ECLI:NL:RBDHA:2025:16023

ECLI:NL:RBDHA:2025:16023, Rechtbank Den Haag, 27-08-2025, NL25.22456

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.22456
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823

Samenvatting

Beroep; ongegrond.

Uitspraak

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. I. Özkara),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige, omdat eiser de leges niet binnen de termijn heeft betaald.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. Het beroep is ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister de aanvraag van eiser terecht niet in behandeling heeft genomen. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten 3. Eiser heeft de Turkse nationaliteit. Hij heeft op 21 november 2024 een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige ingediend. De minister heeft op 2 december 2024 een legesbrief verzonden naar eiser. Op 18 december 2024 heeft de minister eiser een herinnering (herstel verzuim) gestuurd in verband met de nog niet betaalde leges. Daarbij heeft de minister eiser een termijn van twee weken gegeven om de leges te voldoen en vermeld dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen als eiser niet tijdig betaalt. De minister heeft de aanvraag met het besluit van 15 januari 2025 niet in behandeling genomen, omdat eiser de leges (niet tijdig) heeft betaald. Met het bestreden besluit van 12 mei 2025 op het bezwaar van eiser is de minister zijn besluit gebleven.

Niet (tijdig) betaalde leges 4. Eiser betoogt dat de aanvraag ten onrechte niet in behandeling is genomen, omdat de legeskosten niet betaald zouden zijn. Volgens eiser zijn deze kosten inmiddels voldaan, waardoor de minister de aanvraag alsnog in behandeling moet nemen.

De beroepsgrond van eiser slaagt niet. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser de leges niet tijdig heeft betaald. Indien een vreemdeling zijn leges niet tijdig betaalt en hiervoor geen verschoonbare reden heeft gegeven, mag de minister de aanvraag niet in behandeling nemen. Dat eiser betoogt dat hij de leges na het besluit van 15 januari 2025 wel heeft betaald, maakt dan ook niet dat de leges alsnog tijdig zijn betaald. De minister stelt overigens dat in het geheel geen leges zijn betaald en eiser heeft dit naar aanleiding daarvan ook niet met stukken onderbouwd. De rechtbank ziet op grond van het procesdossier en de gronden van eiser geen aanleiding voor de conclusie dat de leges wel zijn betaald. Het niet in behandeling nemen van de aanvraag vanwege het niet (binnen de termijn) betalen van de leges, leidt dan ook niet tot onredelijkheid of onbillijkheid.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus, rechter, in aanwezigheid van S. Voolstra, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand