[naam] , eiser,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.J. Janse),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. D. Gökcan).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum] . De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 12 februari 2024 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer NL24.5276.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek op 19 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de staatssecretaris deelgenomen. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank laten weten niet te zullen verschijnen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank moet ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep beoordelen.
Op 14 maart 2024 heeft de staatssecretaris de rechtbank bericht dat eiser op 13 maart 2024 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij bericht van 18 maart 2024 heeft de gemachtigde van eiser laten weten geen contact meer te hebben met eiser. Eiser is niet verschenen op het laatst geplande gesprek met zijn gemachtigde en de gemachtigde krijgt geen gehoor op het bij hem bekende telefoonnummer.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling blijkt dat van een vreemdeling wordt verwacht dat hij zijn gemachtigde gedurende de gehele procedure op de hoogte houdt van zijn verblijfplaats en steeds in contact blijft met zijn gemachtigde over de voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt. De rechtbank verwijst naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:534 en van 16 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2090.
Nu eiser geen contact met zijn gemachtigde heeft onderhouden, stelt hij kennelijk geen prijs meer op een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank komt tot de conclusie dat er geen procesbelang meer bestaat bij het voeren van de onderhavige procedure. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A. Hoekstra - Verbeek, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.