[naam 1], verzoeker,
geboren op [geboortedatum 1],
van Chinese nationaliteit,
V-nummer: [nummer 1],
[naam 2], verzoekster,
geboren op [geboortedatum 2],
van Chinese nationaliteit,
V-nummer [nummer 2],
hierna tezamen verzoekers,
mede namens hun minderjarige kinderen,
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 3],
van Chinese nationaliteit,
V-nummer: [nummer 3],
[minderjarige 2],
Geboren op [geboortedatum 4],
Van Chinese nationaliteit,
V-nummer: [nummer 4],
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 5],
van Chinese nationaliteit,
V-nummer: [nummer 5],
(gemachtigde: mr. F.H. Gart),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).
Inleiding
1. Bij besluiten van 26 maart 2025 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL25.14529 en NL25.14532, op 19 juni 2025 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Ook is een tolk verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Overwegingen
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.14529 en NL25.14532, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen en de beroepen ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.