ECLI:NL:RBDHA:2024:9861

ECLI:NL:RBDHA:2024:9861, Rechtbank Den Haag, 24-06-2024, NL24.24381

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-06-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL24.24381
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 BWBR0011825

Samenvatting

bewaring, vervolgberoep, voortvarend handelen, zicht op uitzetting naar Algerije, ambtshalve toetsing, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2024 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.24381

(gemachtigde: mr. S. Ben Ahmed),

en

Procesverloop

De staatssecretaris heeft op 2 mei 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

De rechtbank heeft de maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 17 mei 2024.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De staatssecretaris heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft het vooronderzoek op 19 juni 2024 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting wordt behandeld.

Overwegingen

Toetsingskader

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

2. Uit de uitspraak van 17 mei 2024 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek in die zaak, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van sluiten van dat onderzoek, op 14 mei 2024, rechtmatig is.

Voortvarend handelen

3. Eiser voert aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt. Door de staatssecretaris is een laissez-passer (lp) aangevraagd, maar dit heeft niet geleid tot een daadwerkelijke uitzetting. De staatssecretaris heeft voor het laatst op 28 mei 2024 gerappelleerd. Er is nog geen presentatie gepland bij de autoriteiten van Algerije.

De beroepsgrond slaagt niet. De staatssecretaris heeft op 28 mei 2024 schriftelijk gerappelleerd. Ook heeft er op 7 juni 2024 een vertrekgesprek plaatsgevonden. Hiermee handelt de staatssecretaris voldoende voortvarend. Dat er nog geen presentatie bij de Algerijnse autoriteiten is gepland, doet hier niet aan af.

Zicht op uitzetting

4. Eiser voert aan dat zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt. Er is namelijk, ondanks herhaaldelijke verzoeken van de staatssecretaris, nog steeds geen lp afgegeven. Gelet op de duur van de bewaring en het tijdsverloop sinds de lp-aanvraag van 22 maart 2024 kan niet verwacht worden dat eiser binnen redelijke termijn zal worden uitgezet.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Sinds de lp-aanvraag is slechts een paar maanden

verstreken. Aan de autoriteiten van Algerije mag enige tijd worden gegund om de afgifte

van een lp in orde te maken en om te bepalen welke stappen (zoals een presentatie) daarvoor

nodig zijn. Daarbij komt dat de Algerijnse autoriteiten niet hebben aangegeven dat aan eiser

géén lp zal worden verstrekt. Daarnaast blijkt uit het verslag van het vertrekgesprek van 7 juni 2024 dat eiser zelf niets heeft ondernomen om vertrek te bespoedigen, terwijl eiser hiertoe wel een inspanningsverplichting heeft. Er is dus geen reden om aan te nemen dat geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn bestaat.

Ambtshalve toetsing

5. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de

staatssecretaris en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan

de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M.M. Otten, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.S. Gaastra

Griffier

  • mr. K.H.M.M. Otten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?