ECLI:NL:RBDHA:2025:13973

ECLI:NL:RBDHA:2025:13973, Rechtbank Den Haag, 29-07-2025, NL25.31708

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.31708
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

vervolgberoep – voortvarend handelen – zicht op overdracht – noodzaak escortes – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.31708

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. S. Akkas),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 13 juni 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 22 juli 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2002 en de Syrische nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 27 juni 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 25 juni 2025.

4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt in het kader van eisers overdracht naar Bulgarije en dat er geen zicht is op overdracht binnen een redelijke termijn. Uit de voortgangsrapportage volgt dat eiser al op 16 juli 2025 kon worden overgedragen naar Bulgarije, maar dat deze overdracht niet kon plaatsvinden wegens een gebrek aan capaciteit bij de Koninklijke Marechaussee. Eiser wordt daarom op 23 juli 2025 overgedragen. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom escortes noodzakelijk zijn voor eisers overdracht. Eiser heeft daarom zeven dagen langer in vreemdelingenbewaring moeten verblijven.

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld. Uit de voortgangsrapportage volgt dat verweerder bij besluit van 30 juni 2025 eisers asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen. Vervolgens heeft verweerder op 3 juli 2025 een vluchtaanvraag naar de Koninklijke Marechaussee verzonden en heeft hij op 4 juli 2025 de opdracht doorgezet naar de reisagent. Ook heeft verweerder op 7 juli 2025 een vertrekgesprek met eiser gehouden. Het enkele feit dat de geplande overdracht op 16 juli 2025 geen doorgang kon vinden wegens een gebrek aan capaciteit bij de Koninklijke Marechaussee geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Of een escorte nodig is om een veilige en ordelijke uitzetting te garanderen is afhankelijk van de inschatting van de feitelijke risico’s en hoeft verweerder niet nader te motiveren in het kader van de maatregel van bewaring. Eiser heeft ook de noodzaak van een escorte niet gemotiveerd betwist. Gelet op de geplande overdracht van eiser op 23 juli 2025 is er zicht op overdracht binnen een redelijke termijn aanwezig.

6. Ook overigens is niet gebleken dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig is geweest.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan op 29 juli 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.F.I. Sinack

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand