ECLI:NL:RBDHA:2025:16227

ECLI:NL:RBDHA:2025:16227, Rechtbank Den Haag, 28-08-2025, NL25.13482

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.13482
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Beroep niet tijdig, asiel, besluit genomen, beroep ingetrokken, WBV 2023/3, besluitmoratorium Sudan, ingebrekestelling prematuur, pkv-verzoek afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: Y. Makarevich).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.13482

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. B.A. Palm),

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

Verzoeker heeft een beroep ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: de aanvraag).

Op 7 april 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag.

Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken. Hij heeft daarbij het verzoek gedaan om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De minister heeft op het verzoek gereageerd en daarbij aangegeven niet bereid te zijn de proceskosten van verzoeker te vergoeden.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1

2. Als een indiener het beroep intrekt, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan diens beroepschrift, dan kan de bestuursrechter het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten van de indiener.2

1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb, in samenhang met het Besluit Proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3. De minister heeft de aanvraag op 2 augustus 2023 ontvangen. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 De minister heeft deze termijn onder toepassing van WBV 2023/34 met negen maanden verlengd.

4. Verzoeker komt uit Sudan. Met ingang van 8 juli 2023 tot en met 6 juli 2024 gold voor Sudan een besluitmoratorium.5 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor asielaanvragen die vóór of tijdens de werking van het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden.6

5. De minister diende uiterlijk op 2 mei 2025 te beslissen op de aanvraag (2 augustus 2023 + zes maanden + negen maanden + één jaar, tot in totaal ten hoogste 21 maanden). Verzoeker heeft de minister op 3 maart 2025 in gebreke gesteld. De beslistermijn was op dat moment nog niet verstreken. De ingebrekestelling is dus te vroeg ingediend, hetgeen zou hebben geleid tot een niet-ontvankelijk beroep.

6. Omdat geen sprake zou zijn geweest van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank ook geen sprake van een situatie waarin de minister geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.

3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

4 Stcrt, 2023, 3235. Bij uitspraak van 16 februari 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:1859) heeft deze zittingsplaats van de rechtbank de verlenging rechtmatig bevonden.

5 Stcrt. 2023, 18540 en Stcrt. 2024, 146.

6 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van het Besluit instellen besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen Sudan.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. G.P. Loman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand