RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiseres] , verzoekster,
de Minister van Asiel en Migratie,
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.16299
v-nummer: [v-nummer 1]
mede namens haar minderjarige kinderen [eiseressen] ,
v-nummers: [v-nummer 2] ,
(gemachtigde: mr. H.J. Janse),
en
(gemachtigde: mr. K. Janssen).
Procesverloop
1. De minister heeft met het besluit van 2 april 2025 de aanvraag van verzoekster afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 juli 2025, tegelijk met het verzoek van haar partner op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en de partner van verzoekster (bijgestaan door een tolk), de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.16298, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.