3. ECLI:EU:C:2019:218.
4 ECLI:NL:RVS:2023:1089.
5 ECLI:NL:RVS:2023:4473, hierin wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481.
6 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:364.
situatie wordt geschetst, namelijk dat er een gebrek is aan opvangvoorzieningen, maakt niet direct dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het opvangsysteem die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. In de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 20217 is ook geoordeeld dat er geen sprake is van structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen voor Dublinclaimanten die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. De Afdeling heeft in recente uitspraken8 over het interstatelijk vertrouwensbeginsel ook terug verwezen naar deze uitspraak, waaruit blijkt dat dit nog steeds geldt.
De inbreukprocedure die door de Europese Commissie is gestart tegen Spanje doet daar ook niet aan af. Deze inbreukprocedure is gestart wegens het mogelijk niet volledig omzetten van alle bepalingen van de Opvangrichtlijn. Het is echter niet gebleken welke gebreken in de implementatie van de Opvangrichtlijn aanleiding zijn voor het starten van deze inbreukprocedure. Daarbij komt dat de Europese Commissie de Spaanse autoriteiten de gelegenheid heeft gegeven om de gestelde gebrekkige implementatie van de Opvangrichtlijn te herstellen.
Mocht eiser toch problemen ervaren in Spanje ten aanzien van de asielprocedure of de opvangvoorzieningen, is het aan eiser om daarover bij de (hogere) Spaanse autoriteiten te klagen. Dat dit voor eiser niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is, is niet gebleken. Ook is niet gebleken dat de Spaanse autoriteiten eiser niet zouden kunnen of willen helpen. De beroepsgrond slaagt niet.
Artikel 17 van de Dublinverordening
7. Eiser stelt verder dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan Nederland de asielaanvraag van eiser aan zich had moeten trekken. Eiser verwijst daarvoor naar de door het overgelegde medische dossier waaruit blijkt dat hij problemen met zijn borstkas heeft. Daarbij verwijst eiser ook naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam van 28 augustus 20239 waaruit blijkt dat het mogelijk is dat Dublinclaimanten niet direct toegang tot opvang zullen krijgen bij terugkeer naar Spanje en dus ook niet direct medische zorg kunnen krijgen. De staatssecretaris had het risico dat eiser loopt als hij niet direct toegang krijgt tot de opvangvoorzieningen moeten betrekken bij zijn beoordeling.
8. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding heeft hoeven zien om de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken. Eiser heeft met het door hem overgelegde medische document onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. De uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, waar eiser naar verwijst is niet vergelijkbaar met de situatie van eiser. In dat geval ging het immers om een alleenstaande moeder met twee minderjarige kinderen waarvan vaststaat dat zij medische hulp moet krijgen als er iets mis gaat. Dit blijkt niet in het geval van eiser. Verder is niet gebleken dat Nederland het enige land is dat eiser medische hulp kan verlenen. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan er vanuit gegaan worden dat de medische hulp in Spanje gelijkwaardig is met die in Nederland. Daarnaast kan de staatssecretaris de medische gegevens van eiser ook overdragen aan de
7. ECLI:NL:RVS:2021:1481.
8 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 1 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4473.
9 ECLI:NL:RBDHA:2023:19450.
Spaanse autoriteiten, hiervoor moet eiser wel toestemming geven.10 De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
10 Zie artikel 32 van de Dublinverordening.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
30 mei 2024
Documentcode: [documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.