[eiser 1] en [eiser 2] , uit [woonplaats] , eisers,
en
het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder
(gemachtigde: mr. drs. R.L. Langeveld).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen het verkeersbesluit ‘ [verkeersbesluit] ’ van 19 juli 2024 (het verkeersbesluit).
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, namens verweerder M. van Putten en H. Aittaleb en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eisers wonen in het [wijk] aan het [adres] in [plaats] . Uit het verkeersbesluit volgen verschillende verkeersaanpassingen. Eisers zijn het – kort samengevat – niet eens met een aantal maatregelen dat met name ziet op het fysiek afsluiten van twee wegen voor motorvoertuigen (“autoknips”) in combinatie met eenrichtingsverkeer.
Voordat de rechtbank aan de inhoud van het verkeersbesluit toekomt, moet worden beoordeeld of eisers belanghebbenden zijn bij het verkeersbesluit.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
3. De rechtbank is van oordeel dat eisers geen belanghebbenden zijn bij het verkeersbesluit. Zij legt dit oordeel hierna uit.
Onder belanghebbende wordt verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende. Een belang dat zich onvoldoende onderscheidt van de belangen van willekeurige anderen, is geen persoonlijk belang. Voor een verkeersbesluit betekent dit dat een persoon slechts een belanghebbende is, als hij of zij een bijzonder, individueel belang heeft bij dat besluit, en dat belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers.
Niet ter discussie staat dat eisers in het [wijk] wonen. Door de verkeersmaatregelen in het verkeersbesluit (specifiek de autoknips en eenrichtingsverkeer) wordt hun woning minder makkelijk bereikbaar voor zowel eisers zelf als de hulpdiensten. De maatregelen leiden er volgens verweerder toe dat zij gemiddeld 0 minuten (van en naar de [straatnaam] ) tot 2 minuten (van en naar de [staatnaam] ) langer onderweg zijn om een parkeerplaats bij eisers’ woning te bereiken.
Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat het individuele belang van eisers – de extra reistijd – zich in onvoldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers. Dat sprake is van extra reistijd, zoals eisers zelf stellen van twee minuten (in de avond, zonder verkeer), maakt eisers geen belanghebbenden. Eisers onderscheiden zich in zoverre niet van bewoners en andere weggebruikers, want die worden ook geconfronteerd met de extra reistijd. Verder acht de rechtbank van belang dat op de (geringe) extra reistijd na, de woning van eisers bereikbaar blijft. Het blijft mogelijk om de woning te bereiken, zowel voor henzelf als voor anderen, zoals hulpdiensten. Er blijven namelijk alternatieve routes bestaan. Ook de wens van eisers dat de hulpdiensten de woning snel kunnen bereiken in geval van een calamiteit brengt niet met zich dat eisers een individueel belang hebben. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verweerder heeft toegelicht dat de hulpdiensten geen bezwaren hebben geuit tegen het verlagen van de maximumsnelheid, de autoknips of het eenrichtingsverkeer. Daarnaast kunnen de hulpdiensten in geval van een calamiteit over de fietspaden rijden.
Omdat het belang van eisers niet rechtstreeks bij het verkeersbesluit is betrokken, kunnen zij niet worden aangemerkt als belanghebbenden. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eisers geen belanghebbenden zijn bij het verkeersbesluit. De rechtbank beoordeelt de zaak daarom niet inhoudelijk. Eisers krijgen het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun eventuele proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.K.S. Mollen, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Maas, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.