ECLI:NL:RBDHA:2025:18201

ECLI:NL:RBDHA:2025:18201, Rechtbank Den Haag, 30-09-2025, 24_7316

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-09-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer 24_7316
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0006358

Samenvatting

Bij opleggen aanslag leges is uitgegaan van een te hoge heffingsgrondslag omdat deze moet worden verminderd met kosten in verband met de aanschaf en installatie van een warmtepomp. Het beroep is dan ook gegrond. Dat verweerder voor het overige van een te hoge heffingsgrondslag is uitgegaan wordt door eiser niet aannemelijk gemaakt.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] Haag, eiser

de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 24/7316

(gemachtigde: mr. R.R.D.D. Speelman),

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser een aanslag leges (de aanslag) opgelegd.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 24 juli 2024 de aanslag gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 september 2025.

Namens eiser is de gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 1] en [naam 2] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiser heeft op 23 maart 2023 een aanvraag omgevingsvergunning gedaan ten behoeve van de bouw van een woning aan de [straatnaam] . Deze aanvraag is door eiser ingetrokken.

2. Eiser heeft op 4 september 2023 opnieuw een aanvraag omgevingsvergunning gedaan ten behoeve van de bouw van een woning aan de [straatnaam] (de aanvraag). Daarbij zijn de bouwkosten geschat op € 606.996 (exclusief Btw) en zijn bouwtekeningen meegestuurd.

3. Bij brief van 7 november 2023 heeft de gemeente Den Haag eiser er over geïnformeerd dat zij, uitgaande van de overgelegde bouwtekeningen, de bouwkosten hebben berekend op € 899.817 (exclusief Btw).

4. Verweerder heeft aan eiser de aanslag opgelegd ten bedrag van € 24.474,56. Daarbij is uitgegaan van bouwkosten (de heffingsgrondslag) van € 899.800 en een tarief van 2,72%.

5. Bij zijn bezwaar tegen de aanslag heeft eiser een offerte gevoegd waarin de totale aanneemsom is berekend op € 606.997. Tevens verzoekt eiser bij zijn bezwaar om Groene legeskorting. Daarbij heeft hij een lijst van duurzame maatregelen gevoegd voor een totaalbedrag van € 240.300. Hiervan ziet € 17.500 op de plaatsing van een warmtepomp.

6. Naar aanleiding van het bezwaar van eiser heeft verweerder advies ingewonnen bij bouwadviesbureau IGG Bouweconomie BV (het adviesbureau). In het advies van het adviesbureau is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

“1. Inleiding

Naar aanleiding van het bezwaarschrift van 11-03-2024 op de legesgrondslag is er een controle uitgevoerd op het bezwaar van de aanvrager. [het adviesbureau] heeft een bouwkostenraming opgesteld voor [adres] en komt op een bedrag van €899.817,- exclusief BTW (€1.088.788,- inclusief BTW) d.d. 31-10-2023. De aanvrager maakt bezwaar tegen de legesgrondslag omdat de bouwkosten door [het adviesbureau] te hoog zouden zijn vastgesteld.

De aanvraag betreft het bouwen van een nieuwbouwwoning.

2. Vergelijking

(…)

Voor de bepaling van de legesgrondslag hanteert [het adviesbureau] de ingediende tekeningen ten behoeve van de omgevingsvergunning. Alle bouwkundige werken, installaties, vaste inrichting en terreinvoorzieningen op tekeningen behoren tot de aanvraag. Hierover worden nog zogenoemde indirecte kosten gerekend bestaande uit algemene uitvoeringskosten en opslagen. Dit resulteert in de bouwkosten exclusief BTW.

De aanvrager geeft aan dat de werkzaamheden voor €606.997,- exclusief BTW (€734.442,- inclusief BTW) kunnen worden gerealiseerd. De stukken hebben wij vergeleken met ons advies.

De aanvrager heeft een offerte ingediend waarin slechts beperkte informatie wordt verstrekt, waarbij wordt gesteld dat de uitvoering van de werkzaamheden voor een bedrag van €606.997 kan worden gerealiseerd. Na zorgvuldige analyse van de ingediende offerte, hebben wij geconstateerd dat er onvoldoende informatie beschikbaar zijn om een grondige herbeoordeling uit te voeren. De offerte vermeldt geen hoeveelheden en de prijzen zijn per post aangegeven. Bovendien ontbreekt informatie over de staartkosten.”

7. In de bestreden uitspraak op bezwaar is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

“De hoogte van de leges voor de omgevingsvergunning bouwactiviteit wordt berekend naar een percentage van de bouwkosten. Volgens het bepaalde in Afdeling 1 (Begripsomschrijvingen) van de Tarieventabel behorende bij de Verordening leges omgevingsvergunning Den Haag 2021 wordt onder bouwkosten verstaan de aannemingssom of voor zover deze ontbreekt, een raming van kosten exclusief omzetbelasting die voortvloeit uit de aan te gane of uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk dan wel de bouwwerken als bedoeld in de bijlage van de Verordening "Richtlijn raming bouwkosten". Met de aannemingssom wordt bedoeld het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het bouwwerk dan wel de bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft tot stand te brengen, exclusief omzetbelasting.

(…)

De bij uw bezwaarschrift gevoegde nadere opgave van bouwkosten voldoet

vervolgens niet aan het gestelde in de Verordening. Een offerte komt niet

overeen met deze voorwaarde.

Desalniettemin heeft de gemeente [het adviesbureau] opnieuw om advies gevraagd ten einde vast te kunnen stellen of uw gegevens kunnen voldoen als raming als bedoeld in de Verordening voor een wijziging van de grondslag van de leges. (…)

De bouwkostendeskundige van [het adviesbureau] heeft na een vergelijk met de ingediende

offerte en de eerder door [het adviesbureau] uitgebrachte recapitulatie bouwkosten

geconstateerd dat er van uw zijde onvoldoende informatie beschikbaar is

gesteld om de grondslag voor de leges aan te passen. Als voorbeeld wordt

genoemd het ontbreken van hoeveelheden en prijzen per post. Bovendien

ontbreekt informatie over de staartkosten.

Gelet op het vorenstaande bestaat er geen aanleiding om de grondslag voor

de leges te wijzigen.

Vervolgens kan ik niet tegemoet komen aan uw verzoek om in aanmerking te

komen voor toepassing van de Regeling vermindering leges Den Haag 2020

(hierna de Regeling).

Hierover merk ik op dat in geval van nieuwbouw voor de leges

omgevingsvergunning bouwactiviteit geen korting kan worden verleend voor de

op de lijst vermelde duurzame maatregelen (Hoofdstuk 3, artikel 6 van de

Regeling; i.c. bestaande gebouwen). Bij nieuwbouwplannen, waarvan in dit

geval dus sprake is, kan alleen beroep worden gedaan op Hoofdstuk 3

artikelen 3, 4 en 5 van de Regeling. Indien bij nieuwbouwplannen een verzoek

om legeskorting wordt ingediend is bovendien een bij de aanvraag van de

vergunning volledig ingevuld GPR-rapport nodig waarbij het

duurzaamheidsniveau van minimaal GPR 8 dan wel 8,5 dient te worden behaald

voor alle thema's.

Gelet op het vorenstaande bestaat er geen aanleiding om de nota leges aan te

passen. De nota leges blijft daarom gehandhaafd.”

8. Gedurende de beroepsfase is door eiser een op 30 mei 2024 gedagtekende factuur van Groothuis Bouw overgelegd. In deze factuur is onder meer op genomen dat de aanneemsom volgens contract € 930.500 bedraagt. Daarnaast is een bedrag van € 17.500 (inclusief Btw) in rekening gebracht voor “Levering en installatie Warmtepomp Mitsubishi Electric 14 KW lucht-water met losse 500L boiler”.

