ECLI:NL:RBDHA:2025:19494

ECLI:NL:RBDHA:2025:19494, Rechtbank Den Haag, 22-10-2025, NL25.51332

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-10-2025
Datum publicatie 29-10-2025
Zaaknummer NL25.51332
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Voorlopige voorziening hangende verzet in een Dublinprocedure. Het verzoek is afgewezen

Uitspraak

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: [naam] )

Inleiding

1. Bij besluit van 13 augustus 2025 heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Het beroep is bij uitspraak van 24 september 2025 (de bestreden uitspraak) kennelijk ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft tegen de bestreden uitspraak verzet ingediend.

Op 20 oktober 2025 is aan verzoeker kenbaar gemaakt dat hij op 23 oktober 2025 zal worden overgedragen aan Spanje. Verzoeker heeft vervolgens om een voorlopige voorziening verzocht met het doel om niet te worden overgedragen en zijn verzet in Nederland te kunnen afwachten. De minister heeft een reactie ingediend op dit verzoek.

De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?

2. Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is niet in behandeling genomen omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is. De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. Zij heeft in de bestreden uitspraak – kort samengevat – geoordeeld dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat in het geval van Spanje niet (langer) kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Ook heeft verzoeker niet aannemelijk gemaakt dat hij bij problemen geen mogelijkheid heeft om te klagen bij de Spaanse autoriteiten. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Spaanse autoriteiten hem niet zullen helpen vanwege zijn seksuele gerichtheid.

Wat vindt verzoeker?

3. Verzoeker betoogt dat de rechtbank hem op een zitting had moeten horen, omdat bij de rechtbank blijkbaar onduidelijkheid bestaat over de mishandeling die hij in Spanje heeft ondergaan. De rechtbank had verzoeker tijdens een zitting hierover kunnen bevragen. De rechtbank gaat ook ten onrechte er aan voorbij dat tussen partijen niet ter discussie staat dat verzoeker in Spanje is mishandeld vanwege zijn seksuele gerichtheid. Tot slot betoogt verzoeker dat de rechtbank niet heeft gemotiveerd waarom zijn beroepsgrond dat de Spaanse autoriteiten onvoldoende bescherming bieden aan kwetsbare groepen niet slaagt.

Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?

4. De voorzieningenrechter kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist en kan als partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad ook uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd voor een zitting.

Is er sprake van spoedeisend belang?

5. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om spoedeisend belang aan te nemen, omdat verzoeker op 23 oktober 2025 zal worden overgedragen aan Spanje. Het primaire standpunt van de minister dat er vanwege een gefaciliteerd vertrek geen sprake is van spoedeisend belang, wordt niet gevolgd. De voorzieningenrechter wijst op de uitspraak van deze rechtbank van 13 september 2024. De voorzieningenrechter zal beoordelen of het verzet een redelijke kans van slagen heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de verzetsprocedure niet.

Heeft het verzet een redelijke kans van slagen?

6. De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij verzet uitsluitend de vraag speelt of de rechtbank terecht uitspraak heeft gedaan zonder verzoeker op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die op een zitting ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Zo ja, dan wordt het verzet gegrond verklaard zodat nader onderzoek kan plaatsvinden.

7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verzet geen redelijke kans van slagen heeft. Eventuele onduidelijkheid over de mishandeling van verzoeker in een nachtclub in Spanje door voor hem onbekende homofobe mensen, is onvoldoende reden om te concluderen dat de rechtbank verzoeker op een zitting had moeten horen. Verzoeker heeft immers niet aannemelijk gemaakt dat hij zich bij zulke problemen niet kan wenden tot de Spaanse autoriteiten. Dit maakt dan ook niet dat het oordeel in de bestreden uitspraak dat nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, niet meer buiten redelijke twijfel staat.

8. Verzoeker heeft verder geen gronden aangevoerd waardoor moet worden getwijfeld aan de uitkomst van de bestreden uitspraak. De tekst op pagina 81 van het AIDA Country Report: Spain van april 2025 waar verzoeker op heeft gewezen, gaat over de tijdelijke opvangcentra in [plaats 1] en [plaats 2] . Deze tijdelijke opvangcentra zorgen volgens het rapport voor de eerste opvang van nieuwe en/of ongedocumenteerde asielzoekers, voordat zij naar andere centra worden overgebracht. Verzoeker heeft niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer op grond van de Dublinverordening in deze tijdelijke opvangcentra terecht zal komen. Voor zover verzoeker problemen in de opvangvoorzieningen ervaart vanwege zijn seksuele gerichtheid, mag van hem worden verwacht dat hij zich wendt tot de (hogere) Spaanse autoriteiten.

Conclusie en gevolgen

9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verzet geen redelijke kans van slagen heeft. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. De minister hoeft geen proceskosten te betalen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De beslissing is telefonisch aan partijen medegedeeld op 22 oktober 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.L. Hol

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand