RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 februari 2024 in de zaak van
[verzoeker] , verzoeker
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/9713
(gemachtigde: mr. C.J. Ullersma),
en
Procesverloop
Verzoeker heeft op 1 mei 2023 een asielaanvraag ingediend. Hij heeft daarbij [2007] als geboortedatum opgegeven.
In het kader van de asielaanvraag heeft verweerder onderzoek gedaan. Gebleken is dat verzoeker in Griekenland geregistreerd staat met geboortedatum [2004] . Verweerder heeft op 22 augustus 2023 in een kennisgeving de leeftijd van verzoeker aangepast naar deze datum.
Verzoeker heeft hiertegen op 28 augustus 2023 bezwaar gemaakt.
Hij stelt geboren te zijn op [2007] en dus minderjarig te zijn. Ook heeft verzoeker op 30 augustus een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Dit verzoek is geregistreerd onder het kenmerk AWB 23/9713.
Verweerder heeft in het besluit van 19 december 2023 het bezwaar van verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft hiertegen op 15 januari 2024 beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder het kenmerk NL24.1657.
Verzoeker heeft op 17 januari 2024 een verzoek om een ‘voor-vovo/ordemaatregel’ ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek in de uitspraak van 23 januari 2024 van deze rechtbank en zittingsplaats afgewezen.
De voorzieningenrechter doet vandaag uitspraak in de voorlopige voorziening met het kenmerk AWB 23/9713.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de voorzieningenrechter uit waarom.
2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met het kenmerk NL24.1657, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Nu het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de verweerder te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. De voorzieningenrechter stelt de proceskostenvergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.Khalloufi, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2024.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.