RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer / voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres] , [V-Nummer] , eiseres
de Minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.6830 en NL24.6833
(gemachtigde: mr. E. Stap),
en
(gemachtigde: mr. J. Raaijmakers).
1. Deze uitspraak gaat over beëindiging van de tijdelijke bescherming in Nederland van eiseres op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55/EG) (hierna: de Richtlijn). Eiseres is het niet eens met de beëindiging. Eiseres heeft beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. Aan de hand van de beroepsgronden van eiseres beoordeelt de rechtbank / de voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) of de minister de tijdelijke bescherming van eiseres mocht beëindigen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de tijdelijke bescherming van eiseres op grond van de Richtlijn mocht beëindigen. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechterbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de rechtbank uitspraak doet op het beroep, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Procesverloop
2. Eiseres heeft zowel de Oekraïense als de Portugese nationaliteit. Eiseres heeft in maart 2022 Oekraïne verlaten, kort na het uitbreken van de oorlog met Rusland op 24 februari 2022. Na Nederland te zijn ingereisd, heeft eiseres op 20 juli 2022 verzocht om tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de Richtlijn. Dit verzoek is toegewezen.
Op 27 november 2023 heeft de minister aan eiseres het voornemen bekendgemaakt dat zij van plan is het recht op tijdelijke bescherming in Nederland als bedoeld in de Richtlijn te beëindigen omdat gebleken is dat eiseres de nationaliteit heeft van een Europese lidstaat en daarmee Unieburger is. Eiseres heeft een zienswijze ingediend.
Met het bestreden besluit van 25 januari 2024 heeft de minister per direct het recht op tijdelijke bescherming van eiseres beëindigd. De minister heeft in dit besluit meegedeeld dat eiseres geen rechten meer kan ontlenen aan de Richtlijn. Ook heeft de minister meegedeeld dat eiseres Nederland niet hoeft te verlaten, omdat eiseres als Unieburger in beginsel rechtmatig verblijf heeft.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiseres is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. J.W.F. Menick als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
3. Eiseres voert aan dat zij wel valt onder de Richtlijn. Zij moet als Oekraïense als ontheemde worden aangemerkt. Zij heeft eerder tijdelijke bescherming gekregen en wil deze voortzetten. De tijdelijke bescherming die aan ontheemden is verleend, is niet geëindigd, ook niet van rechtswege. Eiseres verwijst in dit kader naar een uitspraak van 19 maart 2024 van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond. De facultatieve bescherming onder de Richtlijn kan pas eindigen nadat een gekwalificeerde meerderheid van de Raad van Europa hier een beslissing over heeft genomen. Dit is niet het geval. Verder voert eiseres aan dat het sociale, maatschappelijke en financiële middelpunt van haar leven zich tot het uitbreken van de oorlog in Oekraïne bevond. De laatste jaren voor haar vertrek heeft zij uitsluitend in Oekraïne gewoond en niet in Portugal. Eiseres voert tot slot aan dat zij in Nederland moet verblijven omdat zij nu medische behandeling in Nederland ondergaat. Eisers lijdt aan longkanker en heeft specialistische behandeling nodig die niet in Oekraïne en Portugal voorhanden is, althans niet op hetzelfde niveau als in Nederland.
De rechtbank is van oordeel dat de minister op goede gronden het recht van eiseres op tijdelijke bescherming heeft kunnen beëindigen, omdat zij naast de Oekraïense nationaliteit ook de Portugese nationaliteit heeft. Eiseres kan niet aangemerkt worden als ontheemde. Zij is Unieburger en valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 1 en artikel 2, eerste lid, onder c, van de Richtlijn. Dat eiseres eerder wel tijdelijke bescherming heeft ontvangen, maakt het voorgaande niet anders. De gemachtigde van de minister heeft op zitting toegelicht dat vanwege de grote toestroom van vluchtelingen uit Oekraïne in 2022 en gelet op de spoedeisendheid van de situatie, de minister er toen voor heeft gekozen om aan alle vluchtelingen uit Oekraïne een tijdelijke bescherming te verlenen, dus ook aan Unieburgers. Nu de oorlog in Oekraïne langer voortduurt, heeft de minister de tijd om per individuele situatie te onderzoeken of zij wel recht hebben op de tijdelijke bescherming op grond van de richtlijn.
De door eiseres aangehaalde uitspraak van 19 maart 2024 treft geen doel nu deze ziet op derdelanders die vielen onder de facultatieve tijdelijke bescherming. Eiseres is geen derdelander. Bovendien is de aangehaalde uitspraak inmiddels achterhaald door de uitspraak van 23 april 2025 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van de State (de Afdeling).
De minister heeft verder terecht betrokken dat eiseres als Unieburger de tijdelijke bescherming ook niet nodig heeft. Zij kan op basis van haar Portugese nationaliteit in Nederland verblijven en werken, en in ieder geval in Portugal gebruik maken van de aanwezige voorzieningen. Eiseres heeft niet onderbouwd dat zij in Portugal geen bestaan kan opbouwen of dat de medische behandeling niet beschikbaar is in Portugal.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H.W. Franssen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.