RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.28904
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. S.J. Koolen), en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 2 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser om een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Overwegingen
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.¹
2. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep. Dat zijn de punten waarop degene die beroep instelt het niet eens is met het bestreden besluit.
3. Als er bij het beroepschrift geen gronden worden ingediend, kan de rechtbank op grond van artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat houdt in dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. De rechtbank moet dan wel eerst een mogelijkheid tot herstel bieden.
4. Het beroepschrift van eiser bevat geen gronden. De rechtbank heeft middels een bericht op 3 juli 2025 aan eiser gevraagd om uiterlijk op 31 juli 2025 alsnog gronden in te dienen. Hierbij is medegedeeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien de gronden niet binnen die termijn alsnog worden ingediend. De rechtbank stelt vast dat eiser niet op dit bericht heeft gereageerd.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Voor een proceskostenveroordeling en een vergoeding van het betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
08 augustus 2025
Documentcode: [documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven