Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 28 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.J. Ottens te Noordwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.F.D.P. de Milliano te Katwijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verweerschrift, ingekomen op 30 juni 2025, van de man.
Op 7 juli is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
De rechtbank heeft na de zitting de volgende stukken ontvangen:
- de salarisspecificaties van de partner van de man, ingekomen op 7 juli 2025, van de
man;
- de salarisspecificaties van de vrouw, ingekomen op 7 juli 2025, van de vrouw;
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2017 te [plaats 1] .
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] .
- De kinderen verblijven op dit moment bij de vrouw.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De man en zijn partner, [naam 2] , (hierna ook: [naam 2] ) zijn de ouders van [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2025 te [geboorteplaats] .
- De man heeft een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank ingediend, dat onder zaak- en rekestnummer C/09/679649 FA RK 25-804 in behandeling is.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw – na wijziging – strekt ertoe dat:
- de kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de kinderen van partijen wordt vastgesteld, inhoudende dat:
- te bepalen dat de kinderen het ene weekend bij de man en het andere weekend bij
de vrouw verblijven, waarbij het weekend op vrijdag uit school begint en op zondag na het avondeten, 18:30- 19:00 uur, eindigt en voorts:
dat op alle doordeweekse dagen de vrouw de kinderen naar school brengt;
dat de man de kinderen op maandag, dinsdag en donderdag uit school ophaalt;
dat de man [minderjarige 1] op maandag en dinsdag naar turnen brengt en [minderjarige 2] naar grootmoeder in de echtelijke woning;
dat de man [minderjarige 1] op donderdag uit school haalt en zij tot 18:00 uur bij de man is en [minderjarige 2] op donderdag door de grootmoeder uit school wordt gehaald;
dat op woensdag en vrijdag de vrouw de kinderen uit school haalt;
- een verdeling van de feest- en vakantiedagen wordt vastgesteld, inhoudende dat tijdens de:
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 450,- per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang van de datum indiening verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft weer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht:
- te bepalen dat de kinderen eens per twee weken van donderdag uit school
tot zondag 18:30 uur – 19:00 uur bij de man verblijven,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Toevertrouwing minderjarigen
De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw. De rechtbank zal het verzoek daarom als niet weersproken, op de wet gegrond en in het belang van de kinderen toewijzen.
Voorlopige zorgregeling en vakantieregeling
Zorgregeling Het is partijen niet gelukt om geheel tot overeenstemming te komen. In geschil is hoe de donderdag voorafgaand aan het weekend dat de kinderen bij de man zijn verdeeld moet worden. De man acht het van belang dat de kinderen die donderdag bij hem verblijven tot zondag 18.30 uur – 19.00 uur. De man werkt in de nacht van donderdag op vrijdag, maar de partner van de man kan dan de zorg voor de kinderen dragen en zij, of de moeder van de man, kan de kinderen op vrijdagochtend naar school brengen. De vrouw acht het van belang dat de kinderen op donderdagavond bij de vrouw verblijven, omdat de man op donderdagnacht afwezig is in verband met zijn werk. Daarnaast vindt de vrouw het niet in het belang van de kinderen dat zij op vrijdagochtend vanuit de man naar school worden gebracht, gelet op de reisafstand tussen de school van de kinderen en de woning van de man in [plaats 2] . De vrouw verzoekt daarom de huidige zorgregeling, die partijen met elkaar overeen zijn gekomen, voort te zetten.
De rechtbank acht het, met de vrouw, in het belang van de kinderen dat de huidige zorgregeling wordt voortgezet, omdat de man op donderdagnacht niet aanwezig is om voor de kinderen te zorgen en het mede door de reisafstand te onrustig wordt gevonden als de kinderenvrijdagochtend vanuit [plaats 2] naar school in [plaats 3] moeten worden gebracht. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dan ook toewijzen.
Vakantieregeling
De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw. De rechtbank zal het verzoek daarom als niet weersproken, op de wet gegrond en in het belang van de kinderen toewijzen.
Kinderalimentatie
De vrouw heeft verzocht een kinderalimentatie vast te stellen van € 450,- per kind per maand. De man verzoekt afwijzing, voor zover dit een bedrag van € 116,- per kind per maand te boven gaat.
Samenloop van onderhoudsverplichtingen
Er is sprake van een samenloop van onderhoudsverplichtingen. De man is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onderhoudsplichtig, maar ook voor [minderjarige 3] , het kind van de man en zijn (nieuwe) partner.
Bij een dergelijke samenloop van onderhoudsverplichtingen moet de rechtbank beoordelen of partijen in staat zijn om aan hun onderhoudsverplichtingen te voldoen.
Ingangsdatum De rechtbank zal om proceseconomische redenen eerst de ingangsdatum vaststellen. De rechtbank acht het redelijk om voor de ingangsdatum aan te sluiten bij de datum van de indiening van het verzoekschrift, aangezien de man vanaf deze datum rekening had kunnen houden met een verplichting tot het betalen van kinderalimentatie. Het verzoekschrift is binnengekomen op 28 april 2025. De rechtbank zal 1 mei 2025 als ingangsdatum hanteren.
Behoefte Behoefte [minderjarige 1] en [minderjarige 2] Partijen zijn het eens over de behoefte van de [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 840,- per kind maand in 2025, zijnde € 1.680,- in totaal.
Behoefte [minderjarige 3]
Omdat de man ook onderhoudsplichtig is voor [minderjarige 3] zal de rechtbank ook de behoefte van [minderjarige 3] vaststellen.
Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (hierna: NBGI) van de man en zijn partner, [naam 2] , worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (hierna: NBI) van de man en [naam 2] samen, eventueel inclusief kindgebonden budget.
In het kader van de voorlopige voorzieningen ziet de rechtbank, anders dan de man, geen aanleiding om bij het vaststellen van zijn jaarinkomen uit te gaan van de prognose 2025 van de vennootschap onder firma (vof), omdat de man die niet onderbouwd heeft en de prognose gemotiveerd betwist is door de vrouw. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om rekening te houden met het weggevallen van een opdrachtgever per september 2025, nu de man de man onvoldoende gemotiveerd heeft dat het voor de vof onmogelijk is om andere opdrachtgevers te vinden terwijl het boekjaar nog lang niet voorbij is. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank uit van een gemiddelde winst van de vof, zoals blijkt uit de jaarrekeningen 2023 (€ 135.107) en 2024 (€ 162.404) ofwel € 148.755,50€ 297.511,-. De man is als medevennoot gerechtigd tot de helft daarvan ofwel tot afgerond € 74.378,- per jaar.
De rechtbank houdt verder rekening met:
Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
De rechtbank berekent het NBI van de man op € 4.386,- per maand.
Aan de zijde van [naam 2] gaat de rechtbank uit van een inkomen van afgerond € 2.669,- bruto per maand, zoals volgt uit de haar salarisspecificaties van maart, april en mei 2025, waarbij de rechtbank rekening houdt met een vakantietoeslag van 8%.
De rechtbank houdt verder rekening met:
Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
De rechtbank berekent het NBI van [naam 2] op € 2.763,- per maand.
Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van de man en zijn partner bedraagt dus € 7.149,- per maand (€ 4.386,- + € 2.763,-). Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2025 leidt het voorgaande tot een behoefte van € 948,- per maand voor [minderjarige 3] .
Draagkracht Draagkracht man
De rechtbank gaat voor het bepalen van de draagkracht van de man wederom uit van een jaarinkomen van afgerond € 74.378,-. Rekening houdend met de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting berekent de rechtbank het NBI van de man op € 4.386,- per maand.
Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan: 70% x [4.386,- – (€ 1.315,- + € 1.310)] = afgerond € 1.232,- per maand.
Draagkracht vrouw
Voor de draagkrachtberekening van de vrouw gaat de rechtbank uit van een inkomen van afgerond € 2.067,- bruto per vier weken, zoals volgt uit de drie meest recente salarisspecificaties van april, mei en juni 2025, waarbij de rechtbank rekening houdt met een vakantietoeslag van 8%.
De rechtbank houdt verder rekening met:
Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
Verder houdt de rechtbank rekening met het kindgebonden budget.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 2.999,- per maand.
Omdat het NBI van de vrouw hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan: 70% x [€ 2.999,- – (€ 899,- + € 1.310)] = afgerond € 552,- per maand.
Draagkracht [naam 2]
Voor de draagkrachtberekening van [naam 2] gaat de rechtbank wederom uit van een inkomen van afgerond € 2.669,- bruto per maand, waarbij de rechtbank rekening houdt met een vakantietoeslag van 8%, compensatie pensioen van afgerond € 42,- per maand, ingehouden pensioenpremie van € 52 per maand, de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten berekent de rechtbank het NBI van de partner van de man op € 2.763,- per maand.
Omdat het NBI van [naam 2] hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van [naam 2] bedraagt dan: 70% x [€ 2.763,- – (€ 829,- + € 1.310)] = afgerond € 437,- per maand.
Verdeling kosten Aan de kant van de man is sprake van samenloop van onderhoudsverplichtingen. Anders dan de vrouw ziet de rechtbank geen aanleiding om de kinderen van partijen, ten opzichte van [minderjarige 3] , voorrang te geven voor wat betreft de alimentatiebijdrage van de zijde van de man. De rechtbank zal beoordelen of de man in staat is om aan al zijn onderhoudsverplichtingen te voldoen. Daarbij moet de rechtbank rekening houden met de bijdragen die de andere onderhoudsplichtigen kunnen leveren. Om het aandeel van de man vast te stellen, vergelijkt de rechtbank de draagkracht van de man met de draagkracht van de vrouw, omdat zij samen onderhoudsplichtig zijn voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Omdat de partner van de man en de man onderhoudsplichtig zijn voor [minderjarige 3] zal de rechtbank de draagkracht van de man vergelijken met die van zijn partner, om zijn aandeel in de kosten van [minderjarige 3] vast te stellen.
De rechtbank zal een andere rekenmethode hanteren dan de methode die vaak wordt gebruikt waarbij de draagkracht direct naar rato van de behoefte van de kinderen wordt gesplitst. In plaats van genoemde splitsingsmethode hanteert de rechtbank de verhoudingenmethode waarbij een draagkrachtvergelijking wordt gemaakt met de volledige (‘zuivere’) draagkracht van de ouders met de formule:
draagkracht ouder / totale draagkracht vrouw en man x behoefte kind(eren).
De rechtbank hanteert deze methode omdat de rechtbank het redelijk vindt dat de financiële verantwoordelijkheid voor een kind met name komt te liggen bij de ouders van het desbetreffende kind.
Aandeel man en aandeel vrouw voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
Aandeel man: 1.232 / (1.232 + 552) x 1.680 = € 1.160,-
Aandeel vrouw : 552 / (1.232 + 552) x 1.680 = € 520,- € 1.680,-
Aandeel man en aandeel [naam 2] voor [minderjarige 3]
Aandeel man: 1.232 / (1.232 + 437) x 948 = € 700,-
Aandeel [naam 2] : 437 / (1.232 + 437) x 948 = € 248,-
€ 948,-
De vrouw dient voor haar twee kinderen bij te dragen met € 520,- per maand. Daartoe is de vrouw financieel in staat want haar draagkracht is € 552,- per maand.
De man dient voor drie kinderen bij te dragen met € 1.160,- + € 700,- = € 1.860,- per maand. Daartoe is de man financieel niet in staat want zijn draagkracht is € 1.232,- per maand.
De rechtbank zal de draagkracht van de man verdelen naar rato van de berekende aandelen in de kosten van de drie kinderen. De man heeft dan beschikbaar:
voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] : (1.160/1.860) x 1.232 = € 768,-
voor [minderjarige 3] : (700/1.860) x 1.232 = € 464,-
€ 1.232,-
Zorgkorting
Bij de voorlopige zorgregeling zoals vastgelegd in deze beschikking past een zorgkorting van 25% van de behoefte (0,25 x 1.680) ofwel € 420,- per maand. Dat betekent dat de man een bedrag van (€ 768 – € 420 = ) € 348,- per maand ofwel 174,- per kind per maand aan kinderalimentatie moet betalen.
Conclusie
De rechtbank zal gelet op het voorgaande bepalen dat de man met ingang van 1 mei 2025 € 174,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw moet voldoen.
Aanhechten berekeningen
De door de rechtbank gemaakte berekeningen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan onderdeel uit.
Beslissing
De rechtbank:
* bepaalt dat de kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] .
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*stelt een voorlopige zorgregeling vast, inhoudende dat:
- de kinderen het ene weekend bij de man en het andere weekend bij de vrouw
verblijven, waarbij het weekend op vrijdag uit school begint en op zondag na het avondeten, 18:30- 19:00 uur, eindigt en voorts:
dat op alle doordeweekse dagen de vrouw de kinderen naar school brengt;
dat de man de kinderen op maandag, dinsdag en donderdag uit school ophaalt;
dat de man [minderjarige 1] op maandag en dinsdag naar turnen brengt en [minderjarige 2] naar grootmoeder in de echtelijke woning;
dat de man [minderjarige 1] op donderdag uit school haalt en zij tot 18:00 uur bij de man is en [minderjarige 2] op donderdag door de grootmoeder uit school wordt gehaald;
dat op woensdag en vrijdag de vrouw de kinderen uit school haalt;
*
stelt de volgende voorlopige vakantieregeling vast:
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 1 mei 2025 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt)van € 174,- per kind per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*wijst af het meer of anders verzochte.