereenkomst een boete gevorderd van € 2.500,00, vermeerderd met € 1.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt. [gedaagde] heeft betwist dat artikel 9.6 van toepassing is, omdat de overeenkomst nog niet is geëindigd. Volgens [gedaagde] hoeft hij daarom de onder artikel 9.6 bedoelde stukken nog niet over te dragen en is hij daarom niet de boete van artikel 9.11 verschuldigd. Voorts heeft [gedaagde] aangevoerd dat Telepact al over alle stukken beschikt en dus geen belang heeft bij haar vordering.
De rechtbank overweegt dat, zoals Telepact heeft gesteld, de verplichting op grond van artikel 9.6 tot het beschikbaar stellen en overdragen van de bedoelde stukken, niet slechts geldt ingeval van beëindiging van de dealerovereenkomst, maar ook geldt bij het staken van activiteiten door de dealer. [gedaagde] heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat hij zijn activiteiten heeft gestaakt. Zoals blijkt uit de e-mail van [gedaagde] aan Telepact op 12 juni 2023 en zijn verklaring ter zitting, was [gedaagde] – mede in verband met zijn gezondheid – van plan te stoppen met zijn winkel en de samenwerking met Telepact af te ronden. Verder heeft [gedaagde] ter zitting verklaard geen telefoons meer te hebben verkocht vanaf 1 september 2023. [gedaagde] heeft ook niet geprotesteerd toen Telepact hem vanaf 1 september 2023 de toegang heeft ontzegd tot haar systeem. Hieruit volgt dat [gedaagde] zijn activiteiten heeft beëindigd per 1 september 2024. Vanaf dat moment diende [gedaagde] dus, overeenkomstig artikel 9.6 te handelen en de daarin genoemde bescheiden, beschikbaar te stellen en over te dragen aan Telepact.
Het argument van [gedaagde] dat Telepact geen belang heeft bij de overdracht van de stukken omdat Telepact al over alle documenten beschikt, slaagt niet. Niet in geschil is dat bijvoorbeeld de gedigitaliseerde ondertekende kassabonnen zich niet in het systeem van Telepact bevinden. [gedaagde] heeft niet gemotiveerd weersproken dat hij deze documenten – al dan niet digitaal – op grond van art. 9.6 van de dealerovereenkomst over had moeten dragen aan Telepact. Telepact heeft gesteld dat zij, omdat [gedaagde] dit heeft nagelaten, vanaf 21 september 2023 aanspraak kan maken op de boete. [gedaagde] heeft deze datum niet gemotiveerd weersproken.
Telepact maakt gelet op het voorgaande op grond van artikel 9.6 en 9.11 van de dealerovereenkomst aanspraak op een (eenmalige) boete van € 2.500,00 en een doorlopende boete van € 1.000,00 per dag vanaf 21 september 2023 tot de dag waarop [gedaagde] de documenten heeft afgegeven. Ook ten aanzien van deze boete heeft [gedaagde] een beroep gedaan op matiging. Dit beroep zal hieronder worden besproken.
Matiging
Zoals ook onder 5.18 overwogen mag de rechtbank pas van deze bevoegdheid gebruik maken als dit tot een onaanvaardbaar resultaat leidt. [gedaagde] heeft onvoldoende gesteld om te spreken van een onaanvaardbaar resultaat. [gedaagde] heeft gesteld dat de gevorderde boete hoger is dan de daadwerkelijk schade van Telepact. Dit kan, zoals ook overwogen onder 5.20, niet zelfstandig tot matiging leiden. Verder heeft Telepact gesteld dat de hoogte van de boete mede in verband staat met haar grote belang tot nakoming. Volgens Telepact kunnen de bij haar aangesloten telecombedrijven hun samenwerking opzeggen, indien Telepact niet de documenten van een dealer die in artikel 9.6 zijn beschreven aan hen kan overhandigen. Dat overtreding van dit artikel potentieel grote nadelige gevolgen kan hebben voor Telepact, is niet verder betwist door [gedaagde] . De, overigens niet onderbouwde of geconcretiseerde, stelling van [gedaagde] dat hij weinig financiële middelen heeft kan evenmin de conclusie dragen dat de boete gematigd dient te worden, zoals eerder al is overwogen.
De hiervoor genoemde omstandigheden, in hun onderlinge samenhang bezien, leiden niet tot de conclusie dat de billijkheid klaarblijkelijk eist dat de boete wordt gematigd.