Geschil

9. In geschil is of bij oplegging van de aanslag is uitgegaan van de juiste heffingsgrondslag. Niet langer in geschil is dat de heffingsgrondslag in ieder geval moet worden verminderd in verband met de aanschaf en installatie van de warmtepomp. De rechtbank zal het beroep reeds om deze reden gegrond verklaren.

10. Eiser stelt dat heffingsgrondslag –ook na de vermindering in verband met de warmtepomp– te hoog is vastgesteld. Volgens eiser is verweerder bij het opleggen van de aanslag van een te hoog bedrag aan bouwkosten is uitgegaan. Daartoe voert eiser aan dat het adviesbureau de bouwkosten te hoog heeft berekend, dat door verweerder ten onrechte geen vermindering van leges wegens duurzame maatregelen is toegepast en dat verweerder ten onrechte geen rekening heeft gehouden met vergunningsvrije onderdelen. Voorts stelt eiser dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zijn kostenraming niet is geaccepteerd en dat de uitspraak op bezwaar is gebaseerd op onzorgvuldig onderzoek.

11. Verweerder stelt dat geen aanleiding bestaat voor verdere vermindering van de aanslag.

Beoordeling van het geschil

12. Op grond van artikel 2 van de Verordening leges omgevingsvergunning Den Haag 2021 (de Verordening) worden onder de naam leges rechten geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Artikel 3 van de Verordening bepaalt vervolgens dat de aanvrager van de dienst belastingplichtig is. De tarieven voor een aanvraag zijn bepaald in de Tarieventabel behorende bij de Verordening.

13. In artikel 1.1.3 van de Tarieventabel zijn bouwkosten omschreven als:

“de aanneemsom, of voor zover deze ontbreekt, een raming van kosten exclusief omzetbelasting die voortvloeien uit de aan te gane of uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk dan wel de bouwwerken als bedoeld in de bijlage ‘Richtlijn raming bouwkosten.” (de Richtlijn).

14. In artikel 2.1.1.2 van de Tarieventabel is bepaald dat het tarief van de leges 2,72% bedraagt “indien de bouwkosten meer dan € 250.000,00 bedragen van de bouwkosten van het uit te voeren bouwwerk berekend over elk geheel bedrag van € 50, met een maximum van € 1.066.000,00.”

15. Verweerder is bij de oplegging van de aanslag uitgegaan van de bouwkosten zoals die zijn bepaald door het adviesbureau. Het advies is gebaseerd op de door eiser bij de aanvraag verstrekte bouwtekeningen. Voorts is ter zitting door verweerder toegelicht dat het adviesbureau voor de verschillende onderdelen van het bouwwerk heeft gewerkt met standaardprijzen en dat geen meerprijzen zijn gehanteerd in het geval eiser voor een bovengemiddelde uitvoering van betreffende onderdeel heeft gekozen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze uitgangspunten redelijk. Dat verweerder bij de eerdere aanvraag van 23 maart 2023 is uitgegaan van een veel lager bedrag doet daar niet aan af. De eerdere aanvraag is door eiser ingetrokken zonder dat deze door verweerder ter beoordeling aan het adviesbureau is voorgelegd.

16. Het is vervolgens aan eiser om aannemelijk te maken dat de door verweerder als uitgangspunt gehanteerde bouwkosten te hoog zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser daar niet in geslaagd. Weliswaar vermeldt de door eiser overgelegde offerte een lager totaalbedrag, maar onduidelijk is welke betekenis aan deze offerte moet worden toegekend. Vast staat dat het op de offerte genoemde bedrag beduidend lager is dan het bedrag op de factuur met dagtekening 30 mei 2024. Daarnaast is het in de factuur genoemde contract door eiser niet overgelegd, zodat ook langs die weg niet aannemelijk is gemaakt dat en in hoeverre de berekening van het adviesbureau onjuist is.

