ECLI:NL:RBDHA:2025:16027

ECLI:NL:RBDHA:2025:16027, Rechtbank Den Haag, 06-08-2025, NL25.35909

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.35909
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 CELEX:32001L0055 EU:32001L0055

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen hangende bezwaar tegen besluit waarin de minister aan verzoekster heeft meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming, nu de minister zich niet verzet tegen toewijzing van de vovo. De voorzieningenrechter heeft geen mogelijkheid om te beslissen op het bezwaar van verzoekster, zoals is verzocht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.35909

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

mede namens haar minderjarige kind [minderjarige], V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.W. IJland),

en

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: A. van Midden).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekster om een voorlopige voorziening tegen het bestreden besluit van 9 mei 2025, waarin de minister verzoekster heeft meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn tijdelijke bescherming). Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit.

De minister heeft op het verzoek gereageerd bij brief van 5 augustus 2025.

De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als tegen een besluit bezwaar is gemaakt en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.2

3. Verzoekster heeft de Oekraïense nationaliteit en wil in Nederland verblijven op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. In het bestreden besluit heeft de minister aan verzoekster meegedeeld dat zij geen recht heeft op tijdelijke bescherming en dat zij daarom geen gebruik meer mag maken van het recht op opvang en voorzieningen uit hoofde van de Richtlijn tijdelijke bescherming.

4. Verzoekster heeft een brief van de gemeente Utrecht van 31 juli 2025 overgelegd waarin staat dat zij geen recht meer heeft op opvang van de gemeente, omdat zij niet langer

1. Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikel 8:81 van de Awb.

onder de Richtlijn tijdelijke bescherming valt. De opvang wordt daarom beëindigd op

7 augustus 2025. Gelet op deze omstandigheid neemt de voorzieningenrechter spoedeisend belang aan.

5. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter primair verzocht om zelf in de bodemzaak te voorzien, positief te beslissen op het bezwaarschrift en het bestreden besluit te vernietigen. De voorzieningenrechter ziet daarvoor op grond van de Algemene wet bestuursrecht geen mogelijkheid. Ook artikel 78 van de Vreemdelingenwet biedt de voorzieningenrechter geen mogelijkheid om te beslissen op het bezwaar van verzoekster omdat het verzoek om voorlopige voorziening niet is gedaan teneinde uitzetting te voorkomen.

6. Subsidiair heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om het bestreden besluit te schorsen. Verzoekster wil haar recht op opvang en voorzieningen op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming behouden totdat de minister heeft beslist op haar bezwaar. In de brief van 5 augustus 2025 heeft de minister meegedeeld dat zij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek voor zover dit ziet op schorsing van het bestreden besluit, inhoudende dat de rechtsgevolgen worden uitgesteld totdat er een beslissing op het bezwaar is genomen.

7. Omdat de minister zich niet verzet tegen toewijzing van de subsidiair gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook geen beletselen ziet om het verzoek om deze voorziening toe te wijzen, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe. De voorzieningenrechter treft dus de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit is geschorst totdat de minister heeft beslist op het bezwaar. Dit betekent dat verzoekster gedurende de bezwaarprocedure wordt behandeld alsof zij tijdelijke bescherming heeft op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming.

8. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

06 augustus 2025

Documentcode: [Documentcode]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand