ECLI:NL:RBDHA:2025:14123

ECLI:NL:RBDHA:2025:14123, Rechtbank Den Haag, 30-07-2025, NL25.34017

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.34017
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Bewaring, vervolgberoep, afwijzing artikel 64 van de Vw, bezwaar en verzoek voorlopige voorziening, geen wijziging grondslag, voortvarend werken aan uitzetting, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.34017

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 3 maart 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 30 juli 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1982 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 25 maart 2025. Vervolgens zijn er vervolgberoepen ingediend. Uit de uitspraak van 1 juli 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 30 juni 2025.

4. Eiser voert aan dat de aanvraag van eiser om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw op onjuiste gronden is afgewezen. Verweerder gaat er ten onrechte van uit dat eiser in Nigeria hulp kan krijgen voor zijn medische problemen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank. Eiser meent dat het oordeel van de rechtbank afgewacht dient te worden en dat uitzettingshandelingen door verweerder op dit moment onrechtmatig zijn.

5. Nu aan eiser op dit moment geen uitstel van vertrek is verleend, heeft hij geen rechtmatig verblijf. De maatregel berust dus nog altijd op een juiste grondslag. De afwijzing van eisers aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw raakt niet aan de rechtmatigheid van (het voortduren van) de maatregel van bewaring. De bewaringsrechter oordeelt niet over verblijfsrechtelijke beslissingen. Eisers stelling dat uitzettingshandelingen van verweerder op dit moment onrechtmatig zijn omdat het oordeel van de voorzieningenrechter afgewacht moet worden is dus evenmin relevant voor het oordeel van de bewaringsrechter. Omdat de maatregel voortduurt, is verweerder juist verplicht om voortvarend te werken aan eisers uitzetting.

6. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 30 juli 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.F.I. Sinack

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand