ECLI:NL:RBDHA:2025:18658

ECLI:NL:RBDHA:2025:18658, Rechtbank Den Haag, 09-10-2025, NL23.23887

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-10-2025
Datum publicatie 10-10-2025
Zaaknummer NL23.23887
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358

Samenvatting

Proceskostenveroordeling; tegemoetgekomen na het nemen van een aanvullend besluit; verzoek toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.23887

(gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),

en

(gemachtigde: mr. S. Imami).

Inleiding en procesverloop

Voor een weergave van het procesverloop tot en met 19 augustus 2025 verwijst de rechtbank naar haar tussenuitspraak van die datum. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak verweerder in de gelegenheid gesteld om de gebreken in het aanvullende besluit van 10 januari 2025 te herstellen.

Op 9 september 2025 heeft verweerder opnieuw een aanvullend besluit genomen, waarbij hij – in aanvulling op de inwilliging van de asielaanvraag van verzoeker in het bestreden besluit van 9 oktober 2023 – heeft besloten de door verzoeker opgegeven geboortedatum te hanteren.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank alleen nog het verzoek van verzoeker om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep na het aanvullende besluit van 9 september 2025.

Bij brief van 25 september 2025 heeft verweerder meegedeeld zich niet te verzetten tegen een proceskostenveroordeling.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

2. De rechtbank stelt vast dat verzoeker proceskosten heeft gemaakt. Hoewel zijn asielaanvraag is ingewilligd, heeft verweerder aanvankelijk de door verzoeker opgegeven geboortedatum niet gevolgd. Na tussenkomst van de rechtbank heeft verweerder dit alsnog gedaan en daarmee is hij tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker. Verweerder verzet zich niet tegen toewijzing van het verzoek. Het verzoek is daarom kennelijk gegrond.

3. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een proceskostenvergoeding van € 3.174,50. Deze vergoeding is vastgesteld op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daarbij zijn de volgende punten toegekend: 0,5 punt voor het indienen van het beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift tegen het bestreden besluit van 9 oktober 2023, 1 punt voor het verschijnen op de zitting van 18 december 2024, 0,5 punt voor het indienen van een zienswijze op het aanvullende besluit van 10 januari 2025 en 0,5 punt voor het verschijnen op de nadere zitting van 10 juli 2025. Dit komt neer op een vergoeding van € 3.174,50 (3,5 punten, met een waarde van € 907,- per punt en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 3.174,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Feijtel, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B. van Velzen

Griffier

  • mr. S. Feijtel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand