Beschikking op het op 29 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.P. van der Schraaf in Hilversum.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. Broijl in Rotterdam.
Procedure
Inzake C/09/684595 en FA RK 25-3303 en C/09/684599 en FA RK 25-3305
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
Op 6 juni 2025 zijn de zaken gecombineerd behandeld op de zitting van deze rechtbank. Hierbij zijn verschenen:
Van de zijde van de vader en van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd.
Feiten
- [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
In de zaak met nummer C/09/684595 en FA RK 25-3303
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
althans een zorgregeling op te leggen die de rechtbank passend vindt;
De moeder heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt zij zelfstandig:
- te bepalen dat het onderzoek door Veilig Thuis dient te worden afgewacht en indien nodig een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming dient te worden gelast alvorens een definitieve beslissing over een onbegeleide omgangsregeling kan
worden genomen;
- vast te stellen dat de moeder aan de vader eens per maand een verslag over de ontwikkeling en het welzijn van [de minderjarige] stuurt, met in ieder geval de onderwerpen medische zaken, school, buitenschoolse opvang, sociaal emotionele ontwikkeling, kleding en overige verzorging en hobby's.
In de zaak met nummer C/09/684599 en FA RK 25-3305
De vader verzoekt, bij wijze van voorlopige voorzieningen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- primair: als voorlopige omgangsregeling, in afwachting van de uitkomst van een traject ouderschapsbemiddeling of een onderzoek door de Raad, te bepalen dat [de minderjarige] bij de vader verblijft:
althans een voorlopige omgangsregeling vast te stellen die de rechtbank in de gegeven omstandigheden passend vindt;
traject ouderschapsbemiddeling, waarbij geldt dat indien de moeder geen gevolg geeft aan de verwijzing, of het traject ouderschapsbemiddeling mislukt, de Raad voor de
Kinderbescherming verzocht zal worden om onderzoek te verrichten naar de
opvoedsituatie van [de minderjarige] met als doel tot een herstel van contact tussen [de minderjarige] en haar
vader te komen,
althans een zodanige tijdelijke maatregel op te leggen die ertoe strekt dat het contact tussen de vader en [de minderjarige] zo spoedig mogelijk hersteld kan worden.
De moeder heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt zij zelfstandig:
- vast te stellen dat de moeder aan de vader eens per maand een verslag over de
ontwikkeling en het welzijn van [de minderjarige] stuurt, met in ieder geval de onderwerpen
medische zaken, schoot, buitenschoolse opvang, sociaal emotionele ontwikkeling,
kleding en overige verzorging, hobby's;
- de ouders te verwijzen naar het Wilmahuis in Zoetermeer of naar Cardea voor
een traject begeleide omgang, waarbij geldt dat de begeleide omgang voortduurt
zolang het onderzoek van Veilig Thuis naar de veiligheid in de thuissituatie van [de minderjarige] en
de moeder loopt, en er geen duidelijkheid is over de veiligheid van [de minderjarige] , én de veiligheid van de moeder.
Beoordeling
In de zaak met nummer C/09/684595 en FA RK 25-3303
Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en informatieregeling
Na de omgangsregeling met de ouders op de zitting te hebben besproken, is de zitting voor korte duur geschorst om de ouders in de gelegenheid te stellen om met behulp van hun advocaten en de Raad een omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] overeen te komen. Dit is de ouders gelukt. De ouders zijn overeengekomen dat de vader voorlopig wekelijks omgang met [de minderjarige] zal hebben op de woensdag- of donderdagmiddag voor de duur van vier uur, onder begeleiding van [oppas] , de vaste oppas van [de minderjarige] , op een neutrale plek. [oppas] heeft al aangegeven hiertoe bereid te zijn. De woensdagmiddag heeft de voorkeur, maar de ouders moeten nog afstemmen met [oppas] of zij dan beschikbaar is om de omgang te begeleiden. Mocht de woensdagmiddag voor haar niet mogelijk zijn, dan zal de omgang op de donderdagmiddag plaatsvinden. Daarnaast hebben de ouders afgesproken dat de vader en [de minderjarige] voorlopig elke maandag- en vrijdagavond om 18.00 uur videobelcontact met elkaar hebben, waarbij [de minderjarige] , gefaciliteerd door de moeder, de vader op voornoemd tijdstip zal bellen met de telefoon die de moeder speciaal voor de videobelgesprekken ter beschikking stelt. Op de zitting is afgesproken dat de regeling meteen diezelfde avond van start zal gaan. De ouders hebben de rechtbank gevraagd voornoemde voorlopige omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] vast te leggen en een verdere beslissing omtrent een definitieve omgangs- c.q. zorgregeling aan te houden tot half september. De rechtbank zal conform de overeenstemming van de ouders beslissen, nu zij deze regeling in het belang van [de minderjarige] acht. De rechtbank zal de zaak aanhouden tot 15 september pro forma voor wat betreft de definitieve omgangs- c.q. zorgregeling, het gezag en de informatieregeling, in afwachting van het verloop van het contact en teneinde partijen in de gelegenheid te stellen samen afspraken te maken. Uiterlijk op de pro forma datum dienen de advocaten van de ouders de rechtbank te hebben bericht over de stand van zaken en over de gewenste voortgang van deze procedure en wat dat betekent voor de nog voorliggende verzoeken.
In de zaak met nummer C/09/684599 en FA RK 25-3305
Voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv
Op grond van het eerste lid van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Nu de rechtbank in de bodemprocedure een beslissing neemt over hetzelfde onderwerp als in de voorlopige voorzieningenprocedure voorligt, zal de rechtbank het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen bij gebrek aan belang.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ,
voorlopig contact met de vader zal hebben:
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
bepaalt dat de behandeling zal worden aangehouden tot 15 september 2025 pro forma in afwachting van het verloop van het contact en teneinde partijen in de gelegenheid te stellen samen afspraken te maken; uiterlijk op deze pro forma datum dienen de advocaten van de ouders de rechtbank te hebben bericht over de stand van zaken en over de gewenste voortgang van deze procedure en wat dat betekent voor de nog voorliggende verzoeken;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, een definitieve omgangs- c.q. zorgregeling en een informatieregeling aan.