ECLI:NL:RBDHA:2025:18570

ECLI:NL:RBDHA:2025:18570, Rechtbank Den Haag, 07-10-2025, C/09/673047 / FA RK 24-6896

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-10-2025
Datum publicatie 16-10-2025
Zaaknummer C/09/673047 / FA RK 24-6896
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656 BWBR0030068

Samenvatting

Ontkenning vaderschap

Uitspraak

Ontkenning vaderschap

Beschikking op het op 9 januari 2024 bij de rechtbank Oost-Brabant en bij deze rechtbank op 13 september 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[de man] ,

verzoeker/de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. I. Gerrand te Eindhoven.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw/de moeder,

blijkens de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) wonende te [land] ,

en

de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] , in de BRP geregistreerd met de geslachtsnaam [geslachtsnaam],

in rechte vertegenwoordigd door mr. K. Moene, advocaat te ’s-Gravenhage,

in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

De op 30 september 2025 geplande zitting heeft geen doorgang gevonden.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot gegrondverklaring van de ontkenning door de man van het vaderschap van de man over voornoemde minderjarige, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw is niet in de procedure verschenen.

De bijzondere curator meent dat het verzoek van de man tot ontkenning van het vaderschap over voornoemde minderjarige gegrond kan worden verklaard.

Feiten

Geslachtsnaam kind : -

Voornamen kind : [minderjarige]

Naam vader : [de man]

Voornamen vader : -

Geboorteplaats vader : [geboorteplaats 2] , [geboorteland]

Geboortedatum vader : [geboortedatum 2] 1988

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu verzoeker in Nederland woont heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht ten aanzien van het verzoek op grond van artikel 3, aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Op grond van artikel 10:93 lid 1 juncto artikel 10:92 lid 1 en 2 BW wordt de vraag of en onder welke voorwaarden het vaderschap van een man kan worden ontkend in beginsel bepaald door het recht dat van toepassing is op het ontstaan van de familierechtelijke betrekking, te weten het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de man en de vrouw ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

Ten tijde van het ontstaan van de familierechtelijke betrekking hadden de vrouw en de man geen gemeenschappelijke nationaliteit. Daarom is het recht van de staat van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats ten tijde van de geboorte van [minderjarige] , te weten Nederland, van toepassing op het verzoek tot ontkenning van het vaderschap.

Ontvankelijkheid

Op grond van artikel 1:200 lid 5 BW dient een verzoekschrift tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap door de juridische vader bij de rechtbank te worden ingediend binnen één jaar nadat hij bekend is geworden met het feit dat hij vermoedelijk niet de biologische vader is van het kind.

Uit het verzoekschrift van de man en het verslag van de bijzondere curator blijkt dat het Openbaar Ministerie in december 2022 een verzoekschrift tot wijziging van de geboorteakte van [minderjarige] heeft ingediend bij de rechtbank. Eerst in februari 2023 is de man geïnformeerd over dit verzoekschrift. Toen pas werd het de man bekend dat de vrouw bevallen was van [minderjarige] en dat de man de juridisch vader was van [minderjarige] . De man heeft onderhavig verzoek ingediend op 9 januari 2024 en dus binnen één jaar nadat hij bekend is geworden met het feit dat hij vermoedelijk niet de biologische vader is van het kind.

De rechtbank zal de man ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

Op grond van artikel 1:200 lid 1 BW kan het vaderschap worden ontkend op de grond dat de man niet de biologische vader van de minderjarige is.

De man heeft ter onderbouwing van het verzoek gesteld dat hij 100% zeker weet dat hij niet de verwekker is van [minderjarige] . De man en de vrouw hebben tot november 2019 samengewoond. Daarna heeft de man de woning van de vrouw verlaten en hebben partijen geen contact meer met elkaar gehad. De man was er niet mee bekend dat de vrouw bevallen was van een kind, totdat hij in februari 2023 bericht ontving van de rechtbank over de door de officier van justitie geëntameerde procedure tot doorhaling van de latere vermelding betreffende erkenning en verbetering van de geboorteakte. Het is feitelijk onmogelijk dat de man de verwekker is van [minderjarige] .

Uit het verslag van de bijzondere curator blijkt dat de moeder heeft aangegeven dat de heer [naam] de biologische vader is van [minderjarige] . Zij heeft tijdens haar zwangerschap aan hem toestemming gegeven om [minderjarige] te erkennen. De moeder bevestigt aan de bijzondere curator dat het laatste contact tussen partijen in november 2019 is geweest en geeft aan dat zij instemt met toewijzing van het verzoek. De moeder wil graag dat [naam] ook de juridische vader van [minderjarige] wordt.

De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de man niet de biologische vader is van de minderjarige. De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de verklaringen van de man en de moeder tegenover de bijzondere curator over het (biologische) vaderschap van de minderjarige. Gelet op het vorenstaande moet het verzoek worden toegewezen, aangezien van feiten die het mogelijk maken dat de man toch de biologische vader van de minderjarige is, niet is gebleken.

Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Nu de aard van de zaak zich verzet tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van de beschikking, zal de rechtbank het hiertoe strekkende verzoek afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart gegrond het verzoek van:

[de man] , geboren op [geboortedatum 2] 1988 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ,

tot ontkenning van het vaderschap van de minderjarige:

[minderjarige] , in de BRP geregistreerd met de geslachtsnaam [geslachtsnaam] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ,

uit:

[de vrouw] , geboren op [geboortedatum 3] 1992 te [geboorteplaats 3] , [geboorteland] ;

beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 oktober 2025.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.P. Bas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand