ECLI:NL:RBDHA:2025:17474

ECLI:NL:RBDHA:2025:17474, Rechtbank Den Haag, 23-09-2025, NL25.43065

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-09-2025
Datum publicatie 25-09-2025
Zaaknummer NL25.43065
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011825

Samenvatting

bewaring, artikel 59a, concreet aanknopingspunt overdracht, gronden van de maatregel, lichter middel, ambtshalve toets, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.43065

(gemachtigde: mr. E. Derksen),

en

(gemachtigde: mr. R.L.F. Zandbelt).

Procesverloop

Bij besluit van 6 september 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2025 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bestaat er een concreet aanknopingspunt voor overdracht?

1. Eiser betoogt dat geen concreet aanknopingspunt voor overdracht op grond van de Dublinverordening bestaat omdat het overdrachtsbesluit, gelet op de jurisprudentie, niet in stand kan blijven en hiertegen nog een beroep loopt bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Op 22 augustus 2025 heeft de minister de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan (het overdrachtsbesluit). Daarmee is sprake van een concreet aanknopingspunt dat eiser op grond van de Dublinverordening naar Spanje kan worden overgedragen. Ten tijde van het opleggen van de maatregel was nog geen beroep ingediend tegen het overdrachtsbesluit, waardoor dit geen beletsel was voor het opleggen van de maatregel. Dat inmiddels wel beroep is ingediend en gevraagd is om een voorlopige voorziening, doet daar niet aan af. Het is tussen partijen niet in geschil dat deze rechtsmiddelen tot op heden geen schorsende werking hebben. Anders dan eiser heeft betoogd ziet de rechtbank hierin daarom geen aanleiding om aan te nemen dat geen sprake (meer) is van een concreet aanknopingspunt voor overdracht.

Kunnen de gronden de maatregel voldoende dragen?

2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, tweede, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000), als zware gronden vermeld dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;

en als lichte gronden vermeld dat eiser:4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 heeft gehouden;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Eiser betwist de zware gronden niet, maar betoogt dat hieruit geen risico op onttrekking blijkt. Ook in het kader van de lichte gronden heeft de minister volgens eiser onvoldoende gemotiveerd dat hieruit het risico op onttrekking blijkt. Daarnaast had eiser wel voldoende middelen van bestaan, omdat hij in de opvang verbleef.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Eiser betwist namelijk de feitelijke juistheid van de zware gronden niet en deze kunnen de maatregel daarom voldoende dragen. De enkele stelling dat hieruit geen risico op onttrekking blijkt, maakt dit niet anders. De feitelijke juistheid van de zware gronden is namelijk voldoende om deze aan de maatregel ten grondslag te kunnen leggen. Wat eiser heeft aangevoerd in het kader van de lichte gronden behoeft daarom geen bespreking.

Had de minister moeten volstaan met een lichter middel?

3. Eiser betoogt dat de minister een lichter middel had moeten opleggen, omdat hij ten tijde van het opleggen van de maatregel voornemens was beroep in te dienen tegen het overdrachtsbesluit omdat deze niet eerder was ontvangen. In afwachting van deze procedure, had dus een lichter middel opgelegd moeten worden. Daarnaast staat eiser op een wachtlijst om geopereerd te worden aan zijn hand. Ook is eiser gezien door een arts op het politiebureau en de arts heeft aangegeven dat behandeling van een neuroloog nodig is.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet hoeven volstaan met een lichter middel en de minister heeft dit ook voldoende gemotiveerd. Met betrekking tot de nog lopende procedure tegen het overdrachtsbesluit wijst de rechtbank op hetgeen zij heeft overwogen onder 1.1. Verder is de minister in de maatregel voldoende gemotiveerd ingegaan op de medische situatie van eiser en heeft erop gewezen dat in het detentiecentrum een medische dienst aanwezig is.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

4. Los van de door eiser aangevoerde beroepsgronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiseres verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M.M. Otten, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.S. Gaastra

Griffier

  • mr. K.H.M.M. Otten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand