RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] ,
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.12865
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. B. Aydin), en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
De minister heeft op 18 februari 2025 een besluit genomen. Tegen dat besluit heeft verzoeker bezwaar aangetekend. Hangende de behandeling van dat bezwaar heeft verzoeker een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de minister het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Dat maakt dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende het bezwaar “omklapt” naar een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in de beroepsfase.
Verzoeker heeft evenwel geen beroep ingesteld tegen het besluit van 8 juli 2025.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoek om een voorlopige voorziening is namelijk kennelijk niet- ontvankelijk, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Vanwege het feit dat verzoeker geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 8 juli 2025, is niet voldaan aan het connexiteitsvereiste, als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het verzoek is daarmee kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 van de Awb). Dat betekent dat het verzoek niet inhoudelijk wordt behandeld. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 oktober 2025