RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker (gemachtigde: mr. M. Erik),
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: R. Mandersloot).
Samenvatting
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.24224
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
en
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de niet- ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 27 mei 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-onvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de NL25.24223, op 8 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, J.A. Matty als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.24223, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: