ECLI:NL:RBDHA:2025:18965

ECLI:NL:RBDHA:2025:18965, Rechtbank Den Haag, 15-10-2025, NL25.49483 en NL25.48390

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-10-2025
Datum publicatie 15-10-2025
Zaaknummer NL25.49483 en NL25.48390
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Vreemdelingenbewaring, beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit, geen geldig terugkeerbesluit, gegrond beroep tegen bewaringsmaatregel, opheffing

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.49483 en NL25.48390

(gemachtigde: mr. A. Agayev),

en

(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).

Procesverloop

Bij besluit van 1 oktober 2025 (bestreden besluit 1) heeft verweerder aan eiser een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd. Verweerder heeft op diezelfde dag aan eiser de maatregel van bewaring (bestreden besluit 2) op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Het beroep tegen de maatregel van bewaring moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft de beroepen op 15 oktober 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1985 en de Ghanese nationaliteit te hebben.

Het aanvullend terugkeerbesluit

2. Vastgesteld wordt dat verweerder in het aanvullend terugkeerbesluit van 1 oktober 2025 heeft overwogen dat dit een aanvulling is op het terugkeerbesluit van 17 december 2020. In het besluit van 17 december 2020 heeft verweerder beslist dat de aanvraag van eiser voor een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen. Onder het kopje ‘besluit’ heeft verweerder opgenomen dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen en dat dit ook een terugkeerbesluit is. Onder het kopje ‘wat betekent dit besluit voor u’ heeft verweerder opgenomen dat eiser een verzoek heeft ingediend om toepassing van artikel 64 van de Vw, dat daarop nog niet is beslist en dat eiser het verzoek om toepassing van artikel 64 van de Vw in Nederland mag afwachten. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het besluit van 17 december 2020 daarmee niet aan de vereisten die gesteld worden aan een terugkeerbesluit in de zin van de Terugkeerrichtlijn. De enkele opmerking dat dit besluit een terugkeerbesluit is, is daarvoor onvoldoende. In het besluit is namelijk niet vastgesteld dat het verblijf van eiser in Nederland niet rechtmatig is of niet rechtmatig wordt verklaard en eveneens niet dat eiser Nederland dient te verlaten. Het besluit van 1 oktober 2025 kan dan ook niet gelden als aanvulling op een eerder genomen terugkeerbesluit. Het aanvullend terugkeerbesluit van 1 oktober 2025 is naar het oordeel van de rechtbank evenmin een terugkeerbesluit in de zin van de Terugkeerrichtlijn, nu hierin ook niet is opgenomen dat eiser Nederland dient te verlaten. De rechtbank ziet in deze omstandigheden aanleiding om het beroep van eiser tegen het aanvullend terugkeerbesluit van 1 oktober 2025 gegrond te verklaren.

De maatregel van bewaring

3. Een maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw mag in beginsel alleen worden opgelegd als voorafgaand aan dan wel gelijktijdig met die maatregel een terugkeerbesluit is genomen. Uit wat de rechtbank hiervoor onder 2 heeft overwogen, volgt dat in dit geval geen sprake is van een terugkeerbesluit. Gelet daarop stelt de rechtbank ambtshalve vast dat eiser niet op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw in bewaring kon worden gesteld. De rechtbank komt daarom niet toe aan een bespreking van de beroepsgronden van eiser.

4. Het beroep tegen de maatregel van bewaring is gegrond en de maatregel van bewaring is vanaf het moment van het opleggen daarvan onrechtmatig. De rechtbank beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 15 oktober 2025.

5. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van bewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 15 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel van 1 x € 130 (verblijf politiecel) en 14 x € 100 (verblijf detentiecentrum) = € 1.530.

6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.721 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift tegen de maatregel van bewaring, 1 punt voor het indienen van een beroepschrift tegen het aanvullend terugkeerbesluit en 1 punt voor het verschijnen ter zitting waarbij met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit (bestreden besluit 1) gegrond;

- verklaart het beroep tegen de maatregel van bewaring (bestreden besluit 2) gegrond;

- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 15 oktober 2025;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.530, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.721.

Deze uitspraak is gedaan op 15 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 1 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 2 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. W. van Loon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand