Omgang
Beschikking op het op 26 april 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.J. Josipovic in Den Haag, voorheen mr. K.M. van Wijngaarden in Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Pool in Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun mening gegeven over de verzoeken in een gesprek met de kinderrechter.
Op 25 juni 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met mr. N. Schiettekatte als waarnemend advocaat en begeleidster [naam 1] , en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
De vader verzoekt – na wijziging –:
- een weekend per veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur;
- gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen;
- althans volgens een regeling die de rechtbank redelijk acht;
- [minderjarige 2] bij de vader is:
- een weekend per veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur (hetzelfde weekend wanneer [minderjarige 1] er is zodat de kinderen samen bij de vader zijn);
- gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen;
- althans volgens een regeling die de rechtbank redelijk acht,
met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Sinds bij beschikking van 16 november 2021 van de rechtbank Rotterdam de vader het recht op omgang met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is ontzegd, is er lange tijd geen contact tussen hen geweest. In januari 2025 is op initiatief van [minderjarige 1] het contact met de vader weer tot stand gekomen. De ouders hebben vervolgens via hun meerderjarige zoon [naam 3] afgesproken dat de kinderen elke veertien dagen een weekend bij de vader zijn en er is nu ook voorzichtig contact tussen [minderjarige 2] en de vader. Inmiddels is de situatie zo dat [minderjarige 1] volledig bij de vader wil wonen. Zij zet zich af tegen de moeder en wil haar niet meer zien. Verder is gebleken dat er geen enkele communicatie tussen de ouders is. Hun communicatie verloopt op dit moment via hun zoon [naam 3] , wat niet de bedoeling is. De rechtbank is met de Raad van oordeel dat deze situatie erg zorgelijk is en dat een nader onderzoek door de Raad geïndiceerd is.
Voordat een beslissing wordt genomen over het gezag, de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en de omgangs- c.q. zorgregeling met de kinderen zal de rechtbank de Raad verzoeken een onderzoek te doen en daarover rapport en advies uit te brengen. De rechtbank verzoekt de Raad om antwoord te geven op de volgende vragen:
In afwachting van het raadsrapport zal de rechtbank de beslissingen met betrekking tot het gezag, de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en de omgangs- c.q. zorgregeling met de kinderen pro forma aanhouden tot na te melden datum.
Op de zitting heeft de moeder aangegeven achter de wens van [minderjarige 1] te staan dat zij voorlopig ook doordeweeks bij de vader zal verblijven en dat er een school voor haar wordt gezocht in [plaats] . Nu het de sterke wens van [minderjarige 1] is om bij haar vader te verblijven en beide ouders het hiermee eens zijn, zal de rechtbank dit voorlopig vaststellen en daarbij ook bepalen dat [minderjarige 1] een weekend in de veertien dagen bij de moeder zal verblijven, waarbij ruimte zal worden gelaten voor [minderjarige 1] om hiervan af te wijken. De vader heeft op de zitting aangegeven het contact tussen [minderjarige 1] en de moeder te zullen bevorderen. Verder heeft de moeder op de zitting toegezegd dat zij als gezaghebbende ouder haar medewerking zal verlenen aan de inschrijving van [minderjarige 1] op de school van haar keuze in Rotterdam. Ten aanzien van [minderjarige 2] zal de rechtbank als voorlopige omgangsregeling vaststellen dat zij elke veertien dagen een weekend bij de vader is, waarbij ook voor haar ruimte zal worden gelaten om hiervan af te wijken. Het is daarbij de bedoeling van de ouders dat de kinderen elk weekend samen bij dezelfde ouder zijn.
Daarnaast is met de ouders op de zitting gesproken over een voorlopige informatieregeling. Er is nog maar korte tijd weer contact tussen de vader en de kinderen en het is een ingrijpende verandering dat [minderjarige 1] ook doordeweeks bij de vader zal verblijven. Het is daarom belangrijk dat de ouders elkaar regelmatig informeren over hoe het met de kinderen gaat. Op de zitting hebben de ouders afgesproken dat zij elkaar over en weer iedere veertien dagen hierover per e-mail zullen informeren. Aangezien er geen verzoeken voor een informatieregeling voorliggen zal de rechtbank dit niet in het dictum opnemen. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders deze afspraak in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen naleven en dat zij, zoals op de zitting is besproken, na de zitting hun e-mailadressen hebben uitgewisseld.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] , voorlopig (zowel in de weekenden als doordeweeks) bij de vader zal zijn en iedere veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de moeder, voor zover [minderjarige 1] dat ook wenst;
*
bepaalt als voorlopige omgangsregeling dat de minderjarige [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] , iedere veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader zal zijn, voor zover [minderjarige 2] dat ook wenst;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen; de Raad kan daartoe telefonisch een eerste afspraak maken met de ouders, die te bereiken zijn op de volgende telefoonnummers: [telefoonnummer 1] / [telefoonnummer 2] (advocaat vader) en [telefoonnummer 3] / [telefoonnummer 4] (advocaat moeder);
dat onderzoek dient antwoord te geven op de bovengenoemde vragen;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
houdt de behandeling aan tot 15 januari 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat de behandeling van de zaak, na ontvangst van het rapport en advies, zal worden voortgezet op een nader te bepalen wijze;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en de omgangs- c.q. zorgregeling aan.