ECLI:NL:RBDHA:2025:14777

ECLI:NL:RBDHA:2025:14777, Rechtbank Den Haag, 06-08-2025, NL25.34020

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.34020
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Dublin Duitsland – buiten zitting – interstatelijk vertrouwensbeginsel – beroep ongegrond

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.34020

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),

en

Procesverloop

Bij besluit van 24 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2000 en de Turkse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 18 mei 2025 asiel aangevraagd in Nederland.

2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. In dit artikel is bepaald dat een asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 14 december 2022 en 4 maart 2025 in Duitsland een verzoek tot internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft op 23 juni 2025 een terugnameverzoek gestuurd naar de Duitse autoriteiten. Het terugnameverzoek is op 30 juni 2025 door Duitsland aanvaard.

3. Eiser voert daartegen aan dat ten aanzien van Duitsland niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Zijn asielaanvraag moet in Nederland behandeld worden omdat hij in Duitsland te lang moest wachten en aan het lijntje werd gehouden over de voortgang van zijn asielaanvraag. Hij heeft ook enige tijd in detentie doorgebracht en nadien bleek zijn asielprocedure te zijn afgesloten. Het indienen van een nieuwe asielaanvraag was niet zinvol, nu geen sprake was van nieuwe feiten en omstandigheden. Eiser ervaart dit als een systeemfout in de asielprocedure.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Niet in geschil is dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder er in beginsel van uitgaan dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Dit heeft de Afdeling geoordeeld in haar uitspraak van 31 oktober 2024. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat daar in zijn geval niet van uit kan worden gegaan. Eiser is hier niet in geslaagd. De omstandigheid dat eiser een nieuwe asielaanvraag moet indienen in Duitsland is daarvoor onvoldoende. De Duitse autoriteiten hebben met de aanvaarding van het terugnameverzoek gegarandeerd dat eisers (opvolgende) asielaanvraag zal worden behandeld met inachtneming van de Europese richtlijnen en verdragen. Als eiser toch problemen ervaart tijdens zijn asielprocedure, is het aan hem om hierover bij de Duitse autoriteiten te klagen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit voor hem onmogelijk of bij voorbaat zinloos is.

5. Het beroep is kennelijk ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 6 augustus 2025 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.F. Bethlehem

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand