ECLI:NL:RBDHA:2025:15791

ECLI:NL:RBDHA:2025:15791, Rechtbank Den Haag, 25-08-2025, NL25.37155

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.37155
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0006358 BWBR0011823 CELEX:32016R0399 EU:32016R0399

Samenvatting

Bewaring, toegangsweigering en artikel 6, eerste en tweede lid,

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.37155

(gemachtigde: mr. M. Timmer),

en

(gemachtigde: mr. A.E. van Midden).

Procesverloop

1. Bij besluit van 30 juli 2025 (bestreden besluit 1) is aan eiseres op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6 van Verordening (EU) nr. 2016/399 (Schengengrenscode) de toegang geweigerd en bij besluit van diezelfde datum (bestreden besluit 2) is aan eiseres op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Eiseres heeft tegen de vrijheidsontnemende maatregel beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Op grond van artikel 94, tweede lid, van de Vw wordt, indien aan de vreemdeling een besluit tot weigering van toegang tot Nederland is uitgereikt, het beroep geacht mede een beroep tegen dit besluit te omvatten.

Verweerder heeft op 20 augustus 2025 de maatregel van bewaring opgeheven.

De rechtbank heeft het beroep op 21 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

2. Omdat de maatregel van bewaring is opgeheven en tussen partijen niet in geschil is dat aan eiseres een schadevergoeding moet worden toegekend, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de hoogte van de schadevergoeding. Ter zitting zijn verweerder en eiseres het eens geworden dat de schadevergoeding moet worden berekend over de periode vanaf 30 juli 2025 tot en met 20 augustus 2025. De rechtbank zal overeenkomstig beslissen.

Ten aanzien van de toegangsweigering (bestreden besluit 1) zijn geen gronden aangevoerd. Het beroep tegen dit besluit zal de rechtbank daarom ongegrond verklaren.

Over beide beroepen

3. Het beroep tegen bestreden besluit 1 is ongegrond. Het beroep tegen bestreden besluit 2 is gegrond en de vrijheidsontnemende maatregel is vanaf het moment van het opleggen daarvan onrechtmatig.

4. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 22 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) bewaring van 22 x € 100,- (verblijf detentiecentrum) = € 2.200,-.

5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor de aanwezigheid ter zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 1 ongegrond;

- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 2 gegrond;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 2.200,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 2 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 1 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.M.A. Vinken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand