ECLI:NL:RBDHA:2025:16326

ECLI:NL:RBDHA:2025:16326, Rechtbank Den Haag, 02-09-2025, NL25.40193

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-09-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.40193
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 BWBR0011825 CELEX:32003R0343 EU:32003R0343

Samenvatting

Vreemdelingenbewaring – eerste beroep, buiten zitting – zware gronden betwist – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.40193

(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),

en

(gemachtigde: mr. K. Bruin).

Procesverloop

Bij besluit van 23 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Eiser heeft zich akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Hij heeft op 27 augustus 2025 de gronden van beroep ingediend. Verweerder heeft op 28 augustus 2025 een reactie op de beroepsgronden ingediend. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 1 september 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1997 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zal onderduiken.

Verweerder heeft als zware gronden vermeld dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;en als lichte gronden vermeld dat eiser:4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

3. Eiser betwist de zware gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd. Eiser voert ten aanzien van zware grond 3a aan dat hij als doel had om in Nederland een asielaanvraag in te dienen. Ten aanzien van zware gronden 3b en 3k voert eiser aan dat hij vreest door Zwitserland te worden teruggestuurd naar Marokko.

4. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de gronden de maatregel niet kunnen dragen. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft betwist dat hij zonder paspoort Nederland is binnen gekomen. Zware grond 3a is daarmee feitelijk juist. Dat eiser asiel wilde aanvragen in Nederland, doet aan de feitelijke juistheid van deze grond niet af. De vrees die eiser heeft om door Zwitserland naar Marokko te worden teruggestuurd, doet voorts niet af aan de feitelijke juistheid van zware gronden 3b en 3k. Daarbij is van belang dat eiser eerder met onbekende bestemming is vertrokken. Verweerder heeft deze gronden dan ook aan de maatregel ten grondslag kunnen leggen. Verder stelt de rechtbank vast dat de lichte gronden ook feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn in de maatregel. De zware en lichte gronden kunnen de maatregel dragen.

5. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiting van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 2 september 2025 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.F. Bethlehem

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand