ECLI:NL:RBDHA:2025:17489

ECLI:NL:RBDHA:2025:17489, Rechtbank Den Haag, 02-09-2025, SGR 24/2988

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-09-2025
Datum publicatie 29-09-2025
Zaaknummer SGR 24/2988
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0019057

Samenvatting

Pkv-uitspraak na benoeming deskundige. Verweerder is volledig aan het verzoek tegemoetgekomen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 24/2988

(gemachtigde: mr. R.F. Antes),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: mr. M.A. Bakker).

Procesverloop

1. In het besluit van 7 juli 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoekster met ingang van 1 oktober 2023 recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) naar een mate van 50,74% arbeidsongeschiktheid.

In het besluit van 21 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Verzoekster heeft aanvullende stukken ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 17 oktober 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde, [naam 1] (vader) en [naam 2] (maatschappelijk werker). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.S. de Vreeze.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, verweerder verzocht om te reageren op de door verzoekster op de zitting ingediende stukken en bepaald dat een verzekeringsarts als deskundige wordt benoemd.

Partijen hebben aanvullende stukken ingediend.

Op 31 maart 2025 heeft de rechtbank het rapport van de deskundige ontvangen. Verzoekster heeft daarop gereageerd.

Verweerder heeft het bestreden besluit vervangen door het besluit van 9 juli 2025. Met deze gewijzigde beslissing op bezwaar heeft verweerder het bezwaar van verzoekster alsnog gegrond verklaard en bepaald dat verzoekster vanaf 7 juli 2023 recht heeft op een uitkering op grond van de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA).

Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Verweerder heeft meegedeeld de proceskosten en het griffierecht te zullen vergoeden.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?

4. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder aan haar is tegemoetgekomen. De rechtbank zal daarom het verzoek om een proceskostenveroordeling toewijzen.

Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht rekent de rechtbank voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de schriftelijke zienswijze na het verslag deskundigenonderzoek, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1. De vergoeding bedraagt in totaal € 2.267,50.

Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek toe;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 2.267,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Klaus, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2025.

de griffier is verhinderd te tekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.P. Verloop

Griffier

  • mr. M. Klaus

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand