ECLI:NL:RBDHA:2025:17374

ECLI:NL:RBDHA:2025:17374, Rechtbank Den Haag, 05-09-2025, NL25.32950

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-09-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer NL25.32950
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823

Samenvatting

Asiel. asielrelaas geloofwaardig maar geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer. niet gebleken is dat de aurotiteiten geen bescherming hebben willen kunnen bieden. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] eiser

(gemachtigde: mr. M.P. J.W.M. Govers),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.T.M. Hoppema).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser.

Eiser heeft op 17 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 18 juli 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser heeft de Turkse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1990. Eiser heeft samen met zijn neef in 2022 schapen op afbetaling gekocht maar voordat hij deze kon verkopen is zijn neef vertrokken met de schapen. Eiser heeft daarom een schuld van 440.000 Turkse lira bij [naam 1] en [naam 2] , die hij niet kan betalen. De schuldeisers willen geen betalingsregeling treffen en eiser kan onvoldoende geld lenen. Eiser is daarom bedreigd en heeft geprobeerd aangifte te doen maar dat lukte niet. Toen heeft eiser besloten Turkije te verlaten.

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

Verweerder vindt beide asielmotieven geloofwaardig. Dat eiser uit Turkije komt is onvoldoende om aan te nemen dat hij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Volgens verweerder heeft eiser recht op bescherming van de Turkse autoriteiten op grond van het misdrijf dat tegen eiser is gepleegd en heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij geen bescherming kan krijgen van die autoriteiten. Eiser loopt daarom bij terugkeer naar Turkije geen reëel risico op ernstige schade. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen als ongegrond omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – aan dat verweerder ten onrechte vindt dat eiser bij terugkeer naar Turkije geen reëel risico loopt op ernstige schade. Hiertoe stelt eiser dat niet in geschil is dat hij recht op bescherming van de Turkse autoriteiten heeft maar dat hem geen effectieve rechtsbescherming wordt geboden in Turkije. Dit is geen aanname van eiser. Hij wijst op zijn verklaring in de zienswijze. Eiser heeft geprobeerd om aangifte te doen bij de politie maar toen is hem verteld dat er geen opvolging aan de aangifte zou worden gegeven omdat niemand gewond is geraakt. Ter zitting heeft de gemachtigde daaraan toegevoegd dat eiser te horen heeft gekregen dat er onvoldoende bewijs zou zijn om tot strafvervolging over te gaan. Bovendien zou de politie, als de aangifte wél zou worden opgenomen, met de bedreigers moeten gaan praten, wat zou leiden tot een nog groter conflict dan eiser al met de bedreigers heeft. Zijn aangifte betreffende de bedreiging wordt dus feitelijk geweigerd en er wordt miskend dat er sprake is van een ernstig strafbaar feit. Wanneer eiser nog een keer aangifte zou proberen te doen en dit bekend zou worden bij de daders, zou dit er enkel voor zorgen dat de daders nog bozer zouden worden en de veiligheidssituatie voor eiser zou verslechteren nu de daders niet strafrechtelijk worden vervolgd voor hun daden. Het is voor eiser ook niet mogelijk om aangifte te doen bij andere (hogere) autoriteiten omdat dit het enige bureau is dat bevoegd is in het gebied waar de strafbare gedragingen hebben plaatsgevonden en eiser snel moest vluchten.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als ongegrond. Hij doet dat aan de hand van beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.

Reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Turkije

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk geen bescherming kan krijgen van de autoriteiten in Turkije. Eiser heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij geen aangifte heeft kunnen doen van bedreiging of van de mededeling van de politie dat deze niet zal worden opgevolgd. Eiser heeft ook niet met (landen)informatie onderbouwd dat het zinloos is om bij de (hogere) autoriteiten aangifte te doen of om te klagen. Verweerder mocht vinden dat de stelling van eiser dat hij nog grotere problemen zou kunnen krijgen als hij dat zou proberen, enkel is gebaseerd op zijn eigen aannames. Bovendien heeft verweerder mogen vinden dat, voor zover eiser heeft gesteld dat een aangifte doen risico met zich meebrengt, hij niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de autoriteiten hem dan geen bescherming zouden bieden. Daarom mocht verweerder vinden dat, nu het eiser eenmaal niet is gelukt om aangifte te doen, dit niet voldoende is om aan te nemen dat eiser persoonlijk zijn recht op bescherming niet zou kunnen uitoefenen.

Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is gemaakt dat de autoriteiten eiser geen bescherming hebben willen of kunnen bieden. Onder deze omstandigheden heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.

8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.M.A. Vinken

Griffier

  • mr. J.L. Maats

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?