RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.325
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Procesverloop
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij [referent].
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Bij besluit van 23 juni 2025 is de aanvraag ingewilligd en is aan eiseres ambtshalve een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als gezinslid van [referent] verleend op grond van artikel 29, tweede lid van de Vreemdelingenwet.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Verweerder heeft bij besluit van 23 juni 2025 de aanvraag van eiseres ingewilligd en aan haar een verblijfsvergunning asiel verleend. Daarmee is tegemoetgekomen aan het beroep van eiseres. Naar aanleiding van dit inwilligende besluit heeft eiseres de rechtbank meegedeeld het eens te zijn met dit besluit. Eiseres heeft het beroep niet ingetrokken noch een verzoek gedaan om verweerder te veroordelen in de proceskosten van deze procedure.
2. Nu verweerder is tegemoetgekomen heeft eiseres geen procesbelang meer bij een verdere beoordeling van de rechtbank. Het beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Omdat eiseres niet conform artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht aan de rechtbank heeft verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten, zal de rechtbank hiertoe niet overgaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 31 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.