ECLI:NL:RBDHA:2024:3221

ECLI:NL:RBDHA:2024:3221, Rechtbank Den Haag, 05-02-2024, NL23.38470 en NL23.38471

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-02-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.38470 en NL23.38471
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken

Aangehaald door

Samenvatting

Indirect refoulement, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 17 van de Dublinverordening, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiseres] ,

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL23.38470 (beroep)

NL23.38471 (voorlopige voorziening)

[V-Nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

geboren op [geboortedatum] 1995, van Sierra Leoonse nationaliteit, eiseres/verzoekster, hierna: eiseres

(gemachtigde: mr. A. Berends),

en

(gemachtigde: mr. J.E. Herlaar).

Procesverloop

Bij besluit van 6 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 5 augustus 2023 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling genomen.

Op 7 december 2023 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiseres ontvangen. Bij brief van dezelfde datum is verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de uitzetting te verbieden totdat op het beroep is beslist.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2024. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig A. Charm, tolk Krio. De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

Achtergrond

1. Eiseres heeft de Sierra Leoonse nationaliteit. Eiseres heeft verklaard in 2020 of 2021 Sierra Leone verlaten te hebben. Via Turkije is eiseres op 16 november 2022 in Griekenland aangekomen. De door eiseres op 28 november 2022 ingediende aanvraag om internationale bescherming is door de Griekse autoriteiten afgewezen. Op 11 juli 2023 heeft eiseres Griekenland verlaten. Tijdens haar reis via Kroatië en Slovenië is eiseres haar echtgenoot kwijtgeraakt. Op 5 augustus 2023 heeft eiseres in Nederland asiel aangevraagd.

Besluitvorming

2. In het bestreden besluit heeft verweerder bepaald dat de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling wordt genomen en dat zij wordt overgedragen aan Kroatië. Uit Eurodac blijkt dat eiseres op 28 november 2022 illegaal via Griekenland het grondgebied van de lidstaten is ingereisd en dat zij daar heeft verzocht om internationale bescherming. Uit Eurodac blijkt ook dat eiseres op 19 juli 2023 in Kroatië om internationale bescherming heeft gevraagd. Ook die aanvraag is afgewezen. Nederland heeft op 14 september 2023 de autoriteiten van Kroatië verzocht om eiseres terug te nemen op grond van de Dublinverordening. Op 28 september 2023 zijn de autoriteiten van Kroatië hiermee akkoord gegaan. Eiseres is niet geclaimd op Griekenland omdat verweerder ervan uit gaat dat daar ernstig moet worden gevreesd dat de asielprocedure en de opvangvoorzieningen voor verzoekers in die lidstaat systeemfouten bevatten die resulteren in onmenselijke of vernederende behandelingen.

Indirect refoulement

3. Eiseres voert aan dat verweerder haar niet terug mag sturen naar Kroatië omdat de autoriteiten daar haar zullen overdragen aan Griekenland. Volgens eiseres dient verweerder aan Kroatië individuele garanties te vragen zodat overdracht aan Griekenland wordt voorkomen. Eiseres beroept zich in dit kader ook op het arrest T.I. tegen het Verenigd Koningsrijk van 7 maart 2000 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Daar volgt volgens eiseres uit dat verweerder onderzoek moet doen ter voorkoming van indirect refoulement.

4. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat geen aanleiding bestaat om aan Kroatië individuele garanties te vragen zodat een mogelijke overdracht aan Griekenland wordt voorkomen. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat Kroatië Dublinterugkeerders aan Griekenland overdraagt. Voor dit oordeel neemt de rechtbank in aanmerking dat de gemachtigde van eiseres heeft erkend dat uit de AIDA- rapporten tussen 2017 en 2021 over Kroatië op te maken is dat er geen overdrachten aan Griekenland plaatsvinden. Eiseres baseert zich voor haar standpunt enkel op het AIDA-rapport van 2022. Het enkele gegeven dat in dit laatste rapport over overdracht naar Griekenland niets is opgenomen, biedt onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat dit nu wel zou gebeuren. Nu eiseres er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat overdracht door Kroatië aan Griekenland plaatsvindt, kan de door aangehaalde uitspraak van het EHRM eiseres niet baten.

