ECLI:NL:RBDHA:2025:19720

ECLI:NL:RBDHA:2025:19720, Rechtbank Den Haag, 24-10-2025, NL25.46981

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-10-2025
Datum publicatie 28-10-2025
Zaaknummer NL25.46981
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 BWBR0012288 CELEX:32003R0343 EU:32003R0343

Samenvatting

Dublin Duitsland. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.46981

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.A. Krikke),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 24 september 2025 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 21 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eisers gemachtigde heeft zich afgemeld voor de zitting. Eiser is niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Verzoek aanhouding
Onzorgvuldig handelen

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.

5. Eiser heeft op 20 augustus 2025 zijn aanmeldgehoor Dublin gehad. In dat gehoor, op pagina 4, heeft eiser expliciet verklaard dat hij geen bezwaar heeft tegen overdracht aan Duitsland en dat hij zal meewerken aan de overdracht. Op 26 augustus 2025 heeft de minister een voornemen uitgebracht. Op 26 augustus 2025 heeft de Raad voor de Rechtsbijstand eiser geïnformeerd over de toewijzing van zijn gemachtigde, onder vermelding van de contactgegevens van de gemachtigde. Gemachtigde heeft binnen de gegeven termijn voor het indienen van een zienswijze geen contact met eiser kunnen krijgen, waardoor geen zienswijze is ingediend. Op 24 september 2025 heeft de minister de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag. Uit correspondentie tussen gemachtigde en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) blijkt dat eiser verblijft in [plaats] . Gemachtigde heeft contact gezocht met eiser, zoals volgt uit de meerdere e-mails aan het [locatie] . Eiser heeft echter geen contact met hem opgenomen. Gemachtigde heeft dan ook verzocht om aanhouding van de zitting op 21 oktober 2025. De rechtbank heeft dit verzoek op 20 oktober 2025 afgewezen.

6. De rechtbank wijst het verzoek om aanhouding van de zitting en/of het verzoek tot heropening van de zaak af. De reden daarvoor is dat eiser geen contact heeft gezocht met zijn gemachtigde terwijl deze zich heeft ingespannen om met hem in contact te komen. De omstandigheid dat de gemachtigde daardoor niet in staat was een zienswijze in te dienen en aanvullende beroepsgronden in te dienen, komt daarom voor risico van eiser. Daarbij vindt de rechtbank van belang dat eiser in het aanmeldgehoor heeft verklaard dat hij geen bezwaar heeft tegen overdracht aan Duitsland, zodat zijn belang bij deze procedure niet op voorhand duidelijk is. Het belang van voortgang van deze zaak weegt daarom zwaarder dan eisers belang.

7. Gemachtigde van eiser heeft om uitstel gevraagd voor het indienen van de zienswijze, omdat eiser niet is komen opdagen bij hun afspraak om het voornemen te bespreken. Gemachtigde geeft aan dat post er vaak lang over doet of helemaal niet aankomt, om die reden verzocht hij om uitstel. In het geval de minister dit niet zou toekennen, verzocht gemachtigde om het voornemen aan eiser zelf te overhandigen en hem de mogelijkheid te geven om een zienswijze in te dienen. De minister heeft dit nagelaten en volgens eiser dus onzorgvuldig gehandeld in de besluitvorming.

8. De rechtbank overweegt als volgt. Uit rechtsoverweging 5 volgt dat gemachtigde sinds 26 augustus 2025 geen contact krijgt met eiser. Gemachtigde heeft meermaals geprobeerd contact met eiser te krijgen. Uit vaste rechtspraak volgt dat de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen een essentieel onderdeel is van de besluitvormingsprocedure. In paragraaf C1/2.12 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) staat het beleid van de minister voor het verlenen van uitstel van de zienswijze. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat het verzoek van eiser om uitstel van de zienswijze niet voldoet aan deze beleidsregels. Dat eiser niet bij de afspraak met zijn gemachtigde is verschenen komt dan ook voor zijn eigen rekening. De omstandigheid dat eiser, ondanks pogingen van de gemachtigde om contact met hem te krijgen, niet op een afspraak is verschenen en evenmin contact met zijn gemachtigde heeft opgenomen, is geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan de minister van zijn beleid had moeten afwijken. Mede gelet op eisers verklaring in zijn aanmeldgehoor - dat hij geen bezwaren heeft tegen overdracht en zal meewerken aan overdracht - ziet de rechtbank geen reden om te oordelen dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld. De beroepsgrond slaagt niet.

1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

24 oktober 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.J. Catsburg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand