ECLI:NL:RBDHA:2025:18980

ECLI:NL:RBDHA:2025:18980, Rechtbank Den Haag, 20-06-2025, 24/9909 en 24/9911

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-06-2025
Datum publicatie 20-10-2025
Zaaknummer 24/9909 en 24/9911
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Beroep niet-ontvankelijk. Eiseres heeft een beroepsschrift ingediend zonder gronden. De rechtbank heeft eiseres in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. Bijna 1 jaar te laat gronden ingediend door de gemachtigde van eiseres. Dit komt voor risico van eiseres. Geen sprake van omstandigheden die maken dat termijnoverschrijding niet verwijtbaar is.

Uitspraak

[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres

[V-Nummer]

(gemachtigde: mr. G.P. Dayala),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/ voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning regulier.

De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 19 december 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 4 juni 2024 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 20 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de partner van eiseres en de heer [naam] . De minister heeft zich afgemeld voor de zitting.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres heeft op 13 juni 2024 een beroepschrift zonder gronden ingediend. Het beroepschrift voldeed daarmee op dat moment niet aan de vereisten van artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft eiseres bij brief van 17 juni 2023 in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen door binnen vier weken de gronden van het beroep op te sturen. In de brief staat ook dat het beroep anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden. Vervolgens heeft de rechtbank geen gronden van eiseres ontvangen.

4. Begin juni 2025 heeft de rechtbank gevraagd waarom het verzuim niet tijdig is hersteld, waarop de gemachtigde van eiseres op aanvoerde dat de termijnoverschrijding in dit geval is veroorzaakt door zijn fout. Hij had op 1 juli 2024 de gronden van het beroep tegelijkertijd met het formulier inzake betalingsonmacht willen verzenden aan de rechtbank en dit is per ongeluk niet gebeurd. Op 10 juni 2025 zijn er alsnog gronden ingediend en dit is bijna 1 jaar te laat. Dit komt voor risico van eiseres, hoe vervelend dat ook is voor eiseres. Van een professionele rechtshulpverlener mag namelijk verwacht worden dat deze de procedurele termijnen bewaakt voor zijn client. In dit geval is geen sprake van omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding niet verwijtbaar is.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Nu de rechtbank op het beroep heeft beslist, bestaat er geen aanleiding meer om een voorlopige voorziening te treffen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2025 door mr. H.J. Doets, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand