ECLI:NL:RBDHA:2025:19182

ECLI:NL:RBDHA:2025:19182, Rechtbank Den Haag, 21-10-2025, NL23.24043

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-10-2025
Datum publicatie 23-10-2025
Zaaknummer NL23.24043
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005075 BWBR0005537

Samenvatting

Beroep niet-ontvankelijk, vertrokken met IOM.

Uitspraak

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. J.A. Neslo),

en

de minister van Asiel en Migratie .

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de buitenbehandeling stelling van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 1 september 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 15 augustus 2023 deze aanvraag buiten behandeling gesteld.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft de rechtbank op 3 juni 2025 laten weten dat eiser met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) naar zijn land van herkomst is vertrokken. De minister heeft op 5 september 2025 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De minister heeft bij zijn brief van 3 juni 2025 een vertrekverklaring overgelegd waaruit blijkt dat eiser op 20 mei 2025 is vertrokken naar zijn land van herkomst, Nigeria. Uit deze verklaring blijkt ook dat eiser alle lopende procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel intrekt. De gemachtigde van eiser heeft in haar reactie van 26 juni 2025 aangegeven dat het niet is gelukt om vast te stellen of eiser naar het buitenland is vetrokken. Er is geprobeerd om contact op te nemen, maar dit is niet gelukt waardoor er bij gemachtigde geen duidelijkheid is over de verblijfplaats van eiser. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiser op 3 september 2025 namens eiser aanvullende gronden van beroep ingesteld ingediend tegen het bestreden besluit.

3. De rechtbank is van oordeel dat mag worden uitgegaan van de brief van IOM dat eiser naar Nigeria is vertrokken. De rechtbank leidt uit deze brief af dat eiser expliciet akkoord is gegaan met intrekking van zijn lopende verblijfsrechtelijke procedure en dus geen prijs meer stelt op de door hem gezochte internationale bescherming in Nederland. Hoewel het indienen van de aanvullende gronden van beroep een paar maanden na het vertrek van eiser erop zou kunnen duiden dat de gemachtigde van eiser weer contact met eiser heeft, leidt dit niet tot een ander oordeel. De gemachtigde heeft immers in deze gronden ook niet betwist dat eiser eerder zijn verblijfsprocedure heeft ingetrokken en dat hij is vertrokken naar Nigeria. Verder volgt de rechtbank het standpunt van de minister in het verweerschrift dat de aanvullende beroepsgronden van 3 september 2025 zich lijken te richten tegen een beëindigingsbesluit/intrekkingsbesluit in het kader van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. In de onderhavige zaak ligt echter de buiten behandeling stelling van eisers asielaanvraag voor.

4. Eiser heeft dus geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank zal dan ook niet ingaan op de beroepsgronden van 28 augustus 2023 en de aanvullende beroepsgronden die de gemachtigde van eiser op 3 september 2025 heeft ingediend.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Kompier

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand