ECLI:NL:RBDHA:2025:13694

ECLI:NL:RBDHA:2025:13694, Rechtbank Den Haag, 24-07-2025, NL25.30831

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.30831
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Dublin Duitsland, buiten zitting, interstatelijk vertrouwensbeginsel, opvangomstandigheden, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.30831

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Alkir),

en

Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft op 10 juli 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1995. Eiser heeft op 20 mei 2025 een asielaanvraag ingediend in Nederland.

2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de verdere behandeling van de asielaanvraag van eiser. In dit artikel is bepaald dat een asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 19 mei 2025 in Duitsland een verzoek tot internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft op 10 juni 2025 een terugnameverzoek gestuurd naar de Duitse autoriteiten. Het terugnameverzoek is op 12 juni 2025 door Duitsland aanvaard.

3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit, en voert daartoe het volgende aan. Ten aanzien van Duitsland kan niet langer worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser beroept zich hierbij op het AIDA-rapport en verwijst specifiek naar pagina 178 en 179 van dit rapport. Hieruit volgt dat er structurele en systematische tekortkomingen zijn in de opvang in Duitsland.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder er in beginsel van uitgaan dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld in haar uitspraak van 31 oktober 2024. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat daar in zijn geval niet van uit kan worden gegaan. Eiser is hier niet in geslaagd. De situatie in Duitsland zoals die in het AIDA-rapport over 2024 naar voren komt, schetst geen ander beeld van de situatie in Duitsland dan in eerdere rapporten is weergegeven en die reeds zijn meegenomen in de beoordeling door de Afdeling. Het door eiser aangehaalde AIDA-rapport leidt dus niet tot een andere conclusie. Bovendien hebben de Duitse autoriteiten met de aanvaarding van het terugnameverzoek gegarandeerd dat eisers asielaanvraag zal worden behandeld met inachtneming van de Europese richtlijnen en verdragen. Als eiser toch problemen ervaart tijdens zijn asielprocedure, is het aan hem om hierover bij de Duitse autoriteiten te klagen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit voor hem onmogelijk of bij voorbaat zinloos is.

5. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 24 juli 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand