ECLI:NL:RBDHA:2025:20093

ECLI:NL:RBDHA:2025:20093, Rechtbank Den Haag, 30-10-2025, NL23.29337

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-10-2025
Datum publicatie 31-10-2025
Zaaknummer NL23.29337
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2025:22381
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0006358

Samenvatting

Einduitspraak na tussenuitspraak, onderzoek Bureau Documenten, gebrek is hersteld, beroep niet-tijdig, geloofwaardigheid problemen, gegrond met in stand laten van rechtgevolgen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.29337

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M. Spapens),

En

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).

Procesverloop

Voor het procesverloop tot aan de tussenuitspraak van de rechtbank van 13 februari 2025 verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.

In de tussenuitspraak heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak en met inachtneming van wat in die tussenuitspraak is overwogen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Verweerder heeft op 28 april 2025 een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten overgelegd.

Eiser heeft op 29 augustus 2025 de rechtbank geïnformeerd dat hij geen contra-expertise zal laten uitvoeren. Op 5 september 2025 heeft eiser medegedeeld geen reactie meer te zullen geven en verzocht uitspraak te doen.

De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek op 8 september 2025 gesloten.

De rechtbank heeft de uitspraaktermijn eenmaal verlengd.

Overwegingen

1. Voor een beschrijving van de feiten, de eerder ingenomen standpunten van partijen en overwegingen van de rechtbank verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.

2. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank namelijk volgens vaste jurisprudentie in beginsel niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.

3. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het bestreden besluit lijdt aan een motiveringsgebrek, omdat verweerder de door eiser overgelegde documenten niet heeft laten beoordelen door Bureau Documenten.

4. Verweerder heeft op 20 februari 2025 de rechtbank geïnformeerd dat hij de documenten zal laten onderzoeken door Bureau Documenten. Op 28 april 2025 heeft verweerder de onderzoeksresultaten van Bureau Documenten van 25 april 2025 overgelegd. Gelet op de onderzoeksresultaten blijft verweerder bij zijn standpunt dat aan de documenten niet de waarde gehecht kan worden die eiser daaraan gehecht wenst te zien. Verweerder acht dus nog altijd niet geloofwaardig dat eiser problemen heeft ervaren bij de keuring voor de militaire dienst vanwege zijn etniciteit als alevitische Koerd.

De rechtbank oordeelt als volgt.

5. De rechtbank stelt vast dat Bureau Documenten de volgende documenten van eiser heeft beoordeeld in zijn onderzoek: een opdracht ter vaststelling van het adres van 24 oktober 2022, een besluit van 28 november 2022, een aanhoudingsbevel van 27 januari 2023, een besluit van 30 januari 2023, een aanhoudingbevel van 1 februari 2023, een aanhoudingsbevel van het Openbaar Ministerie van Turkije van 15 maart 2023, een antecedentenverklaring van 2 mei 2023, een verzoek van het Openbaar Ministerie van Turkije aan de politie van 28 juni 2023, een besluit van 18 september 2023 en een tenlastelegging van 2 oktober 2023.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met het onderzoek van de door eiser overgelegde documenten door Bureau Documenten het gebrek in het bestreden besluit heeft hersteld. Zoals in de tussenuitspraak is overwogen, heeft het TOELT zich niet uitgelaten over de echtheid van de documenten. Dit terwijl een onderzoek naar de echtheid van de door eiser overgelegde documenten van belang is, gelet op de potentiële betekenis van deze documenten voor de beoordeling van eisers asielrelaas. In geval van echtheid van de documenten zou verweerder niet zonder nadere motivering aan zijn geloofwaardigheidsbeoordeling vast kunnen blijven houden. Verweerder heeft zich echter niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat aan de documenten geen waarde kan worden toegekend. Verweerder heeft zich daarbij mogen baseren op het onderzoeksresultaat van Bureau Documenten. Daarin is immers geconcludeerd dat die documenten met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten is een deskundigenbericht. Eiser heeft de conclusie van Bureau Documenten niet bestreden en heeft ook geen contra-expertise laten uitvoeren. Evenmin heeft hij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het onderzoek aangevoerd. Verweerder heeft zich bovendien niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het opmerkelijk is dat eiser heeft verklaard dat hij de gerechtelijke stukken via zijn vader heeft verkregen, die de documenten bij de Turkse autoriteiten heeft moeten ophalen. Uit het Algemeen ambtsbericht Turkije van de minister van Buitenlandse Zaken van 21 augustus 2023 volgt immers dat er slechts twee manieren zijn om dergelijke documenten te verkrijgen: via het account van een gevolmachtigde advocaat of via het account van de verdachte zelf. Nu eiser zelf een e-devlet account heeft, is het bevreemdend dat hij de documenten niet langs deze weg heeft verkregen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de door eiser overgelegde documenten het asielrelaas van eiser niet onderbouwen.

7. Verweerder heeft zich verder niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve aandacht staat van de Turkse autoriteiten vanwege zijn politieke activiteiten. Ook heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eisers verklaringen over de problemen die hij heeft ervaren bij de keuring voor de militaire dienst vanwege zijn etniciteit als alevitische Koerd niet geloofwaardig zijn. Verweerder heeft daarbij aan eiser kunnen tegenwerpen dat eiser niet in het nader gehoor heeft verklaard over zijn deelname aan een demonstratie in 2016, waarbij hij zou zijn geslagen en geregistreerd bij de politie en hij mede daarom niet zou zijn vrijgesteld van militaire dienstplicht. Dat het een oud gegeven is en eiser daar ten tijde van het nader gehoor nog geen documenten van had, is geen bevredigende verklaring. Temeer gelet op de niet-gecorrigeerde verklaring van eiser tijdens het nader gehoor dat, als hij aan meerdere demonstratie had meegedaan, hij wel meer problemen zou hebben gehad. Dat eiser mede door zijn deelname aan deze demonstatie niet is vrijgesteld van de militaire dienstplicht wordt evenmin gevolgd, nu eiser stelt dat de demonstratie in 2016 heeft plaatsgevonden en eiser voor het eerst in 2021 medisch is gekeurd voor zijn militaire dienst. Dat de Turkse autoriteiten eisers deelname aan deze demonstratie na vijf jaren nog aan hem zouden tegenwerpen acht de rechtbank niet aannemelijk. Verweerder heeft verder aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij de tweede medische keuring juist vanwege zijn etniciteit geschikt is verklaard voor de militaire dienstplicht. Dit is immers gebaseerd op vermoedens van eiser. Eiser heeft dat niet, althans onvoldoende bestreden. Verweerder heeft verder niet ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat hij geen plausibele verklaring heeft gegeven waarom hij niet tijdens het nader gehoor heeft verklaard over zijn financiële steun aan de HDP. De eerst in beroep gestelde huiszoeking op 25 september 2023 op eisers ouderlijk adres wordt, gezien de bevindingen van de door eiser overgelegde documenten, evenmin gevolgd. Te meer nu niet valt in te zien waarom zijn vader eiser hierover niet meteen zou hebben geïnformeerd, maar hiermee zou hebben gewacht totdat hij de documenten had verkregen.

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte heeft geoordeeld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Turkije. Zoals hiervoor is overwogen, zijn eisers gestelde problemen immers gestoeld op vermoedens. In het bestreden besluit heeft verweerder terecht verwezen naar het Algemeen ambtsbericht Turkije van 21 augustus 2023. Daaruit blijk dat er geen concrete informatie beschikbaar is waaruit volgt dat dienstplichtontduikers en deserteurs onevenredig werden bestraft indien zij een bepaalde etniciteit, religie, politieke overtuiging, seksuele geaardheid en/of genderidentiteit hadden. Eiser heeft geen concrete informatie overgelegd waaruit zou blijken dat hij wel onevenredig gestraft zou worden als dienstweigeraar vanwege zijn alevitische etniciteit. Daarbij komt dat er een afkoopregeling bestaat waarmee eiser de mogelijkheid heeft om de dienstplicht niet te vervullen. Dat eiser hiervoor geen financiële middelen zou hebben, heeft hij niet onderbouwd. Eiser heeft niet onderbouwd dat zijn etnische afkomst zou leiden tot een zwaardere straf bij dienstweigering. Verder tonen de aanvallen op de cemevis van de Alevieten in Turkije ook niet dat eiser persoonlijk te vrezen heeft voor vervolging. Eiser heeft niet onderbouwd dat de aanvallen specifiek op hem waren gericht of dat hij persoonlijk wordt bedreigd door deze aanvallen. Voor zover eiser stelt dat hij als Koerd wordt ingezet in de strijd tegen andere Koerden, wordt overwogen dat uit het Algemeen ambtsbericht blijkt dat dienstplichtigen in principe niet worden ingezet bij gevechtshandelingen. Niet is gebleken dat dit bij eiser anders zou zijn.

9. Verweerder heeft eisers asielaanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

10. Gelet op het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek, is het beroep gegrond. De rechtbank zal daarom het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met het onderzoek van de door eiser overgelegde documenten dit gebrek heeft hersteld. De rechtbank zal daarom de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand laten.

11. Zoals in de tussenuitspraak reeds is overwogen heeft eiser terecht beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Omdat er inmiddels is beslist op de asielaanvraag heeft eiser geen belang meer bij het beroep tegen het niet-tijdig beslissen. Het beroep is op dit onderdeel dan ook niet-ontvankelijk.

12. De rechtbank ziet gelet op het gegronde beroep aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Verweerder moet die vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814, omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de

asielaanvraag niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit van 8 november 2023 gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814 (achttienhonderdveertien euro);

Deze uitspraak is gedaan op 30 oktober 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kunt een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.J. Schouw

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?