De ‘clawback’
Telepact heeft € 25.647,00 met [gedaagde] verrekend op grond van artikel 8.9 van de dealersovereenkomst (de ‘clawback’) en heeft gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaard dat Telepact dit bedrag mocht verrekenen. Deze vordering wordt gedeeltelijk toegewezen vanwege het volgende.
De gevorderde ‘clawback’ is gebaseerd op artikel 8.2 en 8.3 jo. 8.9 van de dealerovereenkomst. [gedaagde] heeft niet gemotiveerd betwist dat de fouten in de administratie, als gevolg van het frauduleus handelen van een werknemer van [gedaagde] , in strijd zijn met artikelen 8.2 en 8.3 van de dealerovereenkomst. Voorts is tussen partijen niet in geschil dat het gaat om 60 foutieve aansluitingen en dat Telepact voor deze 60 aansluitingen een bedrag van € 25.647,00 heeft uitgekeerd aan [gedaagde] . Partijen zijn het echter niet eens over de omvang van de terugbetalingsverplichting van artikel 8.9 van dealerovereenkomst.
Tussen partijen is niet in geschil dat de vergoeding die Telepact op grond van artikel 8 van de dealerovereenkomst betaalt aan [gedaagde] , kan bestaan uit drie onderdelen: i) een vergoeding voor het afsluiten van het abonnement; ii) het (mogelijk) geleende deel door de eindgebruiker voor de aanschaf van het toestel; en iii) een EHS vergoeding. [gedaagde] heeft betwist dat de terugbetalingsverplichting van artikel 8.9 betrekking heeft op het deel dat Telepact heeft uitgekeerd dat ziet op de leningen van de eindgebruiker (deel ii). Dit gaat om leningen die de eindgebruiker afsluit bij Telepact dan wel de netbeheerder voor de financiering van de gekochte telefoon. Telepact betaalt in één keer het bedrag van de aankoopprijs aan [gedaagde] (de vergoeding onder ii) en de eindgebruiker lost de lening af aan Telepact dan wel de netbeheerder. [gedaagde] heeft gesteld dat, indien de ‘clawback’ ook zou zien op dit deel van de vergoeding, Telepact, althans de netbeheerder, een voordeel zou verkrijgen. Telepact, dan wel de netbeheerder, ontvangt dit bedrag immers ook van de eindgebruiker in het kader van de aflossing van de lening. [gedaagde] is dan benadeeld want hij heeft dan niet de koopprijs voor het verkochte toestel ontvangen. Dit heeft Telepact niet gemotiveerd weersproken. In het licht hiervan acht de rechtbank dat een redelijke uitleg van de ‘clawback’, aan de hand van het eerder geformuleerde Haviltex-criterium, met zich brengt dat de terugbetalingsverplichting van [gedaagde] niet ziet op het leningsdeel (deel ii) van de door Telepact uitbetaalde vergoeding. Telepact heeft dus op grond van artikel 8.9 recht op de terugbetaling van deel i (vergoeding aansluiting) en deel iii (EHS vergoeding) en niet deel ii (het leningsdeel).
Ter zitting heeft [gedaagde] onweersproken gesteld dat het bedrag van € 25.647,00 voor € 16.000,00 bestaat uit het leningsdeel. De rechtbank stelt daarmee vast dat de ‘clawback’ niet ziet op een bedrag van € 16.000,00. Het overige deel van de ‘clawback’ is niet betwist. Voor recht zal dus worden verklaard dat Telepact een bedrag van € 9.647,00 (€ 25.647,00 minus € 16.000,00) mocht verrekenen op grond van artikel 8.9 van de dealerovereenkomst.
Proceskosten
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Telepact worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
110,03
- griffierecht
€
5.737,00
- salaris advocaat
€
3.760,00
(2 punten × € 1.880,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
9.785,03
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6. De beslissing
De rechtbank
- veroordeelt [gedaagde] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan Telepact te betalen een bedrag van € 150.000,00 aan boetes op grond van art. 6.17 van de dealerovereenkomst;
- verklaart voor recht dat Telepact een bedrag van € 9.647,00 mocht verrekenen op grond van artikel 8.9 van de dealerovereenkomst;
- veroordeelt [gedaagde] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan Telepact te betalen een bedrag van € 2.500,00, te vermeerderen met een bedrag van € 1.000,00 per dag vanaf 21 september 2023 tot de dag dat [gedaagde] de bescheiden bedoeld in artikel 9.6 van de dealerovereenkomst aan Telepact heeft overgedragen;
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 9.785,03, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.W. Duijnstee en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2024.