ECLI:NL:RBDHA:2025:13335

ECLI:NL:RBDHA:2025:13335, Rechtbank Den Haag, 15-07-2025, NL25.28975

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.28975
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Bewaring, vervolgberoep, zicht op uitzetting, Libië, ongegrond.

Uitspraak

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. S. Petkovic)

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het voortduren van de aan hem opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en het verzoek om schadevergoeding. Deze maatregel is opgelegd op 5 maart 2025.

De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring vier keer eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 24 maart 2025. Op het eerste vervolgberoep is beslist bij uitspraak van 30 april 2025. Op het tweede vervolgberoep is beslist bij uitspraak van 30 mei 2025. Op het derde vervolgberoep is beslist bij uitspraak van 30 juni 2025.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hier op gereageerd.

De rechtbank heeft het vooronderzoek op 8 juli 2025 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting zal worden behandeld.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is. Zij doet dat onder meer aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de zogenoemde beroepsgronden.

3. Het beroep is ongegrond. Het voorduren van de maatregel van bewaring is niet onrechtmatig. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Toetsingskader

4. As de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, dan verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

5. Uit de uitspraak van 30 juni 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 25 juni 2025) rechtmatig is.

Zicht op uitzetting

6. Eiser voert aan dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Libië ontbreekt. Eiser betoogt dat nu de bewaring al bijna vier maanden duurt en de Libische autoriteiten nog niet hebben gereageerd, het nog de vraag is of dit op korte termijn zal gebeuren.

7. Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat een laissez-passer (lp) aanvraag bij de Libische autoriteiten nog loopt. Daarnaast blijkt uit de voortgangsrapportage dat eiser op 1 mei 2025 in persoon is gepresenteerd bij de Libische vertegenwoordiging en dat de consul van Libië de lp-aanvraag in behandeling neemt. Aan de Libische autoriteiten mag enige tijd gegund worden om de afgifte van een lp in orde te maken. De rechtbank is verder niet gebleken dat de Libische autoriteiten te kennen hebben gegeven dat zij ten behoeve van eiser geen lp zullen afgeven of dat zij niet willen meewerken aan de terugkeerprocedure. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ten aanzien van Libië ontbreekt. Dit heeft eiser ook niet nader onderbouwd.

Ambtshalve toetsing

8. Los van de door eiser aangevoerde beroepsgrond, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Rashid, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.S. Gaastra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand