ECLI:NL:RBDHA:2025:13286

ECLI:NL:RBDHA:2025:13286, Rechtbank Den Haag, 04-07-2025, NL25.27133

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.27133
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Bewaring; ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.27133

(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),

en

(gemachtigde: mr. J. Kaikai).

Procesverloop

Bij besluit van 17 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 1 juli 2025 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. F. Boone, als waarnemer van de gemachtigde van eiser. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Had de minister moeten volstaan met een lichter middel?

1. Eiser betoogt dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel, namelijk het opleggen van een meldplicht. Eiser heeft dit als volgt onderbouwd. Eiser is op 9 juni 2025 overgenomen van de Duitse autoriteiten en heeft diezelfde dag een asielaanvraag ingediend. Eiser is aansluitend aan deze overname gelijk in bewaring gesteld. Deze maatregel is op 17 juni 2025 opgeheven en toen is het bestreden besluit genomen. Hoewel de gronden van de maatregel feitelijk juist zijn en eiser daartegen geen gronden heeft ingediend, hecht hij er wel aan om op te merken dat deze gronden bij elke vreemdeling kunnen worden aangekruist en deze niet voldoende zijn toegespitst op het geval van eiser.

De beroepsgrond van eiser slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat de minister in de maatregel van bewaring voldoende heeft gemotiveerd dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Uit de niet betwiste zware en lichte gronden volgt dat er voldoende gronden zijn om de maatregel van bewaring te kunnen dragen en dat hieruit het risico volgt dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Eiser is voorafgaand aan de inbewaringstelling gehoord en heeft daarin alles naar voren kunnen brengen wat voor oplegging van een lichter middel aanleiding had kunnen geven. Deze omstandigheden zijn door de minister kenbaar meegewogen in het kader van het opleggen van de maatregel van bewaring. Eiser heeft de motivering van de minister om niet te komen tot een lichter middel (bijvoorbeeld een meldplicht) verder niet afdoende bestreden. Bovendien heeft de minister hierbij kunnen betrekken dat eiser in het gehoor voorafgaand aan de bewaring heeft verklaard niet terug te willen keren naar Algerije. Voor zover eiser stelt dat het feit dat hij een asielaanvraag heeft ingediend maakt dat aan hem een meldplicht had moeten worden opgelegd, volgt de rechtbank dat niet. Overigens was deze asielaanvraag ten tijde van het bestreden besluit al ingetrokken door eiser. Dat de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag worden gelegd, aan elke vreemdeling kunnen worden tegengeworpen doet - wat daar ook van zij - aan het voorgaande niet af en leidt de rechtbank niet tot de conclusie dat aan eiser een lichter middel dan de inbewaringstelling moest worden opgelegd.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

2. Los van de door eiser aangevoerde beroepsgronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van S. Voolstra, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand