RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam], V-nummer: [nummer],
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.45872, NL25.45874, NL25.45876, NL25.45878, NL25.45880, NL25.45882, NL25.45884
V-nummer: [nummer],
V-nummer: [nummer],
V-nummer: [nummer],
V-nummer: [nummer],
V-nummer: [nummer],
V-nummer: [nummer],
V-nummer: [nummer],
mede namens de minderjarige kinderen:
[naam], V-nummer: [nummer],
[naam], V-nummer: [nummer],
[naam], V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: verzoekers,(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en
Procesverloop
1. Bij besluiten van 22 september 2025 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.45871, NL25.45873, NL25.45875, NL25.45877, NL25.45879, NL25.45881, NL25.45883, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Postma, griffier.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.