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

5. Eiseres voert aan dat ten aanzien van Kroatië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Volgens eiseres is sprake van aan het systeem

gerelateerde tekortkomingen van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen die

ernstige, op feiten berustende gronden vormen om aan te nemen dat zij een reëel risico zal lopen op onmenselijke of vernederende behandelingen. Overdracht aan Kroatië zou volgens eiseres niet plaats moeten vinden omdat op grote schaal pushbacks plaatsvinden, en niet alleen aan de buitengrenzen. Gelet op de ondeelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel zal dit ook eiseres, als Dublinterugkeerder, raken. Eiseres heeft in het aanmeldgehoor ook gewezen op haar eigen ervaringen met de Kroatische autoriteiten. Weliswaar heeft ze zelf niet te maken gehad met pushbacks, maar wel met een behandeling die in strijd is met internationale verplichtingen.

6. De rechtbank overweegt allereerst dat de Afdeling op 13 september 2023 heeft geoordeeld dat de pushbacks in Kroatië geen aanleiding (meer) vormen om ten aanzien van Dublinclaimanten niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit te gaan. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd, geen aanleiding van dit oordeel van de Afdeling af te wijken. Uit de door eiseres aangehaalde informatie komt geen ander beeld naar voren ten aanzien van pushbacks dan in de informatie die door de Afdeling in deze uitspraak is beoordeeld. De rechtbank is verder van oordeel dat eiseres met haar verklaring over wat zij zelf in Kroatië heeft meegemaakt, evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt om verstoken te blijven van opvang en voedsel. Eiseres is niet eerder als Dublinclaimant overgedragen aan Kroatië en kan dus niet uit eigen ervaring vertellen over de toegang tot de opvang voor Dublinclaimanten. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat hij op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan kan uitgaan dat eiseres als Dublinclaimant overeenkomstig de internationale verplichtingen zal worden behandeld. Voor zover eiseres zich beroept op de ondeelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel verwijst de rechtbank eveneens naar voornoemde uitspraak van de Afdeling. In rechtsoverweging 3.1 van die uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de mogelijke tekortkomingen in het asielsysteem in Kroatië er niet toe leiden dat voor Dublinclaimanten in het algemeen of voor eiseres in het bijzonder een behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het EVRM bestaat. Verder kan eiseres zich bij voorkomende problemen in Kroatië wenden tot de daartoe aangewezen autoriteiten. Niet is gebleken dat klagen bij de Kroatische autoriteiten niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is.

Artikel 17 van de Dublinverordening

7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder gelet op de bijzondere omstandigheden in deze procedure op grond van artikel 17 van de Dublinverordening de aanvraag aan zich had moeten trekken. Volgens eiseres is zij mishandeld door de Kroatische autoriteiten en midden in de nacht op straat gezet. Eiseres heeft verder aangevoerd dat haar echtgenoot, van wie ze niet precies weet waar hij in Nederland is, ook een asielaanvraag heeft ingediend.

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding heeft hoeven zien om op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening de asielaanvraag van eiseres aan zich te trekken. Verweerder heeft op de zitting de verklaringen van eiseres over wat zij in Kroatië heeft meegemaakt niet betwist. Echter is de rechtbank het met verweerder eens dat hij in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat in dit geval geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden afgezien van overdracht aan Kroatië vanwege onevenredige hardheid. Van belang is dat de verklaring van eiseres over wat haar is overkomen in Kroatië, ziet op wat is gebeurd na haar inreis en niet op de situatie waarin zij als Dublinclaimant aan Kroatië zal worden overgedragen. Ook geeft de omstandigheid dat de echtgenoot van eiseres inmiddels in Nederland zou zijn geen aanleiding om op grond van artikel 17 van de Dublinverordening tot een ander oordeel te komen.

9. Verweerder heeft de aanvraag terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond.

Ten aanzien van het verzoek om een voorlopige voorziening

10. De gevraagde voorziening strekt er toe de uitzetting te verbieden totdat is beslist op het beroep. In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, gelet op het feit dat de rechtbank heden op het beroep heeft beslist.

Ten aanzien van het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank,

in de zaak geregistreerd onder nummer: NL23.38470,

- verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter,

in de zaak geregistreerd onder nummer: NL23.38471,

- wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. van de Ven, rechter, tevens voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Belhaj, griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.H.M. van de Ven

Griffier

  • mr. M. Belhaj

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?