17. Eiser stelt dat verweerder in de door het adviesbureau berekende bouwkosten ten onrechte vergunningvrije onderdelen heeft meegerekend. Daarbij noemt eiser de kosten van zonnepanelen en een aantal dakkapellen. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Eiser heeft in de aanvraag niet vermeld dat deze voor een gedeelte betrekking heeft op vergunningvrije onderdelen. Verweerder mag op een dergelijk punt afgaan op de aanvraag en is niet gehouden elke aanvraag te controleren op vergunningvrije activiteiten. Dat door het adviesbureau onderdelen zijn meegenomen die niet voorkomen in de Richtlijn is door eiser niet aannemelijk gemaakt.

18. In de Regeling vermindering leges Den Haag 2020 (de Regeling) is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

Artikel 6 Lijst met duurzame maatregelen

1. Het college verleent legesvermindering voor omgevingsvergunningen waarbij duurzame maatregelen zijn uitgevoerd van de onderstaande lijst in het vierde lid.

2. De legesvermindering bedraagt 100% over het gedeelte van het legesbedrag dat is gebaseerd op de bouwkosten van de betreffende duurzame maatregelen van de lijst in het vierde lid.

(…)

4. De legesvermindering betreft uitsluitend de volgende duurzame maatregelen:

a. maatregelen aan bestaande gebouwen:

(…)

b. maatregelen aan bestaande gebouwen en nieuwbouw:

1e. plaatsen van een warmtepomp met bijbehorende buitenunit of luchtunit met een geluidsproductie van de unit van maximaal 40 dB, bij een perceelgrens van woningen of van een perceel dat bestemd is voor woningen, (…);

2e. plaatsen van een warmtepomp met bijbehorende buitenunit of luchtunit met een geluidsproductie van de unit van maximaal 40 dB, bij een te openen raam of deur van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied (…);

3e. afkoppelen van hemelwater in combinatie met waterberging, (…).”

19. Artikel 6 van de Regeling maakt onderscheid tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Van de posten op de door eiser ingediende lijst met duurzame maatregelen is enkel de plaatsing van de warmtepomp van toepassing op nieuwbouw. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat legesvermindering slechts in aanmerking moet worden genomen voor zover deze betrekking heeft op het plaatsing van de warmtepomp. Daarbij heeft verweerder toegelicht dat bij de vermindering van de heffingsgrondslag in verband met duurzame maatregelen dient te worden uitgegaan van € 15.000 (inclusief Btw), omdat het voor de warmtepomp gefactureerde bedrag van € 17.500 mede betrekking heeft op een boiler. De rechtbank acht deze toerekening redelijk. Daarbij weegt de rechtbank mee dat op de overgelegde factuur niet is gespecificeerd welk bedrag aan de warmtepomp dient te worden toegerekend en welk bedrag aan de boiler.

20. Verweerder heeft de aanvraag en de daarbij gevoegde bouwtekeningen beoordeeld en naar aanleiding van het bezwaar van eiser is advies ingewonnen. Dat de uitspraak op bezwaar berust op onzorgvuldig onderzoek volgt uit niets. Van schending van het motiveringsbeginsel is evenmin sprake. In de uitspraak op bezwaar is duidelijk verwoord waarom het bezwaar is afgewezen. Daarbij is ingegaan op de grieven die eiser in zijn bezwaarschrift naar voren heeft gebracht.

21. Het voorgaande betekent dat de in aanmerking te nemen bouwkosten moeten worden verminderd met € 12.396,70 (€ 15.000/1,21) tot € 887.420,30 (€ 899.817 -/- € 12.396,70). De aanslag dient te worden verminderd tot € 24.137,28 (€ 887.400 * 2,72%).

22. Gelet op het voorgaande dient het beroep gegrond te worden verklaard.

Proceskosten

23. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag tot een bedrag van € 24.137,28 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besteden besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51 aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).

Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.

Verder vermeldt u ten minste het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W. de Wit

Griffier

  • mr. T. Blauw

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?