ECLI:NL:RBDHA:2025:16028

ECLI:NL:RBDHA:2025:16028, Rechtbank Den Haag, 24-07-2025, NL25.30284

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.30284
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 CELEX:32000X1218 CELEX:32013R0604 EU:32000X1218 EU:32013R0604

Samenvatting

Dublin Duitsland

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL25.30284

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. D. de Heuvel), en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. M. van Kersbergen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 7 juli 2025 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (NL25.30285), op 23 juli 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Totstandkoming van het besluit

Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996. Hij heeft zijn asielaanvraag in Nederland op 25 april 2025 ingediend.

Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 14 februari 2025 in Duitsland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Nederland heeft op 12 juni 2025 Duitsland verzocht om eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening). Duitsland heeft dit verzoek op

16 juni 2025 aanvaard op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening.

Met het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser met toepassing van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet in behandeling genomen, omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verweerder vindt dat eiser niet

aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een met artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) strijdige behandeling. Ook heeft eiser volgens verweerder geen andere redenen aannemelijk gemaakt die aanleiding geven om zijn asielaanvraag in Nederland in behandeling te nemen.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser doet een beroep op artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Daartoe voert hij aan dat hij zich in Nederland veilig voelt en graag de kans krijgt om zijn asielmotieven hier kenbaar te maken. Hij heeft al veel meegemaakt en wacht al lang op een inhoudelijke behandeling van zijn asielaanvraag. Verweerder heeft de aangedragen omstandigheden van eiser ten onrechte onvoldoende geacht om zijn asielverzoek alsnog aan zich te trekken. Een overdracht aan Duitsland getuigt van een onevenredige hardheid, aldus eiser.

Niet in geschil is dat op grond van de Dublinverordening de Duitse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Zij hebben met het claimakkoord gegarandeerd dat zij de asielaanvraag van eiser in behandeling zullen nemen, in overeenstemming met de verdragsverplichtingen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding hoeven zien om de behandeling van eisers asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Eiser heeft niet toegelicht welke persoonlijke omstandigheden verweerder ten onrechte onvoldoende heeft geacht. Ook verder is niet gebleken dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die maken dat de overdracht aan Duitsland van een onevenredige hardheid getuigt. Daarbij wordt betrokken dat eiser in het Aanmeldgehoor Dublin heeft verklaard geen bezwaren te hebben tegen een overdracht aan Duitsland.

De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.E. Bos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand